H. Cyrillus van Alexandrië (380-444)
bisschop en kerkleraar
Commentaar op het Evangelie van Johannes, 10, 2

Cyrillus van Alexandrië
“Zo u in Mij blijft, en mijn woorden in u blijven, vraagt dan al wat u wilt, en u zult het verkrijgen.”
De Heer zegt (…) dat Hijzelf de wijnstok is, om ons te leren om ons aan zijn liefde te binden en ons te tonen hoeveel voordeel wij kunnen trekken uit onze vereniging met Hem. En Hij vergelijkt hen die met Hem verenigd zijn met de ranken, op een bepaalde manier gerechtvaardigd en aan Hem vastgemaakt: ze zijn al “deelnemers aan zijn natuur” (2P 1,4) door het feit dat ze de deelname aan de heilige Geest hebben ontvangen. Want wat ons verenigt met Christus de Verlosser, is zijn heilige Geest. (…)
Wij hebben immers de nieuwe geboorte van Hem ontvangen en in Hem, in de heilige Geest, met het doel om de vruchten van het leven te dragen; niet van het oude en voorbije leven, maar van het vernieuwde leven door het geloof en de liefde voor Hem. Laten we in die staat blijven, op een of andere manier geënt op Christus, koste wat kost verbonden met het heilige gebod, dat ons gegeven is. Laten we ons best doen om de weldaden van deze adeldom te bewaren, dat wil zeggen laten we op geen enkele manier “de heilige Geest bedroeven” (Ef 4,30) die zijn woning in ons maakt, en door wie men weet dat God in ons woont. (…)
Evenals de stam van de wijnstok aan de ranken zijn natuurlijke kwaliteit levert en wat hem eigen is, zo is ook het Woord, de eniggeboren Zoon van God de Vader, met de heiligen verwant vanuit zijn natuur door hen de heilige Geest te geven, vooral aan hen die met Hem zijn verenigd in het geloof en door een volmaakte heiligheid. Hij voedt hen en laat hun ijver groeien; Hij ontwikkelt in hen het vermogen tot de deugden en alle goedheid.
Bron : Evzo.org
