H. Augustinus (354-430)
bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkvader
Overwegingen over Johannes, nr 101

“Niemand zal u deze vreugde ontnemen”
Deze woorden van de Verlosser: “Ik zal u terugzien en uw hart zal zich verheugen en deze vreugde zal niemand van u kunnen wegnemen” moeten niet aan onze tijd gerelateerd worden, waar Hij zich na zijn verrijzenis aan zijn leerlingen in zijn menselijk lichaam heeft getoond en hun gezegd heeft om Hem aan te raken, maar aan die andere tijd waarvan Hij reeds had gezegd: “Hij die van me houdt, van hem zal mijn Vader houden en Ik zal Me aan hem tonen” (Joh 14,21). Dit visioen is niet voor dit leven, maar voor die van de komende wereld. Zij is niet voor enige tijd, maar zal nooit een einde hebben. “Het eeuwige leven, is dat zij U kennen, U de enige echte God, en Degene die U heeft gezonden, Jezus Christus” (Joh 17,3). Van dit visioen en deze kennis, zegt de apostel Paulus: “Wij zien nu in een spiegel en in raadsels, maar dan zullen wij van aangezicht tot aangezicht zien. Ik ken nu slechts een deel, dan zal ik kennen zoals ik word gekend” (1Kor 13,12).
Nu baart de Kerk deze vrucht van zijn werk in het verlangen, dan zal zij het in het visioen baren; nu baart zij het met moeite, dan zal zij het in vreugde baren; nu baart zij het in de smeekbede, dan zal zij het in lofzang baren. Deze vrucht zal zonder eind zijn, want niets zou ons kunnen vervullen behalve wat oneindig is. Dat liet Filippus zeggen: “Heer, toon ons de Vader en dat is ons genoeg” (Joh 14,8).
Augustinus
Bron : EFZO.org
