Thalassius de Afrikaan – hegoumen te Libië
Overwegingen I-IV (Filokalia van de neptische vaderen.
“Wie Mij volgt, wandelt niet in de duisternis, maar heeft het licht des levens” (Joh. 8, 12)

Met welke hoop kunnen wij, die tot nu toe slaaf zijn geweest van de genoegens van het vlees, uitgaan om Christus te ontmoeten? (…)
Christus is de Redder van ziel en lichaam. Hij die in Zijn voetstappen treedt is verlost van het kwade. (…)
Onze Heer en onze God is Jezus Christus. De geest die Hem volgt zal niet in duisternis blijven (vgl. Joh. 12, 46). (…)
Het licht van de ziel is heilige kennis. De dwaas die ervan verstoken is, wandelt als in duisternis. (…)
Hij die Jezus liefheeft, zal van het kwade worden verlost. En hij die Hem volgt zal de ware kennis zien. (…)
Hij die Hem aanbidt zoekt de redenen van God. En hij die de waarheid liefheeft, zal ze vinden. (…)
De Heer steunt in Zijn ontferming allen die vallen, en Hij richt allen op die ten val zijn gebracht (vgl. Ps. 144(145),14 LXX). (…)
De studie van de woorden van God leert de kennis van God aan hem die in waarheid zoekt, met verlangen en vroomheid. (…)
Wie naar Christus luistert, wordt verlicht. En hij die Hem navolgt wordt rechtschapen. (…)
Christus, onze Heer en onze God, is Jezus, die ons het geloof in Hem heeft gegeven, dat ons tot het leven leidt.
Bron : Evzo.org
