Paul Evdokimov

De icoon van een feest inspireert altijd de liturgische teksten van een officie.
DE ICOON VAN HEMELVAART
De liturgie van Hemelvaart moet gezien worden rond de tekst van Lucas (24,50-53) en de Handelingen der Apostelen (1,9-11). Sint Paulus van zijn kant vermeldt het gebeuren : ‘Diegene die is neergedaald, is dezelfde die ook opgestegen is ten hemel'(Ef.4,10), en psalm (24,9) onderlijnt er de draagwijdte van :’Heft, poorten, uw hoofden omhoog, en verheft ze, gij aloude ingangen, opdat de Koning der ere inga’. De twee ‘deuren’ duiden op de twee metafysische polen van de aarde en de twee uiteinden van de weg naar het heil.God daalt neer tot in de diepten der hel, verbreekt ze en vandaar wordt Hij verheven tot de poorten van de hemel : ‘De Heer heeft, door zijn afdaling de vijand vernietigd en door zijn hemelvaart heeft Hij de mens verheven’.
Het pessimisme van Job stelt vast : ‘ Wie neerdaalt in de sheool (hel) stijgt niet meer op’ (Job 7,9). Welnu, het hooglied van Anna (1 Samuel 2,6) profeteerde reeds : ‘De Heer doodt en doet herleven. Hij doet naar het dodenrijk neerdalen en daaruit opkomen’. Het feest verkondigt de overwinning op de dood in de hel, en de traditie overtreft de omvang van de uiteindelijke voltooiing. Zo bijvoorbeeld Johannes Chrysostomos, in een wonderbare synthese, toont ons het doel van het heil : de mensheid van allen in de mensheid van Christus is definitief ingeleid in het hemelse bestaan, het is onze vereeuwiging en onze onsterfelijkheid dat gerealiseerd wordt zonder mogelijke terugkeer. Vanaf dat moment ‘bevindt onze stad zich in de hemel'(Fil.3,20). Meer nog : de Vader ‘ heeft ons doen verrijzen en doen zetelen in de hemelen in Christus Jezus’ (Ef.2,6); door het vooruitlopen in Christus, beschouwt sint Paulus reeds de vervulling van het Koninkrijk.
De Apostelen, neergeknield, keerden naar Jerusalem terug in grote vreugde ‘, zeggen de Handelingen der Apostelen, en de liturgie van het feest is barst van vreugde. Het heil is vervuld, maar het werk van Christus, dat objectief gezien vervuld was ,moet gaan doorheen een toeeigening ervan bij elke mens. ‘De handen opheffend zegende hij hen’ zegt Sint Lucas. Welnu, ‘Terwijl hij hen zegende, verweiderde Hij zich van hen en werd ten hemel opgenomen’. De Heer stijgt op al zegenend, en de icoon maakt hiervan de spil van de samenstelling. Deze zegening vormt de aanloop naar Pinksteren, de zending van de Heilige Geest (zo mooi voorgesteld in de basioliek van Vézelay).Men kan zeggen dat de icoon van hemelvaart de épiclese van Pinksteren uibeeld, het moment waar ‘ ik zal bidden tot de Vader opdat hij een andere helper zou zenden, omvoor altijd met U te zijn ‘ (Joh.14,16) De épiclese is een aanroeping tot de Vader opdat Hij de Heilige Geest zou zenden, en dit feit wordt voortdurend herhaald tijdens de liturgie van het feest: ‘ Gij zijt verheven in de glorie, Christus onze God, nadat giij uw leerlingen met vreugde hebt vervuld door de aankondiging van de heilige Geest, zij werden bevestigd door Uw zegen’. ‘ De heer is opgestegen… om het gevallen beeld van Adam te herstellen en ons de helper-Geest te zenden, opdat hij onze zielen zou heiligen…’. Men ziet heel duidelijk de diepere bron van de vreugde der apostelen, die opstraalt ondanks het vertrek, want de belofte blijft : ‘ Ik ben met U alle dagen, tot aan het einde der tijden’ (Matth.28,20). Een tegenspraak voor de rede, een evidentie voor de Geest. Dit wordt onderlijnd on het Kondakion van het feest : ‘ door de goddelijke economie, voor wat ons betreft, te hebben vervuld en door alle bewoners der aarde te hebben verenigd met hen die in de hemel zijn, zijt Gij opgestegen in glorie om er voor altijd te verblijven, en Gij zegt tot hen die u liefhebben : Ik ben met U en niemand zal over ons kunnen zegevieren’. Na de hemelvaart is Christus op een andere wijze onder ons, meer verinnerlijkt0 Hij is niet meer voor zin leerlingen, lijfelijk aanwezig, maar in hun innerlijk : Hij is aanwezig in elke uiting van de Heilige Geest zoals Hij aanwezig is in de Eucharistie.




























