
Pasen in het liturgisch jaar
door
Protopresbyter Alexander Schmemann
In het centrum van ons liturgisch leven, in het centrum van die tijd die we meten als jaar, vinden we het feest van de opstanding van Christus . Wat is opstanding? Opstanding is de verschijning in deze wereld, volledig gedomineerd door de tijd en dus door de dood, van een leven dat geen einde zal hebben. Degene die uit de dood is opgestaan, sterft niet meer. In deze wereld van ons, niet ergens anders, niet in een wereld die we helemaal niet kennen, maar in onze wereld, verscheen er op een ochtend Iemand die voorbij de dood is en toch in onze tijd. Deze betekenis van de opstanding van Christus, deze grote vreugde, is het centrale thema van het christendom en het is in zijn zuiverheid bewaard gebleven door de orthodoxe kerk. Er is veel waarheid uitgedrukt door degenen die zeggen dat het echte centrale thema van de orthodoxie, het centrum van al haar ervaring, het referentiekader van al het andere, de opstanding van Christus is.
Het centrum, de dag, die betekenis geeft aan alle dagen en dus aan alle tijden, is die jaarlijkse herdenking van Christus’ Opstanding met Pasen. Dit is altijd het einde en het begin. We leven altijd na Pasen en we gaan altijd richting Pasen. Pasen is het vroegste christelijke feest. De hele toon en betekenis van het liturgische leven van de Kerk is vervat in Pasen, samen met de daaropvolgende periode van vijftig dagen, die culmineert in het feest van pinksteren, de nederdaling van de Heilige Geest op de apostelen. Deze unieke paasviering wordt elke week weerspiegeld in de christelijke zondag, die we in het Russisch “Voskresenie” (Opstandingsdag) noemen. Als je maar wat tijd zou nemen om de teksten van de zondagse metten te lezen, zou je je realiseren, hoewel het je misschien vreemd lijkt, dat we elke zondag een klein Pasen hebben. Ik zeg ‘Klein Pasen’, maar het is echt ‘Groot Pasen’. Elke week komt de Kerk tot dezelfde centrale ervaring: “Uw opstanding gezien te hebben…” Elke zaterdagavond wanneer de priester het Evangelie van het altaar naar het midden van de kerk draagt, nadat hij het Evangelie van de Opstanding heeft gelezen, wordt hetzelfde fundamentele feit van ons christelijk geloof verkondigd: Christus is verrezen! De heilige Paulus zegt: “Als Christus niet is opgestaan, dan is uw geloof tevergeefs.” Er is niets anders te geloven. Dit is het echte centrum, en het is alleen met betrekking tot Pasen als het einde van alle natuurlijke tijd en het begin van de nieuwe tijd waarin wij als christenen moeten leven, dat we het hele liturgische jaar kunnen begrijpen. Als je een kalender opent, zul je zien dat al onze zondagen zondagen na Pinksteren worden genoemd, en Pinksteren zelf is vijftig dagen na Pasen. Pinksteren is de vervulling van Pasen. Christus steeg op naar de hemel en zond Zijn Heilige Geest uit. Toen Hij Zijn Heilige Geest in de wereld zond, werd een nieuwe samenleving ingesteld, een lichaam van mensen, wier leven, hoewel het van deze wereld bleef en in zijn leven werd gedeeld, een nieuwe betekenis kreeg. Deze nieuwe betekenis komt rechtstreeks voort uit de opstanding van Christus. We zijn niet langer mensen die in de tijd leven als in een betekenisloos proces, dat ons eerst oud maakt en dan eindigt in onze verdwijning. We krijgen niet alleen een nieuwe betekenis in het leven, maar zelfs de dood zelf heeft een nieuwe betekenis gekregen. In het Troparion met Pasen zeggen we: “Hij vertrapte de dood door de dood.” We zeggen niet dat Hij de dood vertrapte door de opstanding, maar door de dood. Een christen ziet de dood nog steeds onder ogen als een ontbinding van het lichaam, als een einde; maar in Christus, in de Kerk, vanwege Pasen, vanwege Pinksteren, is de dood niet langer alleen het einde, maar ook het begin. Het is niet iets zinloos dat daarom een zinloze smaak geeft aan al het leven. Dood betekent het binnengaan van het Pasen van de Heer. Dit is de basistoon, de basismelodie van het liturgische jaar van de christelijke Kerk. Het christendom is in de eerste plaats de verkondiging in deze wereld van christus’ opstanding. Orthodoxe spiritualiteit is paaszinnig in zijn innerlijke inhoud, en de werkelijke inhoud van het kerkelijk leven is vreugde. We spreken van feesten; het feest is de uitdrukking van vreugde van het christendom.
Het enige echte, vooral in de wereld van het kind, dat het kind gemakkelijk accepteert, is juist vreugde. We hebben ons christendom zo volwassen gemaakt, zo ernstig, zo verdrietig, zo plechtig dat we het bijna van die vreugde hebben ontdaan. Toch zei Christus Zelf: “Tenzij jullie als kinderen worden, zullen jullie het Koninkrijk van God niet binnengaan.” Worden als een kind in christus’ termen betekent in staat zijn tot die geestelijke vreugde waartoe een volwassene bijna volledig onbekwaam is. Om die gemeenschap aan te gaan met de dingen, met de natuur, met andere mensen zonder argwaan of frustratie. We gebruiken vaak de term ‘genade’. Maar wat is genade? Charisma betekent in het Grieks niet alleen genade, maar ook vreugde. “En Ik zal je de vreugde geven die niemand je zal afnemen…” Als ik dit punt zo benadruk, is dat omdat ik er zeker van ben dat, als we een boodschap hebben aan ons eigen volk, het die boodschap van paasvreugde is die zijn hoogtepunt vindt in de paasnacht. Als we voor de deur van de kerk staan en de priester heeft gezegd: “Christus is verrezen”, dan wordt de nacht in de termen van de heilige Gregorius van Nyssa,” “lichter dan de dag”. Dit is de geheime kracht, de werkelijke wortel van de christelijke ervaring. Alleen binnen het kader van deze vreugde kunnen we al het andere begrijpen.
Bron:Saint Steven’s Serbian Orthodox Cathedral
Vertaling : Kris Biesbroeck
