
God is niet de ‘rechter’ van mensen in de zin van een magistraat die straf uitspreekt en een straf oplegt, getuigend van de overtreding. Hij oordeelt om wat Hij is: de mogelijkheid van leven en het ware bestaan. Wanneer de mens zich vrijwillig afsnijdt van deze mogelijkheid van bestaan, wordt hij automatisch geoordeeld’. Het is niet Gods straf, maar Zijn bestaan dat hem oordeelt. God is niets anders dan een ontologisch feit van liefde en een uitstorting van liefde: een volheid van het goede, een extase van liefdevolle goedheid … De mens wordt beoordeeld naar de maat van het leven en het bestaan waarvan hij zichzelf uitsluit. Zonde is een zelf toegebrachte veroordeling en straf die de mens vrijelijk kiest wanneer hij weigert te zijn als een persoonlijke hypostase van gemeenschap met God en er de voorkeur aan geeft zijn bestaan te ‘veranderen’ en te wanordelijken, zijn aard te fragmenteren in individuele entiteiten – wanneer hij de voorkeur geeft aan corruptie en dood … Voor de Kerk is zonde geen wet, maar een existentieel feit. Het is niet simpelweg een overtreding, maar een actieve weigering van de kant van de mens om te zijn wat hij werkelijk is: het beeld en de glorie, of manifestatie, van God.
Christos Yannaras
