Vergevingszondag

Verbanning van Adam en Eva uit het Paradijs

Vergevingszondag

34727a916c97fc4dfb4332c0612138db

Psalterium – Cod Lichtenthal 25

LEZINGEN

Gal 5 : 22-6 : 2

Broeders, de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. Daartegen richt de wet zich niet. Wie van Christus zijn, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd. Als wij door de Geest leven, laten wij dan ook door de Geest wandelen. Laten wij geen mensen met eigendunk worden, elkaar niet uitdagen en benijden. Broeders, ook als iemand betrapt wordt op een overtreding, moet gij die geestelijk zijt, zo iemand weer terechtbrengen, in een geest van zachtmoedigheid. Let intussen op uzelf, opdat ook gij niet in verzoeking komt. Draag elkaars lasten, en vervul zo de wet van Christus.
Zondag 6 maart ’22 – Vergevingszondag
Feest van de vinding van het H. Kruis door de H. Helena, keizerin (326) en van de HH. Arcadius, bisschop in Cyprus (4e) en Hesychius, wonderdoener in Bythinië (ca.790)

Epistel: Romeinen 13:11-14:4

Lezing uit de brief van Paulus aan de Romeinen,
Broeders, nu is de redding dichter bij ons dan toen wij tot geloof kwamen. De nacht is ver gevorderd en de dag is nabij gekomen. Laten wij dus de werken van de duisternis afleggen en de wapens van het licht aandoen. Laten wij, zoals past bij de dag, eerzaam leven, niet in zwelgpartijen, niet in dronkenschappen, niet in wellust en losbandigheid, niet in ruzie en jaloezie. Maar bekleed u met de Heer Jezus Christus, en verzorg het vlees niet om begeerten op te wekken. Aanvaard wie zwak is in het geloof, zonder over meningsverschillen te strijden. De één gelooft dat hij alles mag eten, maar wie zwak is, eet alleen plantaardig voedsel. Wie wel alles eet, moet niet neerkijken op iemand die dat niet doet. En wie niet alles eet, moet niet veroordelen wie alles eet. God immers heeft hem aanvaard. Wie zijt gij, dat gij de dienaar van een ander oordeelt? Of hij staat of valt, gaat alleen zijn eigen heer aan. Hij zal echter staande gehouden worden, want God is bij machte hem staande te houden.

Evangelie: Matteüs 6:14-21

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Mattheüs,
De Heer zei: ‘Als jullie anderen hun overtredingen vergeven, zal jullie hemelse Vader ook jullie vergeven. Maar als jullie de anderen niet vergeven, zal ook jullie Vader jullie overtredingen niet vergeven. En als jullie vasten, zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen; want zij maken hun gezicht ontoonbaar om aan de mensen te laten zien dat zij vasten. Amen, Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon reeds ontvangen. Maar als je vast, zalf je hoofd en was je aangezicht, zodat het niet door de mensen gezien wordt dat je vast, maar door jullie Vader Die in het verborgene is; en je Vader, Die in het verborgene ziet, zal je er openlijk voor belonen. Verzamel voor jezelf geen schatten op de aarde, waar mot en roest ze verteren, en waar dieven inbreken en stelen; maar verzamel voor jezelf schatten in de hemel, waar mot en roest ze niet verteren, en waar dieven niet inbreken en stelen. Want waar jullie schat is, daar zal ook jullie hart zijn.’

229b3e10350493b3d2603ad37a656896

Bijkomende lezingen
Lezing uit de Profetie van Jesaja 58: 1-10
HET VASTEN DAT DE HEER VERLANGT
Roep uit volle borst, houdt u niet in, verhef uw stem als een ramshoorn. Leg aan mijn volk hun weerspannigheid voor, aan Jakobs huis zijn zonden. Dag aan dag zoeken zij Mij, verlangend mijn wegen te kennen, als gold het een volk dat gerechtigheid beoefent, en het recht van zijn God niet verwaarloost. Rechtvaardige oordelen vragen zij Mij verlangend naar Gods nabijheid. `Waarom ziet Gij niet dat wij vasten, merkt Gij niet dat wij ons vernederen?’ Op de dag dat gij vast zoekt gij nog uw voordeel, en beult gij uw slaven af. Gij kijft en krakeelt als gij vast en slaat er boosaardig met uw vuisten op los. Neen, bij een vasten als dit dringt uw stem in den hoge niet door. Is dat soms het vasten dat Ik verkies, is dat een dag waarop de mens zich vernedert? Zijn hoofd als een riet laten hangen en neerliggen in zak en as: noemt gij dat soms vasten, en een dag die Jahwe behaagt? Is dit niet het vasten zoals Ik het verkies: boosaardige boeien slaken, de strengen van het juk losmaken, de geknechte de vrijheid hergeven, en alle jukken door te breken? Is vasten niet dit: uw brood delen met wie honger heeft; arme zwervers opnemen in uw huis; een naakte kleden die gij ziet en u niet onttrekken aan de zorg voor uw broeder? Dan breekt uw licht als de dageraad door en groeien uw wonden spoedig dicht; dan gaat uw geluk voor u uit, en sluit Jahwe’s glorie uw stoet. Als gij dan roept, geeft Jahwe u antwoord, en smeekt gij om hulp, Hij zal zeggen: `Hier ben Ik!’ Als gij het juk uit uw midden verwijdert, geen vinger bedreigend meer uitsteekt en geen valse aanklachten indient, de hongerige aanbiedt wat gij voor uzelf verlangt en de onderdrukte met voedsel verzadigt, dan zal uw licht in de duisternis opgaan, uw nacht als de heldere middag zijn.

Lezing uit de brief van de Heilige Apostel Paulus aan de Korinthiërs – 1 Kor. 13: 1-10
HET HOOGLIED VAN DE LIEFDE
jAl spreek ik met de tongen van engelen en mensen: als ik de liefde niet heb, ben ik een galmend bekken of een schelle cimbaal. Al heb ik de gave der profetie, al ken ik alle geheimen en alle wetenschap, al heb ik het volmaakte geloof dat bergen verzet: als ik de liefde niet heb, ben ik niets. Al deel ik heel mijn bezit uit, al geef ik mijn lichaam prijs aan de vuurdood: als ik de liefde niet heb, baat het mij niets. De liefde is lankmoedig en goedertieren; de liefde is niet afgunstig, zij praalt niet, zij beeldt zich niets in. Zij geeft niet om de schone schijn, zij zoekt zichzelf niet, zij laat zich niet kwaad maken en rekent het kwade niet aan. Zij verheugt zich niet over onrecht, maar vindt haar vreugde in de waarheid. Alles verdraagt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles duldt zij. De liefde vergaat nimmer. De gave der profetie zal verdwijnen, tongen zullen verstommen, de kennis zal een einde nemen. Want ons kennen is stukwerk en stukwerk ons profeteren. Maar wanneer het volmaakte komt, heeft het onvolmaakte afgedaan.

Mattheüs 18: 18-35
GEBED EN VERGEVINGSGEZINDHEID
jEveneens zeg ik u: wanneer twee van u eensgezind op aarde iets vragen – het moge zijn wat het wil – zullen zij het verkrijgen van mijn Vader die in de hemel is. Want waar er twee of drie verenigd zijn in mijn Naam, daar ben Ik in hun midden.’ Toen kwam Petrus naar Hem toe en sprak: “Heer, als mijn broeder tegen mij misdoet, hoe dikwijls moet ik hem dan vergeven? Tot zevenmaal toe?” Jezus antwoordde hem: “Neen, zeg Ik u, niet tot zevenmaal toe, maar tot zeventigmaal zevenmaal. Daarom gelijkt het Rijk der hemelen op een koning die rekening en verantwoording wilde vragen aan zijn dienaren. Toen hij hiermee begon, bracht men iemand bij hem die tienduizend talenten schuldig was. Daar hij niets had om te betalen gaf de heer het bevel hem te verkopen met vrouw en kinderen en al wat hij bezat om zo de schuld te vereffenen. De dienaar wierp zich voor hem neer en smeekte: Heer, heb geduld met mij en ik zal u alles betalen. De heer kreeg medelijden met die dienaar, liet hem gaan en schold hem de geleende som kwijt. Maar toen die dienaar buiten kwam, trof hij daar een andere dienaar die hem honderd denariën schuldig was; hij greep hem bij de keel en zei: Betaal wat je schuldig bent. De andere dienaar wierp zich voor hem neer en smeekte: Heb geduld met mij en ik zal u betalen. Maar hij weigerde en liet hem zelfs in de gevangenis zetten, totdat hij zijn schuld zou hebben betaald. Toen nu de overige dienaren zagen wat er gebeurd was, waren zij diep verontwaardigd en gingen hun heer alles vertellen. Daarop liet de heer hem roepen en sprak: Jij lelijke knecht, heel die schuld heb ik je kwijtgescholden, omdat je mij erom gesmeekt hebt. Had jij dan ook geen medelijden moeten hebben met je mededienaar, zoals ik met jou medelijden heb gehad? En in toorn ontstoken leverde zijn heer hem over aan de beulen, totdat hij zijn hele schuld betaald zou hebben. Zo zal ook mijn hemelse Vader met ieder van u handelen, die niet zijn broeder van harte vergiffenis schenkt.”

2a7707a36e4cbdf0d58c96d7a5afa1a8

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie