
Ik zeg het zonder de minste aarzeling, wie zich de universele bisschop noemt, of deze titel verlangt, is door zijn hoogmoed de voorloper van de Antichrist, omdat hij zich zo boven de anderen probeert te verheffen. De dwaling waarin hij valt, komt voort uit hoogmoed die gelijk is aan die van de Antichrist; want zoals die Goddeloze beschouwd wenste te worden als verheven boven andere mensen, als een god, zo verheft ook degene die de enige bisschop genoemd zou worden zich boven de anderen. U weet het, mijn broer; heeft het eerbiedwaardige Concilie van Chalcedon niet de eretitel ‘universeel’ verleend aan de bisschoppen van deze Apostolische Stoel [Rome], waarvan ik, door Gods wil, de dienaar ben? En toch heeft niemand van ons toegestaan dat hem deze titel werd gegeven; niemand heeft deze gewaagde titel aangenomen, opdat wij, door een bijzondere onderscheiding in de waardigheid van het episcopaat aan te nemen, het alle broeders zouden lijken te weigeren.
St. Gregorius de Grote
