H. Gregorius van Nyssa (ca. 335-395)
monnik en bisschop
De winter is voorbij (De duif en de duisternis

“Wie is dat toch, dat zelfs de winden en de zee het gehoorzamen?”
“Zie, de winter is voorbij”, zegt [de Bruidegom], “de regen is over, verdwenen” (Hooglied 2,11). Het kwaad heeft vele namen naar gelang van de verscheidenheid van zijn gevolgen. Het is winter, regen en stortbui, en elk van deze namen symboliseert een andere verleiding. Het wordt winter genoemd om de veelheid aan vormen van kwaad te symboliseren. (…) Hoe zit het met de stormen die zich in de winter op zee voordoen? Opgeworpen uit de afgrond, zwelt de zee op en imiteert de rotsen en bergen door haar toppen boven het water uit te steken. Hij stormt als een vijand op het land af, stormt tegen de kusten aan en schudt ze door elkaar met opeenvolgende slagen van zijn golven, als met zovele aanvallen van oorlogsmachines.
Maar laten wij deze kwalen van de winter en al wat daaraan toegevoegd kan worden, interpreteren door ze om te zetten in hun symbolische betekenis. (…) Wat is deze zee met zijn bulderende golven? Wat is deze regen, en wat zijn deze regenbuien? En hoe stopt de regen vanzelf? De diepe betekenis van al deze winterraadsels heeft te maken met iets menselijks en met de vrijheid van onze wil. (…) De menselijke natuur bloeide in het begin (…) maar de winter van ongehoorzaamheid had de wortel verdroogd, de bloem viel en werd opgelost in de aarde; de mens werd ontdaan van onsterfelijke schoonheid en het gras van de deugden verdorde, de liefde van God was bekoeld, terwijl de ongerechtigheid groeide; hartstochten zonder getal werden in ons opgewekt door vijandige stemmen en voerden de verwoeste zielen weg.
Maar wanneer Hij komt die lente brengt in onze zielen, Hij die, wanneer een kwade wind de zee wekt, de wind bedreigt en tegen de zee zegt: “Stilte! Wees stil! (Mc 4,39), keert onmiddellijk alles terug tot kalmte en sereniteit, en begint onze natuur te vergroenen en zich te tooien met haar eigen bloemen. De bloemen van ons leven zijn de deugden, die nu bloeien en hun vruchten voortbrengen “op hun tijd” (Ps.1,3). Daarom zegt het Woord: “Zie, de winter is voorbij”.
