

Genealogie van Christus
Eerste Lezing :
Hebr.11,9-10;32-40
[9] Door het geloof verbleef hij als vreemdeling in het land dat hem beloofd was; hij woonde er in tenten, evenals Isaak en Jakob, die dezelfde belofte erfden; [10] want hij zag uit naar de stad* met fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwer is.
[12] Daarom is ook uit één man, die totaal was afgeleefd, een nageslacht ontsproten, talrijk als de sterren aan de hemel, ontelbaar als de zandkorrels aan het strand van de zee. [13] In geloof zijn zij allen gestorven, zonder te hebben ontvangen wat hun beloofd was. Zij hebben het alleen uit de verte gezien en begroet. Zij hebben zichzelf vreemdelingen en voorbijgangers op aarde genoemd. [14] Wie zo spreken, geven duidelijk te kennen dat zij op zoek zijn naar een vaderland. [15]
Hadden zij heimwee gehad naar het land van hun herkomst, dan hadden zij gemakkelijk kunnen terugkeren, [16] maar hun verlangen ging uit naar een beter vaderland, het hemelse. Daarom schaamt God zich niet om hun God genoemd te worden, want Hij heeft voor hen een stad gebouwd. [17] Door het geloof heeft Abraham, toen hij op de proef gesteld werd, Isaak ten offer gebracht. Hij stond op het punt om zijn enige zoon te offeren, en dat terwijl hij de beloften had ontvangen [18] en tegen hem gezegd was: Zij die van Isaak afstammen, zullen gelden als uw nageslacht. [19] Want hij was ervan overtuigd dat God zelfs de macht heeft om doden tot leven te wekken; daarom* heeft hij zijn zoon ook teruggekregen, bij wijze van voorafbeelding. [20] Door het geloof sprak Isaak over Jakob en Esau een zegen uit die ook op de toekomst betrekking had. [21] Door het geloof zegende Jakob bij zijn sterven de beide zonen van Jozef, en leunend op de knop van zijn staf aanbad hij God. [22] Door het geloof heeft Jozef op het eind van zijn leven al gesproken over de uittocht van de Israëlieten, en bevolen om dan zijn gebeente mee te nemen. [23] Door het geloof werd Mozes meteen na zijn geboorte drie maanden lang verborgen gehouden door zijn ouders, omdat zij zagen wat een mooi kind hij was; zij waren niet bang voor de verordening van de koning. [24] Door het geloof heeft Mozes zelf, toen hij groot geworden was, geweigerd om door te gaan voor een zoon van de dochter van de farao. [25] Hij wilde liever mishandeld worden met het volk van God dan voor korte tijd profiteren van de zonde. [26] Voor hem was de smaad* van de Messias kostbaarder dan al de schatten van Egypte, want hij hield het oog gericht op de komende beloning. [27] Door het geloof verliet hij Egypte zonder de woede van de koning te vrezen, want hij zette door, als ziende de Onzienlijke. [28] Door het geloof heeft hij het paasfeest gevierd en de deurposten met bloed bestreken, opdat de verderver de eerstgeborenen van Israël niet zou aanraken. [29] Door het geloof trokken zij door de Rode Zee als over droog land; toen de Egyptenaren het probeerden, verdronken ze. [30] Door het geloof zijn de muren van Jericho ingestort, nadat zij er zeven dagen lang omheen getrokken waren. [31] Door het geloof is de hoer Rachab ontkomen aan het lot van de ongelovigen, omdat zij de spionnen vriendelijk had ontvangen. [32] En wat moet ik nog meer noemen? De tijd ontbreekt me om te verhalen van Gideon, Barak, Simson en Jefta, van David en Samuël en de profeten. [33] Door het geloof hebben zij koninkrijken omvergeworpen, gerechtigheid beoefend, beloften in vervulling zien gaan. Zij hebben leeuwen de muil gesloten, [34] de gloed van vuur gedoofd, ze zijn ontsnapt aan het scherp van het zwaard. Hun zwakheid werd kracht, ze werden machtig in de oorlog, en dreven vijandelijke legers op de vlucht. [35] Vrouwen kregen hun doden terug door opstanding uit de dood. Anderen werden doodgemarteld en wezen hun vrijlating af, om een betere opstanding te verwerven. [36] Weer anderen werden beproefd doordat ze bespot werden en geslagen, en ook nog werden geboeid en gevangengezet. [37] Zij werden gestenigd, doormidden* gezaagd, terechtgesteld met het zwaard. Zij zwierven rond in schapenvachten en geitenvellen, ten prooi aan ontbering, vervolging, mishandeling. [38] Zij waren te goed voor deze wereld. Ze hielden zich op in woestijnen en in de bergen, in spelonken en in de krochten van de aarde. [39] Ook deze mensen werden allen vermeld vanwege hun geloof. Toch heeft geen van hen de belofte in vervulling zien gaan. [40] Aangezien God voor ons nog iets beters had voorzien, wilde Hij niet dat zij hun voleinding zouden bereiken zonder ons.
Evangelie :
Matth. 1,1-25

1 Overzicht van de afstamming van Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham.2 Abraham verwekte Isaak, Isaak verwekte Jakob, Jakob verwekte Juda en zijn broers, 3 Juda verwekte Peres en Zerach bij Tamar, Peres verwekte Chesron, Chesron verwekte Aram, 4 Aram verwekte Amminadab, Amminadab verwekte Nachson, Nachson verwekte Salmon, 5 Salmon verwekte Boaz bij Rachab, Boaz verwekte Obed bij Ruth, Obed verwekte Isaï, 6 Isaï verwekte David, de koning.David verwekte Salomo bij de vrouw van Uria, 7 Salomo verwekte Rechabeam, Rechabeam verwekte Abia, Abia verwekte Asaf, 8 Asaf verwekte Josafat, Josafat verwekte Joram, Joram verwekte Uzzia, 9 Uzzia verwekte Jotam, Jotam verwekte Achaz, Achaz verwekte Hizkia, 10 Hizkia verwekte Manasse, Manasse verwekte Amos, Amos verwekte Josia, 11 Josia verwekte Jechonja en zijn broers ten tijde van de Babylonische ballingschap.12 Na de Babylonische ballingschap verwekte Jechonja Sealtiël, Sealtiël verwekte Zerubbabel, 13 Zerubbabel verwekte Abiud, Abiud verwekte Eljakim, Eljakim verwekte Azor, 14 Azor verwekte Sadok, Sadok verwekte Achim, Achim verwekte Eliud, 15 Eliud verwekte Eleazar, Eleazar verwekte Mattan, Mattan verwekte Jakob, 16 Jakob verwekte Jozef, de man van Maria. Bij haar werd Jezus verwekt, die Christus genoemd wordt.17 Van Abraham tot David telt de lijst dus veertien generaties, van David tot de Babylonische ballingschap veertien generaties, en van de Babylonische ballingschap tot Christus veertien generaties.18 De afkomst van Jezus Christus was als volgt. Toen zijn moeder Maria al was uitgehuwelijkt aan Jozef maar nog niet bij hem woonde, bleek ze zwanger te zijn door de heilige Geest. 19 Haar man Jozef, die een rechtschapen mens was, wilde haar niet in opspraak brengen en dacht erover haar in het geheim te verstoten. 20 Toen hij dit overwoog, verscheen hem in een droom een engel van de Heer. De engel zei: ‘Jozef, zoon van David, wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen, want het kind dat ze draagt is verwekt door de heilige Geest. 21 Ze zal een zoon baren. Geef hem de naam Jezus, want hij zal zijn volk bevrijden van hun zonden.’ 22 Dit alles is gebeurd opdat in vervulling zou gaan wat bij monde van de profeet door de Heer is gezegd: 23 ‘De maagd zal zwanger zijn en een zoon baren, en men zal hem de naam Immanuel geven,’ wat in onze taal betekent ‘God met ons’. 24 Jozef werd wakker en deed wat de engel van de Heer hem had opgedragen: hij nam haar bij zich als zijn vrouw, 25 maar hij had geen gemeenschap met haar voordat ze haar zoon gebaard had. En hij gaf hem de naam Jezus.

