
H. Ireneus van Lyon (ca130-ca 208)bisschop, theoloog en martelaar
Getuigenis van de apostolische prediking

“Velen zullen komen van het oosten en het westen, en zullen aanzitten in het rijk der hemelen, met Abraham
“De dag zal komen, spreekt de Heer, dat Ik met het volk van Israël en het volk van Juda een nieuw verbond sluit. (…) Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven” (Jr 31,31v). Jesaja verkondigt dat deze beloftes een erfdeel zullen zijn voor de roeping van de heidenen; ook voor hen is het boek van het Nieuwe verbond geopend: “Op die dag zal ieder de blik op zijn Maker richten, naar de Heilige van Israël de ogen opslaan. Men zal zich niet meer wenden tot zelfgemaakte goden en hun altaren, geen oog meer hebben voor zulk mensenwerk. (…)” (17,7v). Het is duidelijk dat dit gericht is tot hen die de afgoden verlaten en geloven in God, onze Schepper dankzij de Heilige van Israël, dat is Christus. (…)
In het boek Jesaja, zegt het Woord Zelf, dat Hij zich onder ons moest openbaren – de Zoon van God werd immers Mensenzoon- en zich laten vinden door ons die Hem voordien niet kenden: “Al vragen zij niet naar Mij, toch laat Ik Me raadplegen, al zoeken ze Mij niet, toch laat Ik Me vinden. Al roept dit volk mijn naam niet aan, toch antwoord Ik: ‘Hier ben Ik, hier ben Ik” (65,1). Dat volk waar Jesaja het over heeft, moet wel een heilig volk zijn, dat werd reeds verkondigd door Hosea bij de twaalf profeten: “Dan ontferm Ik mij weer over Lo-Ruchama [‘niet-Beminde], dan zeg Ik tegen Lo-Ammi [‘U bent mijn volk niet’]: ‘U bent mijn volk’, en ze zullen ‘kinderen van de levende God’ genoemd worden” (Rm 9,25-26; Hos 2,25; cf 1,9). Dit bedoelde Johannes de Doper ook toen hij zei: “God kan uit deze stenen kinderen van Abraham verwekken” (Mt 3,9). Na immers door het geloof onttrokken te zijn aan de aanbidding van stenen, zullen onze harten God zien en worden wij kinderen van Abraham, die werd gerechtvaardigd door het geloof.
Bron : Evzo.org
