Rafael Noica : We hoeven niet te wanhopen ….

border amp

“We hoeven niet te wanhopen”

door Rafaël Noika

NOICA

Rafaël Noica

Sta me toe de woorden te herhalen: ” Houd je geest in de hel en wanhoop niet” . Vader Sophrony, toen hij deze woorden voor de eerste keer hoorde, voelde hij dat het goddelijke woorden waren, niet alleen voor St. Silouan en zijn eigen heil, maar voor een hele generatie, voor al het gebrek aan hoop dat vorm krijgt in een wereld zo vol wanhoop, zoals hij die toen kende, na de Eerste Wereldoorlog. Ik zou deze woorden ook willen toevoegen:wanneer God zegt “wanhoop niet”, heb ik velen zelf zo gespannen gezien, dat ze gestrest waren. Wat moet ik doen om niet te wanhopen zodat ik niet God boosmaak ? Nee, broeders, daar gaat het niet om. God verbiedt geen gebrek aan hoop, maar hij vertelt ons dat we de hoop niet hoeven te verliezen! We hoeven niet te wanhopen!

Als je er niet meer tegen kunt, als je voelt dat je gek wordt, zoals Vader Sophrony zei ooit tegen een kluizenaar zei : “Ga een kopje thee zetten”. Of, zoals St. Isaac de Syriër tegen een andere kluizenaar zei: “Als je voelt dat de gedachten van godslastering je overweldigen, bedek je dan en ga slapen”. Ik zal ook zeggen, in onze moderne taal: “Doe een dutje”, sta jezelf toe om fysiek te herstellen, en dan ga je verder. NB. Sophrony vertelde die kluizenaar de dingen die hij zelf ervoer, terwijl hij de spirituele staat zag waarin hij zich bevond (de kluizenaar vroeg om een woord over redding) – hij ontving hem, bood hem thee aan, wat koekjes en wat hij nog meer had. Dus: troost jezelf. En als je weer op krachten bent, kun je verder. hij deed het ook zo. Opwelke manier doorgaan? Wetende dat Gods Voorzienigheid iets doet wat je nog niet hebt ontdekt. Op de meest afschuwelijke momenten van ons leven is het niet alleen nodig om de hoop niet te verliezen, ons niet over te geven aan de dood, of onszelf op te sluiten in die wanhoop; maar meer nog: vaak, zo niet elke keer, zijn de meest gruwelijke momenten van ons leven, potentieel, de meest veeleisende. Dat zijn de momenten waarop je weer even door moet. Denk aan een matroos die op het dek van het schip door een golf werd gegrepen en voor een seconde of twee staat dan het dek onder water: wel, is dat het juiste moment om de paal los te laten? Nee, dat is niet eens het moment om te proberen weg te rennen zodat je de cabine niet kwijtraakt. Nee, dan doe je maar één ding: je vasthouden aan de paal. En je houdt ook je adem in tot de golf voorbij is. Als het schip weer boven de golven is, kun je dan snel naar de kajuit, als dat het geval is. Dus dit zijn de moeilijkste, meest pijnlijke en tragische momenten. Ik heb het gehad over ons persoonlijke leven, maar het is van toepassing op de wereld in het algemeen. Want we hebben het over een eschatologische periode, dus over het einde (…) Ik neem aan dat deze periode, hoe tragischer en wreder ze ook is, hoe veeleisender ze zal zijn, niet alleen met betrekking tot ons persoonlijke leven, maar onze Adamische toestand, onze geschiedenis. Wat zal het zijn? We zullen zien, maar we leven met hoop in onze God. En we vragen God dat Hij in ons cultiveert wat de mens niet alleen kan bereiken, volgens Zijn woord: “Bij mensen is het onmogelijk, maar niet bij God; want bij God zijn alle dingen mogelijk.” En meer dan ooit moeten we dit gebed vaker uitspreken: “Heer, kom en blijf in mij en Uzelf werkt in mij de dingen die U welgevallig zijn!”. Van de dingen die God welgevallig zijn, hebben we tegenwoordig geloof nodig dat ons door de moeilijkste gebeurtenissen kan leiden die steeds onvoorstelbaarder worden. Dit is niet alleen niet het moment om de hoop te verliezen, maar het is ook het moment om de paal meer dan ooit vast te houden, totdat de golf voorbij is. Wie weet wat het wordt en op welke manier? De woorden die essentieel blijven: “Houd je geest in de hel, en wanhoop niet” (…) Sinds de Industriële Revolutie en de Eerste Wereldoorlog is een nieuwe wereld begonnen. En in deze wereld proberen we zo veel als we kunnen om te leven zoals onze vaders deden. Als we iets; kunnen doen, zeggen we: “Dank u, Heer”. Als we niets kunnen doen: geduld! Zoals vader Cleopa (Ilie) zou zeggen: “geduld, geduld, geduld!”
Moge de Heer u en ons allen een troostende goddelijke genade schenken, zodat we door de dingen heen kunnen gaan! Het soort troost dat de zeiler heeft, wetende dat de golf uiteindelijk zal passeren, maar voor nu weet ik één ding: vasthouden aan deze paal.
Bron : Van de conferentie, The Philokalia – Incarnation and Eschatological Premises
Vertaling in het Nederlands : Kris Biesbroeck

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie