
H. Ambrosius (ca 340-397)
bisschop van Milaan
Over Abraham, I, 5, 32-35

“Maakt u vrienden met behulp van de geldduivel ?”
“Eens verscheen de Heer aan Abraham bij de eik van Mamre, toen Abraham op het heetst van de dag bij de ingang van zijn tent zat.” (Gn 18,1). De anderen waren aan het uitrusten, terwijl Abraham uitzag naar de komst van eventuele gasten. Hij probeerde met zoveel haast de gastvrijheid te beoefenen, dat hij het verdiende dat de Heer naar hem toekwam bij de eik van Mamre. (…)
Ja, gastvrijheid is goed, zij verkrijgt haar eigen bijzondere beloning: zij trekt eerst de dankbaarheid van de mensen aan; en ze ontvangt ook – wat het meest belangrijk is- een loon van de kant van God. Wij zijn allen tijdelijke gasten in deze ballingschap hier op aarde. We hebben een tijdje een dak boven ons hoofd; weldra moeten we het weer verlaten. Let op! Als wij hard en onachtzaam zijn bij het ontvangen van vreemdelingen, dan zou het best eens kunnen dat als ons leven voorbij is, dat de heiligen op hun beurt weigeren om ons te ontvangen. “Maakt u vrienden door de ongerechte mammon, opdat, wanneer hij u komt te ontvallen, zij u mogen opnemen in de eeuwige tenten”. (…)
Overigens u weet niet of het God is die u ontvangt, terwijl u denkt te maken te hebben met mensen? Abraham ontvangt reizigers; in werkelijkheid ontvangt hij God en zijn engelen. Ook als u een vreemdeling ontvangt, ontvangt u God. De Heer Jezus bevestigt het in het Evangelie: “Ik was vreemdeling en jullie hebben Me opgenomen. Alles wat u voor één van deze minste broeders van Mij hebt gedaan, hebt u voor Mij gedaan” (Mt 25,35.40).
Bron : Evzo.org
