
Onze relatie met God: De geest van Christus
zacharias zaharou (Essex)
De wedergeboren mens heeft een ander gemoed, ‘de gezindheid van Christus’ [1] , een ander begrip, ‘dat wat in Christus Jezus is’ [2] , een ander hart, waarin ‘Christus woont door het geloof’. [3] Hij wordt als Christus en vervult zijn doel.
De mens verwerft de ‘geest van Christus’, wat betekent dat hij het plan van God kent dat Hij voor iedere ziel heeft en dat hij een geïnspireerd verlangen heeft om een medewerker van God te worden in het grootse werk van goddelijke wedergeboorte. Hij voelt zich vereerd en geprofiteerd omdat zijn Schepper hem van de avond tot de ochtend en van de ochtend tot de avond bezoekt. [4] Vanuit dit perspectief ziet hij het doel van elke mens en daarom durft hij nooit ‘een van deze kleintjes’ [5] , van zijn broers die een gemeenschappelijk lot met hem hebben, kwaad te doen.
Zoals Christus alle generaties van de mensheid in zich droeg, voor allen bad met zweet als bloeddruppels in Getsemane, leed, werd gekruisigd en weer opstond voor de redding van de hele wereld, opvarend naar de hemelen om te bemiddelen voor heel Adam , zo houdt ook de mens die geestelijk herboren is God met heel zijn hart en bidt voor de redding van allen als voor zijn eigen redding. Net zoals Christus de nieuwe Adam werd, in wiens Persoon alle dingen werden samengevat, zo wordt degene die wedergeboren is als een andere Adam, een ander scheppingscentrum, dat hij voor God brengt in zijn smeekgebed. Zo iemand kan niets anders doen dan zijn medemens eren.
We zeiden dat de mens die uit de geest geboren is, het verstand verwerft ‘dat in Christus Jezus is’. Zoals de apostel Paulus uitlegt, komt dit begrip tot uiting in een heilige wedstrijd onder de gelovigen: wie zal zich meer vernederen voor de ander, zijn wil opofferen voor de ander, en wie zal de ander meer eren en liefhebben dan zichzelf? [6] In wezen zijn dit de bepalende kenmerken van de nederigheid en liefde die Christus aan de dag legde toen Hij naar de aarde kwam ‘niet om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen’ [7] . Deze kenmerken worden als deugden aan de gelovigen overgedragen door hun geboorte uit het evangelie van de ‘Vader van de toekomende wereld’ [8] , de ‘Auteur en voleinder’ [9]van hun redding, Jezus Christus. Omdat ze op een dergelijk begrip en levensprincipes zijn gebaseerd, worden de relaties van de kinderen van God zelfs tijdens dit leven op aarde als die in het paradijs.
[1] 1 Kor. 1:16.
[2] Fil. 2:5.
[3] Zie Ef. 3:17.
[4] Job 7:18.
[5] Marcus 9:42.
[6] Zie Fil. 2:2-4, 1 Kor. 10:24.
[7] Matth. 20:28, Marcus 10:45.
[8] Jes. 9:5 (LXX).
[9] Hebr. 12:2.
