
DE HEILIGE SOPHRONY
Over de Drie-éénheid

De Heilige Drie-eenheid, muurschildering in de refterzaal, door Vader Sophrony en leden van zijn gemeenschap, klooster van Sint-Jan de Doper, Tolleshunt Knights, eind jaren 1970. Afbeelding © Het Stavropegic Klooster van Heilige John baptist, Essex
De Drie-eenheid is de God van liefde… (Heilige Sophrony)
“Dit is mijn geliefde Zoon, in wie ik welbehagen heb.” (Mattheüs 3:16-17)
Zie! Het Lam van God dat de zonde van de wereld wegneemt.
De Drie-eenheid is de God van liefde – De man die door de gave van de Heilige Geest de adem van Zijn liefde heeft ervaren, weet met zijn hele wezen dat een dergelijke liefde eigen is aan de Drie-enige Godheid die aan ons is geopenbaard als de perfecte vorm van Absoluut Zijn.
Liefhebben is leven voor en in de geliefde wiens leven ons leven wordt. Liefde leidt tot eenzaamheid van het zijn. Zo is het binnen de Drie-eenheid. ‘De Vader heeft de Zoon lief’ (Joh. 3.35). Hij leeft in de Zoon en in de Heilige Geest. De Zoon ‘blijft in de liefde van de Vader’ (Joh. 15.10) en in de Heilige Geest. En de Heilige Geest kennen we als liefde, al-perfect. De Heilige Geest gaat eeuwig van de Vader uit en leeft in Hem en blijft in de Zoon. Deze liefde maakt de som van het Goddelijke Wezen tot een enkele eeuwige handeling. Naar het patroon van deze eenheid moet ook de mensheid één worden. (‘Ik en mijn Vader zijn één’ (Joh. 10.30). ‘Dat zij allen één mogen zijn; zoals Gij, Vader, zijt in mij, en ik in u, opdat ook zij één in ons zijn’ (Joh. 17.21). ).
Het gebod van Christus is de projectie van hemelse liefde op het aardse vlak. Gerealiseerd in zijn ware inhoud, maakt het het leven van de mensheid vergelijkbaar met het leven van de Drie-enige God. De dageraad van een begrip van dit mysterie komt met gebed voor de hele wereld als voor jezelf. In dit gebed leeft men de consubstantialiteit van het menselijk ras. Het is van vitaal belang om van abstracte noties naar existentiële, dat wil zeggen ontologische categorieën, over te gaan.
Als Christus niet de Zoon van God was, dan zou de redding door de aanneming van de mens door God de Vader totaal onbegrijpelijk zijn. Met Christus stapt de mens voorwaarts in de goddelijke eeuwigheid.
De integraliteit van de ons gegeven openbaring is onuitputtelijk.
Bron : Iconandlight
