H. Johannes Chrysostomus (ca 345-407)
priester te Antiochië, daarna bisschop te Constantinopel, kerkleraar

Homilie over het evangelie van Mattheus, 27,1
HIJ GENAS VELE ZIEKEN
“Bij het vallen van de avond brachten ze vele bezetenen bij Hem. En door zijn woord dreef Hij de geesten uit, en allen die ziek waren genas Hij”. Ziet u hoe het geloof van de menigte beetje bij beetje groeide? Ondanks het late uur wilden ze de Heer niet verlaten; ze dachten dat de avond hen in staat zouden stellen om de zieken bij Hem te brengen. Denk eens aan de vele genezingen die de evangelisten niet hebben genoemd; zij vertellen ze niet allemaal één voor één, maar in één zin laten ze ons een oneindige oceaan van wonderen zien. Opdat de grootsheid van het wonder ons niet tot ongeloof brengt, opdat wij niet verontrust zijn bij de gedachte aan een menigte die zulke verschillende kwalen heeft en in één ogenblik genezen is, brengt het evangelie de getuigenis van een profeet, die even bijzonder en verbazingwekkend is als de feiten zelf: “Opdat in vervulling ging wat gezegd is door de profeet Jesaja: ‘Hij was het die onze ziekten wegnam en onze kwalen op zich heeft genomen.'”(Jes 53,4). Hij zegt niet: “Hij heeft vernietigd”, maar: “Hij nam weg” en “Hij heeft op zich genomen”. Zo maakt hij naar mijn mening duidelijk, dat de profeet eerder over de zonde spreekt dan over de lichamelijke ziekten, wat ook lijkt op het woord van Johannes: “Zie het Lam van God, dat de zonden van de wereld wegneemt” (Joh 1,29).
Bron : Evangelizo.org
