
God werkt in de eeuwigheid, niet in de haast van ons tijdelijke leven. Alles zal gebeuren op het moment en de manier waarop Hij verlangt”
Moeder Gavrilia (of Gabriëlla)
Gerontissa Gabriëla (1897-1992), ook bekend als Gavrilia, was een Grieks-orthodoxe non uit de 20e eeuw. De Gerontissa Gabrielia (Gavrielia) werd geboren in Constantinopel (Istanbul) op 15 oktober 1897 als dochter van Helias en Victoria Papayannis. Ze was de jongste van vier kinderen.
400 Gezegden van Moeder Gabriëlla
De Gezegden
1.Elke plaats kan een plaats van opstanding worden, als de nederigheid van Christus de weg van ons leven wordt.
2.Je mag slapen, zolang je maar in een staat van waakzaamheid bent.
3.Er zijn er die een weinig wakker blijven, en sommigen die voor iedereen wakker blijven.
4.Orthodoxe spiritualiteit is kennis die wordt verworven door lijden in plaats van door leren.
5.Wens niet veel dingen, of ze nu binnen of buiten bereik zijn. Zorg er in plaats daarvan voor dat je het weinige dat je hebt heiligt.
6.Om te leren hoe je God liefhebt: dit is het enige echte Onderwijs.
7.Er is niets goedkoper dan geld.
8.Betere hel in deze wereld dan in de andere.
9.Het is niet wat we zeggen, maar wat we leven. Het is niet wat we doen, maar wat we zijn.
10.Ik zet de Rasson (Monastieke gewoonte) op en ik spreek alleen als het mij gevraagd wordt. De Rasson spreekt.
11.Als je liefde hebt voor de hele wereld, is de hele wereld mooi.
12.Iemand zei dat een christen hij is die liefde zuivert en werk heiligt.
13.Ons doel zou moeten zijn om de Paraclete in ons hart te hebben, zelfs als we de… Parasiet in ons hoofd hebben.
14.We worden een weerspiegeling van de hemel door te zeggen: ‘Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel’.
15.Hij die liefheeft, is zich er niet van bewust, omdat hij zich niet bewust is van zijn eigen ademhaling.
16.Wanneer deuren open zijn in de hemel, zijn ze ook open op aarde.
17.Wanneer de geest niet wordt afgeleid door wereldse zaken en verenigd blijft met God, dan wordt zelfs de ‘Goede dag’ die we zeggen een zegen.
18.Door ‘nee’ te zeggen en te weigeren, verliezen we ons doel.
19.We mogen niet ‘bestaan’ in het bijzijn van de ander, die Gods ‘beeld en gelijkenis’ is.
20.In de eerste stappen van ons leven hebben we de aanwezigheid nodig van iemand van wie we houden. Naarmate we verder komen, vult de Ene, God, ons zo met Zijn Liefde en Vreugde dat we niemand meer nodig hebben. De ziel doet dit in het begin omdat ze nog niet weet van wie ze houdt, en denkt dat het deze of die persoon is.
21.Vaak is wat God van ons verwacht de bedoeling in plaats van de daad zelf. Onze bereidheid om Zijn Gebod te volgen is genoeg voor Hem.
22.Jezus Christus gaf ons de gulden middenweg: alleen en met anderen.
23Toen God ons schiep, gaf Hij ons Leven en ademde Zijn Geest in ons. Deze Geest is Liefde. Als liefde ons verlaat, worden we zo dood als lijken. We leven niet meer.
24.Een christen moet eerbied hebben voor het Mysterie van het Bestaan in alles en iedereen.
25.Om de staat van niet-bestaan, liefde en liefde en liefde te bereiken totdat je je volledig identificeert met de Andere, wie dit op dat moment ook mag zijn. Aan het eind van de dag kun je je afvragen: Is er iets wat ik wil? Nee. Is er iets wat ik wens’ Nee. Is er iets wat ik mis’ Nee… Dus, dat is het!
26.De geestelijk gevorderde persoon is degene die een staat van “niet-bestaan” heeft bereikt en diep heeft begrepen dat wat er met hem gebeurt, is omdat God het wil of omdat God het toestaat.
27.Echte innerlijke vooruitgang begint pas wanneer iemand stopt met het lezen van iets anders dan het Evangelie. Pas dan kan hij, verenigd met God door het Jezusgebed, Gods Wil horen.
28.Wens nooit iets anders dan de wil van God en accepteer met liefde alle beproevingen die op je weg kunnen komen.
29.Identificeer nooit iemand met de verkeerde manier waarop hij je behandelt, maar zie Christus in zijn hart.
30.Vraag nooit: “Waarom is mij dit overkomen” “Als je iemand ziet die lijdt aan gangreen of kanker of blindheid heeft, zeg dan nooit: “Waarom is dit hem overkomen”‘ Bid in plaats daarvan God om je het visioen van de andere kant te geven… Dan zul je, net als de Engelen, in staat zijn om de dingen te zien zoals ze werkelijk zijn: Alles in Gods plan. alles.
31.Een wijs man zei: “Als je alleen voor jezelf zou leven, zou het beter zijn geweest als je niet geboren was.
32.De meest kwetsbare plek van een persoon is te vinden in veel praten en discussiëren.
33.Zachtmoedig zijn is nooit een schuldig geweten willen hebben.
34.Wanneer gedachten over het vellen van een oordeel over een andere persoon in je gedachten komen, bid dan dat God ze onmiddellijk wegneemt, zodat je deze persoon kunt liefhebben zoals Hij dat doet. Dan zal God jullie helpen jullie eigen fouten te zien. Als Christus zichtbaar was, zou je dan zulke gedachten kunnen hebben?
35.Als je iemand niet mag, denk dan dat je Christus in die persoon ziet. Dan durf je niet eens een woord van kritiek uit te spreken.
36.We moeten mensen liefhebben en ze in ons hart accepteren zoals God ze aan ons presenteert. Het is dus geordend door de Heer Zelf en door de orthodoxe traditie.
37.Niemand mag de dienaar van een andere mens worden. We zijn slechts dienaren van God. ‘Want gij zijt gekocht met een prijs’, zegt de Apostel (1Cor.6:20). Daarom mag er geen dienstbaarheid zijn in menselijke relaties.
38.Wat we zeggen blijft in de eeuwigheid.
39.Alleen als je geperfectioneerd bent in Liefde kun je de staat van Onbezonnenheid (Apathië) bereiken.
40.Alleen zij die handelen zonder ware liefde worden geconfronteerd met tegenslagen.
41.De faculteit van oordeel (Crisis) komt natuurlijk tot de mens. Kritiek (Katakrisis) en herprovalen komen voort uit boosaardigheid. Onderscheidingsvermogen (Diakrisis) is een geschenk van God en we moeten ervoor bidden. Het is essentieel voor onze bescherming en vooruitgang.
42.Het leven van de kerk gaat verder dan morele discipline en religieuze plicht. Het is de transcendentie van moraliteit naar spiritualiteit.
43.Een onoplosbaar persoon neemt niet deel aan het leven.
44.Als we geholpen moeten worden, zal God iemand naar ons sturen. We zijn allemaal medereizigers.
45.De stem van God is stilte.
46.Wie in het verleden leeft, is als een dode man. Wie in de Toekomst leeft in zijn verbeelding is naïef, omdat de Toekomst aan God toebehoort. De vreugde van Christus is alleen te vinden in het Heden, in het Eeuwige Heden van God.
47.Onze bestemming is om God te aanbidden en onze medemensen lief te hebben.
48.We vinden geluk en vrede alleen door te leven volgens Gods geboden.
49.De meest essentiële daad van filantropie is om goed te spreken over onze medemensen.
50.Ik kon me geen zorgen maken, zelfs als ik het probeerde. Als we ons zorgen maken, is het alsof we tegen God zeggen: “Ik ben het er niet mee eens. Je doet het niet goed”. Trouwens, dit is pure ondankbaarheid.
51.Spreken in aanwezigheid van Schoonheid is overbodig. Het verstoort de harmonie.
52. Door het aanroepen van de naam van Christus vernietigen we ons ego.
53.Het is de olielamp van onze ziel die altijd moet branden en voor altijd moet branden.
54.Wij zijn de eersten die de vreugde voelen die we anderen geven.
55.Beter een mondgebed dan helemaal geen gebed.
56.Laat God tussen u en uw doel ingrijpen, in plaats van uw doel tussen u en God te laten ingrijpen.
57.De kwelling van het sterven is de inspanning van de ziel om zichzelf te bevrijden en naar de Heer te rennen.
58.Correspondentie is de enige manier die eenzaamheid en gezelschap combineert.
59.Wonder is de normale gang van zaken volgens Gods Wil. Wat wij een wonder noemen, is alleen wat natuurlijk is voor God.
60.Als we met tegenslag te maken krijgen, laten we dan niet vragen wie de schuldige is. Omdat de schuld alleen bij ons ligt. We zullen de reden vinden als we erom vragen in ons gebed: misschien hebben we niet genoeg liefgehad, of hebben we een ander gebod niet gehoorzaamd, of we hebben de situatie verkeerd aangepakt, of we zijn sneller gegaan dan we zouden moeten, of we hebben vertrouwd op de verkeerde persoon.
61.Als we iets verliezen, laten we dan zeggen: ‘Op deze manier, Heer, verlos mij ook van elke kwade gedachte die ik voor mijn naaste heb’.
62.Angst is voor degenen die geen geloof hebben.
63.Liefde is alleen aan het kruis.
64.Menselijke relaties worden moeilijk wanneer het ‘ik’ boven het ‘jij’ staat.
65.God houdt net zoveel van je vijanden als van jou.
66.Wil je bidden? Bereid je voor om de Heer in het geheim te ontmoeten.
67.Met Gods Toestemming worden sommige mensen instrumenten van de Kracht der Duisternis voor onze eigen beproeving en vooruitgang.
68.Je moet niet van streek raken, want een rusteloos hart verdrijft alle Hulp.
69.Als iemand in de wereld kan leven en zich er toch niet mee vermengt – net zoals olie en water zich niet mengen in de olielamp – dan kan hij in God leven. Hij is in deze wereld, maar niet van deze wereld.
70.We zijn allemaal vaten, soms van Licht en soms van Duisternis.
71.Houd je mond dicht in het uur van crisis, wanneer een probleem acuut is. Zeg niets, want je kunt er duizend keer spijt van krijgen. Vertel het in plaats daarvan aan de engelen zodat ze het aan de voeten van de Heer kunnen plaatsen, en bid de Heer om een engel van vrede om je ziel te kalmeren.
72. Soms vragen mensen je advies of instructie, zodat ze je achteraf de “schuld” kunnen geven als het mis gaat. Maar waarschijnlijk wordt alles wat je zegt genegeerd, in welk geval het allemaal een verspilling van moeite is.
73.Als het ‘ik’ breekt en ‘jij’ wordt en het ‘jij’ ook breekt zodat ze allebei ‘hij’ kunnen worden, dan worden we allemaal ‘zijn’.
74.Als je ooit angst in je hart voelt, sluit dan je ogen en zeg het Jezusgebed: ‘Heer Jezus Christus, ontferm U over mij’…
75.Pas als we stil zijn, geven we de engelen de kans om iets te doen.
76.Doe wat u moet doen en God zal doen wat Hij moet doen.
77.Wanneer je een trilling in je hart voelt, een diep verlangen naar iets, zal dit uitkomen na een door God bepaald tijdsverloop.
78.Zelf kunnen we geen van onze fouten wegwerken. Hij neemt ze één voor één van ons weg.
79.We zouden God elke dag moeten vragen om onze wil te breken en hem tot de Zijne te maken, zodat we kunnen worden zoals Hij wil dat we zijn.
80.We moeten ons niet ‘overgeven’ aan Zijn Wil. Dit is wat soldaten doen. Wij, die Zijn kinderen zijn, moeten Hem onze eigen wil aanbieden samen met ons hele wezen – in welke erbarmelijke staat we ook zijn – en hem zeggen: “Heer, neem al mijn fouten en onvolmaaktheden en zet ze recht.”
81.De genade van God komt wanneer we onze hand opsteken. Het is het geloof dat Gods genade naar ons toe trekt. God ‘stort’ Zijn Genade uit, maar waar is de hand die reikt om die te ontvangen? In plaats daarvan dragen we hoeden of paraplu’s…
82.Als een buitenlander kwaad spreekt over Griekenland en het orthodoxe geloof, identificeer de man dan niet met zijn woorden. Praat echter nooit met hem over zulke belangrijke gebeurtenissen zoals de ontdekking van heilige relikwieën en andere wonderbaarlijke dingen die hier gebeuren.
83.U mag niet praten over afwezige personen.
84.We leven in IJdelheid en geloven dat dit het leven is. Wat zijn we zielig!
85.O Heer! Vergeef ons als we soms in trots lopen, als kleine haantjes die denken dat ze geweldig zijn.
86.Arme mensen! We beschouwen het vergankelijke als onsterfelijk en het onsterfelijke als niet-bestaand.
87.Arme ui! Het biedt ook wat het kan.
88.Hoe mooi is het ‘Mysterie’, het ‘Sacrament’ van morgen!
89.Een persoon volgt zijn les maar één keer. Als hij de eerste keer niet leert, betekent dit dat er iets mis is in zijn onderbewustzijn dat hem ervan weerhoudt dit te doen.
90.De Heer zei: Wie iets wil, gelovend, hij zal ontvangen – Zolang het verzoek in overeenstemming is met Gods Geboden, dat wil zeggen met Liefde.
91.Ontzeg anderen niet de kruimels die van uw tafel vallen van het Brood des Levens, dat u geheel door de Heer is gegeven. Zovelen hongeren en dorsten naar Liefde, zoals Lazarus die zich voedde met de kruimels die van de tafel van de rijke man vielen.
92.We hebben niet het recht om het licht van de Heer niet te weerkaatsen. Niets mag in de schaduw, ‘onder de maaltijdbak’ worden achtergelaten.
93.Alles heeft twee kanten, zoals een tweesnijdend mes. Wat men vandaag creëert, vernietigt morgen. ‘Laat hem begrijpen, hij die kan begrijpen’.
94.Sommige matrozen op een schip kunnen ruzie maken en met elkaar vechten, maar het schip vaart verder en bereikt zijn bestemming. Hetzelfde geldt voor de Kerk, want Christus Zelf aan het roer staat.
95.Liefde alleen is genoeg om een wonder te laten gebeuren. Noch het gebed noch de komboskini (gebedstouw) hebben zo’n kracht.
96.De ervaring heeft mij geleerd dat niemand iemand kan helpen, hoe sterk zijn wens en liefde ook is. Hulp komt alleen in het Uur van God, van de Ene.
97.We zijn alleen nuttig als we niet voor onszelf bestaan. En vice versa.
98.We mogen geen beslissingen nemen namens anderen. We moeten dit aan de engelen overlaten, want zij vinden altijd de beste oplossing.
99.Net als Simon van Cyrene moeten we altijd klaar staan om onze medemens te hulp te schieten.
100.Als je hulp zoekt van iemand die het druk heeft, zal hij het voor je doen, niet te traag en lui.
101.Wee mij als ik niet liefheb.
102.Er zijn drie dingen nodig. Eerste liefde, tweede liefde, derde liefde.
103.Het vasten van een dieet is zo makkelijk als men wil afvallen. En zo moeilijk is het vasten op woensdag en vrijdag als de kerk dat wil.
104.In de kerk moeten we altijd op dezelfde plaats zitten, voor de engelen.
105.Na de liturgie moeten we zo lang mogelijk in de kerk zitten, voor de engelen
106.Als we praten en iemand onderbreekt ons, moeten we niet doorgaan. Het betekent dat hij niet zou horen wat wij zouden hebben gezegd. Zo doen de engelen.
107.Hij die niemand wil zien, is geen mens.
108.Nergens zijn we ‘voor altijd’. (We zijn nooit ergens “voor altijd”.)
109.Wat ons ook overkomt, is alleen onze eigen schuld.
110.Elke ochtend, op de nieuwe pagina die we openen, ondertekenen we de blanco. Wat God ook wil, laat Hem schrijven. (Elke ochtend een nieuwe pagina openen en uw handtekening op de lege pagina zetten. Wat God ook wil, laat Hem schrijven.)
111.Als we bidden, moeten we onze deur op slot doen.
112.Als je het punt van wanhoop niet bereikt, zul je het Licht nooit zien.
113.Wees stil en weet… Er is geen grotere school dan dit soort stilte van de geest.
114.De enige echte vreugde is vrij zijn van zorgen.
115.Net zoals je niet heel dicht bij de bronnen van grote rivieren kunt komen vanwege het geluid van het water, en je niet kunt praten of horen, zo kun je niet dicht bij de bron van leven en liefde komen, namelijk God. En alleen van een afstand kun je de warmte, de energie, de kracht en het “water” ontvangen dat Hij je geeft, om het op jouw beurt te geleiden.
116.Als een kleine vogel die, wanneer de tak waarop hij staat breekt, zich geen zorgen maakt maar zijn vleugels opent en vliegt, zo geeft ons geloof en onze hoop op God ons de kracht en vreugde om te vliegen wanneer de tak breekt onder onze voeten.
117.Hoe meer gesloten de deur van onze cel is, hoe meer de poort van de hemel open staat.
118.Als iemand onze vreugde wil bederven, moeten we in onszelf bedenken dat God van ons houdt.
119.Je zou bij de mensen moeten zijn zoals je bij Christus bent; net alsof Hij aanwezig was, en dan zul je over niets of met wie dan ook boos worden.
120.Hoe meer we dingen en problemen ter harte nemen, hoe meer we onze trots en ons gebrek aan geloof tonen.
121.Iemand die echt nederig is, raakt niet van streek, want wie boos wordt begint met oordeel, met veroordeling en opstand.
122.De bibliotheken en collegezalen zijn altijd vol; maar welke heilige is ooit uit hen voortgekomen?
123.Onze intellectuele cultivatie vindt plaats in het hart. Dat is een intellectueel persoon. Niet iemand die is opgeleid, zoals velen denken.
124.Er bestaat zoiets als christelijk zelfrespect. Omdat de christen weet dat hij een broer is van de Prins der Glorie en een zoon van de Vader. Hierdoor is het niet toegestaan dat anderen in zijn aanwezigheid op ongepaste wijze praten of aanwezigen of afwezigen veroordelen.
125.God onze Vader Zelf neemt ons bij de hand en neemt ons mee op de proef. Voor onze zuivering en perfectie. Daarom heeft God de Zoon ons geleerd om tot Hem te bidden, “en ons niet in verzoeking te brengen”.
126.Christus zei tegen ons: Ga en maak alle volken tot mijn leerlingen. En wij – zwijgend – wat doen we?
127.Als je de Heer liefhebt, dan heb je geduld met Zijn wil. Als je echter geduld hebt zonder liefde, dan ben je als een soldaat van Hitler. Niets meer.
128.Veroordeling, spot, minachting, hypocrisie, zeggen “Ja, maar…” – dit zijn de wapens van de zwakke man die heeft gefaald in wat hij wilde doen in zijn leven en zijn bestemming voor God.
129.Onze Heer gaf als voorbeeld van vrijheid van zorg, geen mensen maar de vogels van de hemel.
130.Als je niets zoekt, en wat God je ook geeft, je geeft het allemaal weg… dat is liefde.
131.Als we iemand vragen om voor ons te bidden om die en die deugd te verkrijgen, moeten we hetzelfde bidden, want in dit geval is ons gebed het beste.
132.We hebben geduld nodig onder de pijlen van de boze, volharding in het breken van ons ego en onderwerping aan de heilige wil van God. Alleen met deze kunnen we vooruitgang boeken.
133.Neem nooit deel aan een discussie waarin iemand wordt veroordeeld of zelfs maar wordt geroddeld.
134.Vaak lijkt Zijn wil ons niet rechtvaardig, of handig of aangenaam. Maar als we zien dat hierachter een berg is, de berg van Zijn liefde, dan zien we dat de dingen alleen zo kunnen zijn; geharmoniseerd in God.
135.Hoe groter je geloof in het hemelse, hoe minder je van streek raakt over het aardse.
136.Wat ons van streek maakt, is het gevoel van onrecht dat we hebben als we denken dat ons onrecht is aangedaan. Maar wat wij als verkeerd zien, beschouwt God als de grootste leerschool voor de vooruitgang van onze ziel.
137.Vertrouw nooit op iets dat iemand je vertelt. Zoek het zelf uit.
138.We moeten weten wanneer we stil moeten zijn en wanneer we moeten vertrekken waar we zijn.
139.Hoe meer we praten over iets dat gebeurt, hoe meer het in ons leven blijft, terwijl het normaal gesproken op het juiste moment zou vertrekken.
140.Als ik Christus als mijn hoofd heb, hoe kan ik dan mijn hoofd onder een mensenhoofd plaatsen?
141.In de Bijbel zul je het woord “plicht” niet vinden.
142.Bespreek met niemand iets wat niet met God te maken heeft, en je zult altijd stil zijn.
143.Beter dom zijn dan dom.
144.Als we zeggen dat iemand ‘gevoelig’ is, betekent dit dat hij lijdt omdat zijn ego gekwetst is en omdat hij trots is. Hetzelfde gebeurt met kinderen, die, zodra iemand ze uitscheldt of tegenwerkt, meteen beginnen te huilen. Dit is niet toegestaan voor een persoon van God. De heiligen hadden geen hoogmoed, en wat de mensen hen ook aandeden, ze accepteerden het omdat ze nederig en zachtmoedig waren. In dit geval is de ziel niet “gevoelig”, is niet beledigd; het heeft liefde, kalmte…
145.Als ik verenigd ben met Christus, wie zal mij dan scheiden? Is er nog een persoon? Alleen iemand hier buiten… laat hem dan blijven waar hij is!
146.Ziekte gaat altijd samen met spirituele ervaringen voor een persoon die in staat is ze te begrijpen.
147.We denken allemaal dat we gelijk hebben. Dat is de reden waarom we denken dat al onze daden terecht zijn gedaan. Maar helaas, net zoals de Waarheid Eén is, zo is ook de Rechts Eén… maar we zijn niet in een positie om te onderscheiden.
148.Als we niet struikelen, komen we niet vooruit. We moeten God danken dat we op de koop toe geen arm of been breken.
149.Als je iets wilt doen, maak er dan geen reclame voor. Het zal zich “materialiseren” in woorden en zal niet langer ook in de werkelijkheid hoeven te materialiseren. Houd het geheim tot het laatste moment – van iedereen
150.We zouden elke dag toeschouwers moeten zijn van de wonderen van God.
151.Als je spontaan iets over God zegt, is dat van God. Aan de andere kant, wanneer het “prediken” wordt, dan is het het ego dat de weg wijst. In het eerste geval vangt het zaad, in het tweede niet.
152.Waar geen respect is voor de persoon, is er ook geen voor God. En andersom.
153.Als mensen twee dingen hadden, bereidheid tot verandering en “ja” tegen die spirituele persoon die van hen houdt en die zij vertrouwen, dan zou de zegen van God over hen komen. Dit is de reden waarom overal waar gehoorzaamheid is, Gods zegen komt en het wonder gebeurt.
154.Na gehoorzaamheid komt er, op de door God bepaalde tijd, leiding van boven.
155.Het krachtigste gebed is de Epiclesis (Aanroep) van de Heilige Liturgie.
156.We kunnen niet de ene voet hier en de andere daar hebben. God wil dat we heel zijn. Dus als we zeggen dat we God toebehoren en dat we van Hem houden, hoe kunnen en hoe durven we dan niet honderd procent van Hem te zijn?
157.Alleen op Zijn eigen manier brengt de Heer slagen. Zodat ze wakker worden en bewust worden en zich bekeren.
158.Wie niet verliest, vindt niet.
159.Liefde is een bom die alle kwaad vernietigt.
160.Zeg nooit dat het te laat is, ook al ben je erg diep gevallen…
161.We zouden altijd moeten zeggen: “God zij dank voor ons bestaan.” Dank God voor het bestaan van de ander. Dit is de ware dankzegging die God wil.
162.We moeten waken voor het gevoel van eigenaarschap.
163.Laat de ander nooit begrijpen dat hij je pijn heeft gedaan.
164.Als we twijfelen over een standpunt dat we zouden moeten innemen, moeten we het aan ons geweten vragen, niet alleen aan onszelf. En neem altijd de positie van de ander in.
165.We mogen nooit de waarheid verraden die we in onszelf voelen. Voor niemand. Voor geen enkele situatie. Misschien zie je me daarom hier vandaag en morgen daar. Maar in plaats van de stem van God in mij te verraden, ben ik liever dakloos en bedelaar.
166.Ga nooit ergens uit eigen beweging weg. Nee nee nee! Als de ander je niet wegjaagt, ga dan niet weg.
167.Als ik de mogelijkheid had zou ik speciale “grillen” doen aan iedereen die geen middelen heeft… Geen liefdadigheid.
168.Laatst vroeg een dame mij wat er zou gebeuren met de ‘tolhokjes’ na de dood. Ik zei tegen haar: “Ik zal ze vertellen dat het licht van Christus voor iedereen schijnt! Je bent echter in duisternis en ik zie je niet!”
169.Ouderen en minderjarigen hebben hetzelfde probleem in deze wereld… Zodra je een bepaalde leeftijd passeert, zeggen ze: “Ah, nu zal hij ziek worden en wat gaan we doen – zullen we hem behandelen ? Beweeg niet, doe dit niet, doe dat niet.” Gewoon voor hun eigen bestwil, zodat ze je niet hoeven te behandelen. Niet voor de jouwe!
170.Het grootste deel van mijn gebed hier en al jaren is Dankzegging. Wat moet ik nog meer vragen als ik alles heb?
171.Het is niet de schuld van de abt als hij streng is. Het is de schuld van ons eigen geweten. Want welke vreselijke zonde we ook hebben begaan, we moeten het vertellen. Aan de andere kant, wanneer het ego ons in hoofdletters tegenhoudt, wordt de ander streng.
172.Wie iemand anders eert, eert in wezen Christus die in hem is. Zo werkt het. En als we zelf anderen een eer of een positie geven, eren we echt de Heer die we in ons hebben en die ieder mens heeft.
173.Wat je ook eet en drinkt aan tafel, maak het kruisteken erover en zeg tegen jezelf: “Voor genezing van ziel en lichaam”.
174.Zelfs als we persoonlijk geen verdriet hebben, zien we het verdriet in de wereld en het verdriet erover. Maar als mensen geen geloof hebben, kunnen we niets doen.
175.God legde de zintuigen in het hoofd. Waarom? Weet u? Zodat we onszelf niet kunnen zien. Ja! Zodat we alleen de ander zien en alleen de ander liefhebben. En zodat we onszelf alleen in de ogen van de Ander zien.
176.Je moet een continu gesprek hebben met je beschermengel. Over alles. Zeker in moeilijkheden en wanneer je niet op iemand over kunt komen. Hij helpt altijd.
177.Twee dingen zijn heel belangrijk… “Heb elkaar lief” en “Vrees niet, geloof alleen.”
178.De heilige Paulus zegt zelf: “Geef het op na een of twee vermaningen.” Af hebben! Je hebt gezegd wat je moest doen, je hebt de persoon zoveel mogelijk geholpen. Vanaf dat moment bid je voor hem en zit je stil en kijk je naar je eigen ellende.
179.Uiteindelijk hebben we het universum geleerd, terwijl we onszelf laten zoals ze zijn, om plezier te hebben!
180.Als steenkool niet wordt “geslagen”, kan het dan diamant worden?
181.Vergeet bij de “Dynamis” in de Goddelijke Liturgie niet om je hoofd en je hele lichaam te kruisen… wat je op dat moment ook vraagt, wordt gehoord. Het is een heel krachtig moment.
182.Als we in ons leven goed kijken, zullen we zien dat we lessen trekken uit zowel positieve als negatieve dingen. Met wie we ons ook bevinden, zelfs binnen enkele ogenblikken.
183.”Slecht humeur” is egoïsme.
184.Zorgen voor is één ding en liefhebben een ander.
185.In plaats van te vragen “Houdt deze persoon van mij”, is het beter om te zeggen “Ik hou van deze persoon”. Dan verandert alles. De apostel Paulus verwoordde het zo mooi.
186.Uur na uur denk ik dat mijn hart zal breken van liefde.
187.Alleen mensen met een minderwaardigheidscomplex willen altijd de baas worden.
188.Liefde is altijd aan het kruis. Omdat Christus aan het kruis hangt.
189.Weet je wat me opvrolijkt als ik medelijden met iemand wil hebben? Ik zeg: “Ik hou zoveel van hem; God houdt tienduizend keer meer van hem. Het komt goed met hem!”
190.Echt vasten is stoppen met alle kwaadspreken, eigenbelang, het zien van de splinter in de ogen van onze broeder, oordelen over de dienaar van een ander…
191.Wanneer men alleen is met God, gaat de tijd onvoorstelbaar snel voorbij. Sneller dan wanneer je gezelschap hebt… En toch kan men ook binnen de wereld verenigd blijven met God. Hoe? Wat hij ook doet, hij richt zijn gedachten op Hem… wanneer al het goede dat op zijn pad komt, geeft hij Hem eer… en welke beproeving hij ook ontmoet, hij dankt Hem.
192.Ik vind het geloof van de centurion erg ontroerend.
193.Dit is ons doel op aarde. Om te proberen te leven in het Koninkrijk van God, hier. Want hoe kunnen we komen en vertrekken zonder hier het paradijs te voelen? We zijn uit het paradijs gevallen, maar als we er niet naar terugkeren, hoe zullen we het dan daar winnen?
194.Als iemand echt gelooft, kan hij nooit deelnemen aan de ondeugden of illegale dingen die we elke dag zien. Want iedereen die ze doet, heeft niet in God geloofd, heeft Hem niet in hun ziel geleefd. Maar zodra ze in Hem geloven, zullen ze elke dag naar zijn wonderen kijken.
195.Pas op voor mensen die je van streek willen brengen en vervolgens om vergeving willen vragen. Ze nemen dubbele tevredenheid. Ze hebben je van streek gemaakt en je hebt ze vergeven.
196.Dat wat de wereld toevalligheden noemt, noem ik bijeenkomsten.
197.De wereld is zelfs “kleiner” voor degenen die God wil ontmoeten.
198.Hier heb je een aardse vader en moeder en voel je je zo mooi. Hoeveel te meer als je weet dat de Almachtige je beschermt!
199.Al degenen die de toekomst onderzoeken en ‘zien’, zien alles slecht, koud en ondersteboven. Dat wil zeggen, kunnen ze niets goeds zien? Niets? Nou, dan lijden ze natuurlijk het kwaad, ze trekken het kwaad aan door hun gedachte.
200.’s Avonds zeg ik in mijn gebed tegen mijn engel: “Neem zelfs vanavond mijn ziel en leg die aan de voeten van Christus om de hele nacht vervolmaakt te worden, en moge ik ’s morgens beter vinden!”
201.Accepteer nooit iets van een rijk persoon. Van iemand die worstelt om de kost te verdienen of een arm persoon ja, met veel dankbaarheid.
202.De waarheid is Eén en dat is Christus.
203.Veel troparia beschrijven de geboorte van Christus op zo’n manier dat we zouden kunnen vergeten dat de Maagd op bovennatuurlijke wijze zwanger werd. Wat hou ik van de geboorte van Christus in het Perivleptos-klooster in Mystras en het schilderij van Gyzis…
204.Je moet alleen aan het licht denken en het zien. Al het andere zijn slechts haakjes, die niet zoveel als een spoor op u zouden moeten achterlaten.
205.We horen vaak: “Ik heb deze man of deze vrouw ontmoet en mijn leven is veranderd”… en we zien dat er uiteindelijk niets is veranderd. Geen leven. Waarom?
206.We komen tot het kloosterleven zoals die scherpe rotsen uit een steengroeve die allemaal hoeken en uitsteeksels zijn. Geleidelijk aan worden we door de genade van God als de kiezelstenen in een rivier of aan de kust, die rond en glad zijn.
207.Om onze vrijheid en onze autonomie gelijk te trekken en om altijd een gerust geweten te hebben, hebben de heilige apostelen en de kerkvaders ons een gids gegeven. En godzijdank daarvoor… Want op het moment dat je vraagt, of in het midden van rotsachtige grond, op een berg, in een straat die je niet kent, ben je daar ineens… met twee woorden komt hij en geeft je je antwoord en dan weet je dat je nu in orde bent.
208.Ik ben gewoon iets geweest voor je voorbereidende stappen. Als je niet vasthoudt aan Christus en de Kerk, dan ben je verloren, zelfs als je in gedachten aan een persoon denkt. Wee hem die in plaats van naar Christus te gaan naar een persoon gaat.
209.Het uur waarop je de stap zet, of je doet het alleen of je bent de rest van je leven verloren.
210.Niemand kan zowel in deze wereld als in de volgende leven. Of hij wordt periodiek ziek of hij sterft voortijdig. Je kunt niet in twee werelden leven. Het is niet mogelijk.
211.Ik hou ervan als we zeggen “Zegen de Heer mijn ziel” en daarna de zaligsprekingen, in plaats van “Door de voorbede” en “Red ons”. Zo was het vroeger in Constantinopel.
212.Degenen die mensen in de wereld zien, houden niet op mens te zijn. Ze behouden hun menselijkheid…
213.U kunt zinloze “chats” niet vermijden, tenzij uw gedachte ergens anders is. Maar dit vergt veel oefening. Zeker als de omgeving je vriendelijk en dierbaar is.
214.Christus zei: “Vader vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen”. Maar wie is het die niet weet wat hij doet? Een gek. Jij begrijpt het?
215.Als het in Gods programma voor u staat om ergens heen te gaan, dan zult u gaan. Daarom sta ik over het algemeen rustig in het leven. Ik heb opgemerkt dat zelfs als iemand dat niet wil, God hem beweegt.
216.Een vrouw die weduwe was, zei tegen mij: “Waarom zou God mijn familie van mij afnemen?” En ik zei tegen haar: “Waarom vraag je niet waarom Hij hem zo lang aan jou overliet?” “Nou oké, maar er zijn er zoveel die leven.” ‘Maar ook, hoeveel sterven er zodra ze trouwen. Heb je die vraag wel eens gesteld? Je zou jezelf nu aan een soort werk moeten wijden, om maar te vergeten.’
217.Als God iemand wil helpen, kan Hij van deze stenen “kinderen van Abraham” maken. Als jij het niet was, zou het iemand anders zijn. U was de onpersoonlijke afgevaardigde van God. Wee u als u op een dag denkt dat deze iemand u dankbaar zou moeten zijn! Als hij komt en u bedankt, zeg dan dat u God moet danken, want Hij zou ongetwijfeld toch iemand hebben gestuurd om hen te helpen. Hij heeft u gestuurd, daarom zou u hem moeten bedanken en God dankbaar zijn dat hij u heeft gestuurd.
218.Niemand “bestaat” tenzij hij wil bestaan.
219.Sommige mensen willen naar de opstanding gaan zonder langs Gologatha te gaan.
220.Omdat de christenen het evangelie niet in praktijk konden brengen terwijl ze in de wereld leefden, vluchtten ze. Zo werden ze de eerste kloosterlingen.
221.Alleen mensen van God, die geen compromissen sluiten, herkennen elkaar.
222.Mijn wensen: moge de genade van onze Christus, de liefde van de almachtige Vader en de inspiratie van de Heilige Geest met u zijn! Moge uw voorbeeld het leven zijn van de Moeder van God, die u bij elke stap zal leiden met haar aartsengelen en engelen als uw hemelse moeder; dat je van je moeder houdt die je tot leven heeft gebracht en heeft opgevoed, en dat je eerst haar liefde en vreugde mag geven, en daarna aan iedereen die bij je in de buurt komt.
223Echt gebed bereikt altijd de hemel. De engelen dragen het naar de juiste plaats en het antwoord komt. De basis ervan is Waarheid, en “Niet Mijn wil, maar die van de Vader Die mij gezonden heeft.”
224.Egoïsme is zelfbescherming. De veiligheid van een christen zou goddelijke bescherming moeten zijn.
225.We helpen allemaal onszelf bij het helpen van anderen. Sommige indirect, andere direct.
226.De Heer zei: “Vergeef uw vijanden.” Het is onbegrijpelijk voor ons om onze broeders niet te vergeven, dus noemde Hij het niet. Welk recht heeft iemand om iemand niet te vergeven? Als hij dat niet doet, is hij onmenselijk.
227.Liefde wordt niet aangeleerd. Het wordt van bovenaf gegeven als we erom vragen met erkenning van ons egoïsme, dat we willen vernietigen.
228.Wilt u dat alles gebeurt zoals u het wilt? Accepteer alles en iedereen als Zijn wil, of als Zijn concessie.
229.De ander herinneren is een uiting van liefde.
230.En zo gaat de voorbijganger en reiziger die de liefde van God mij heeft gegeven te zijn, verder op weg naar wat onbekend is voor mensen maar bekend is bij de Heer…
231.Voor een beginner: wees eenvoudig. Praat met iedereen. Laat je spiritualiteit gezien worden in je eenvoud.
232Geen enkele heilige wist ooit dat hij een heilige was.
233.Als je “Nee” en “Morgen” niet uit je leven verwijdert, kom je nooit waar de Heer je wil, Die je alles schenkt. Hij zal je de lichamelijke kracht geven als je “Ja” en “Nu” antwoordt. De profeten, de engelen en de heiligen zeiden allemaal: “Zie, hier ben ik… Laat het zijn naar Uw woord.”
234.Niet zoals je wist, maar zoals je vond.
235.Ieder mens wordt ‘gezonden’.
236.Onze invloed, ten goede of ten kwade, haalt de ander weg van de bestemming die God voor hem heeft. Hij moet het zelf beseffen. Daarom moeten we heel voorzichtig zijn.
237.De gaven van de Geest zijn natuurlijk geen individuele prestaties…
238.Wat we niet zien, betekent niet dat het niet bestaat. En wat we niet horen, betekent niet dat het niet spreekt.
239.Zoals een van de ouden zei: “Wees niet doof voor je persoonlijke “demon” “
240.Waarheid en licht zijn synoniem.
241.De bergrede en de brief van Sint Jacobus. Elke dag! Wat jammer dat we ze niet vaker horen…
242.Als je de waarheid volgt, ben je in het licht, je bent bij Christus. Hij zei zelf: “De waarheid zal je vrijmaken”. Maar van wie? Van jezelf! Vanuit passie. En dan zal geen enkele macht in staat zijn je tot slaaf te maken, omdat God Zelf zal helpen met Zijn macht.
243.Onze zielen zijn goddelijke adem. Ons lichaam is Zijn schepping. In ons geheel zijn we de icoon van God.
244.Ik ben onder gehoorzaamheid aan HEM. Ik leef en besta voor Hem.
245.Voordat de Here bad… “Zijn ogen opheffend naar de hemel…”
246.Verduister je geest niet met de verschillende ketterijen en para-religies en metselwerken. Al deze zijn in de “Basket of Vanity”.
247.De Heer staat toe dat degenen die van Hem houden op de proef worden gesteld, ten eerste, zodat hun geloof in Hem sterker wordt, en ten tweede, om een voorbeeld te stellen voor de mensen om hen heen.
248.Vergeet niet in de kerk altijd een kaars aan te steken “voor de zieken en voor de reizigers”.
249.Zeg gebedskoorden ook gewoon met “Dank u”.
250.Heb een kruis in de deur en het raam van je cel. Het moet van hout zijn zoals we dragen.
251.We kunnen iemand die spirituele ervaringen heeft alleen herkennen aan de manier waarop hij leeft en zich gedraagt. Want deze ervaringen sturen zijn leven.
252.Geen enkele persoon is bang.
253.Het is gemakkelijker om jezelf op te offeren voor degenen van wie je houdt dan om met hen samen te leven.
254.Liefde betekent de vrijheid van de ander respecteren.
255.Je voelt je pas vrij als je opgesloten zit.
256.Twee dingen: zorg en gebed.
257.Zachtaardigheid en zachtmoedigheid zijn de wapens en de kenmerken van een geestelijk sterk persoon. Hij “begrijpt” alles en vergeeft alles.
258.We mogen geen Judas worden, noch de heilige dingen aan de honden geven… Ik bedoel de bovennatuurlijke mysteries die in het heiligdom plaatsvinden. Er staat in de hymne: “Niet aan je vijanden…”
259.De engelen komen altijd.
260.We kunnen allemaal vreugde geven. Een door te komen, en een andere door te vertrekken.
261.Als we door een donkere tunnel gaan, kunnen we ons nooit voorstellen dat het andere uiteinde ons naar het licht zal brengen. We vallen in wanhoop en zien alles zwart en donker. Hetzelfde in het leven. Het licht van Christus wacht op ons aan de andere kant. En tegen ons zeggende, zoals Hij tegen Sint-Pieter zei: “Jij kleingelovigen, waarom ben je zwakzinnig?”
262.Wanneer we veel pijn hebben, moeten we de grote eer die de Heer ons bewijst niet vergeten door ons te laten delen in Zijn doornenkroon.
263.Alle idiotie begint met “als”.
264.De koelkast van de gelovigen zou bijna leeg moeten zijn.
265.Hoezeer men ook spiritueel werkt, het lichaam kan niet moe worden. Vermoeidheid komt alleen als de geest erbij betrokken raakt. Wanneer de geest voortdurend bij zijn “Heer Jezus Christus, ontferm U over ons”, kan geen enkele hoeveelheid werk ons gemakkelijk vermoeid maken.
266.Laten we dag en nacht God loven voor de gaven die Hij ons geeft.
267.Weinig woorden, veel liefde. Aan iedereen. Het maakt niet uit wie ze zijn.
268.Vreugde, kalmte, liefde, de wens die we aan iedereen geven, als ze niet worden geaccepteerd, kom dan terug naar ons en naar de Heer. Met andere woorden, net zoals we ademen, terwijl ons hart klopt, zonder enige wilsdaad van onze kant en zonder dat we het kunnen stoppen; op dezelfde manier zouden rivieren van liefde, waarvan Hij de bron is, dag en nacht en altijd uit ons moeten stromen… ongeacht waar ze heen gaan. Dat is Zijn zorg.
269.Zoveel jaren heeft de Heer me nu gegeven om de eerste drie dagen van de vastentijd te houden zonder mijn mond te openen voor voedsel of water. Ik heb dit kunnen doen omdat ik tegelijkertijd ook de stilte bewaar.
270.Net zoals ik niet tegen hardop bidden kan, zo kan ik niet tegen monologen, alleen dialoog.
271.Bij “Christus is verrezen” laten we de nutteloosheid bij Hem achter en gaan we, dankzij Zijn
272.liefde, de eeuwigheid in.
273.Er is iets dat vaak “spirituele trots” wordt genoemd. Maar waar trots is, is geen Geest, in welk geval alles wat overblijft een niets is – trots.
274.Aan een beginner: Wees voorzichtig met twee dingen. Liefde, zonder onderscheid, zonder veroordeling… en nederigheid, alsof je de slaaf bent van iedereen.
275.Verwacht nooit dat iemand je begrijpt. Alleen god.
276.Vergeef iedereen en zie alleen het licht van Christus, dat we op een dag, door het gebed van de Moeder van God en alle heiligen, onszelf zullen ontmoeten.
277.Mensen vertellen ons wat we inspireren.
278.De bediening van de dienst moet constant zijn. We zouden onszelf voortdurend moeten ‘vergeten’. Het is geen tijdelijke actie, het is leven. Het is het teken van de aanwezigheid van Christus.
279.Een mens leeft alleen als hij liefheeft. Anders is hij een levenloos wezen, met alleen organische krachten.
280.De liefde die mensen samenbindt, is het grootste goddelijke geschenk.
281.Het leven in God bestaat uit ‘Jij, volg Mij’. Samen voel je voortdurend een vreugde, een vreugde, met zekerheid van liefde en een even voortdurend “Dank je wel” voor ALLES, dag en nacht.
282.Jeruzalem, zoals het zegt in de hymne “Shine, shine [new Jerusalem]”, verlicht ons allemaal. Wie er op het juiste moment naartoe gaat, krijgt richting voor zijn pad.
283.Hij die met zichzelf bezig is, lichamelijk of emotioneel, heeft geen tijd om zich met iemand anders bezig te houden en is niet geïnteresseerd. Hij wordt egocentrisch.
284.Vrede voor iedereen – op deze manier komt de geest tot rust, het hart heeft lief, de ziel wordt kalm, de wereld van de aarde wordt een paradijs. Het Koninkrijk van God in ons, en wij in Zijn Koninkrijk.
285.Gezegend zijn zij die beginnen te voelen dat ze een “schaduw” zijn geworden. Dit is het begin van “niet-bestaan”.
286.Veranderingen, grote veranderingen, innerlijke reizen moeten doorgaan. Wee hem die stil blijft staan als stilstaand water.
287.De hemel is het klooster van de engelen en de aarde hun priorij (buitenpost).
288.We moeten permanent in de vreugde van de opstanding leven.
289.Wat een mooi lied is het leven! En wat een zegen als na een reis van vele jaren, kan ik zeggen van 1937 tot vandaag, het onzichtbare aangezicht van God nooit naast mij en in mij is weggegaan.
290.Weinig woorden, veel liefde… De machten van de duisternis wachten op een kans. Laten we niet praten, zodat we er geen spijt van krijgen.
291.Zelfs in dit leven heeft Christus ons ook uit de dood opgewekt.
292.Wat een geschenk heeft God aan de wereld gegeven door Zijn Zoon Jezus Christus te sturen.
293.De opstanding van Lazarus is het symbool van de opstanding van onze ziel in de wereld.
294.Lees een Vader van de Kerk en alleen hem.
295.Hij die een ander aandoet wat hij haat, wordt “gezonden”. Let op hem.
296.Er zijn mensen die uit eigen wil volharden in het vernietigen van de lichamelijke kracht die God hen heeft gegeven, waardoor een voortdurende staat van hyperactiviteit en overwerk ontstaat.
297.Avondlezingen gaan niet in op de ziel.
298.Als we geen vrijmoedigheid hebben als de Heer ons roept, zijn we verloren.
299.Ik wens dat God je Zijn genade, Zijn kracht en Zijn liefde schenkt, zodat je dicht bij degenen bent die in nood zijn en Hem zoeken.
300.Waar afstemming is op de wil van God, daar is gebed.
301.Laat niets je van streek maken; noch mensen, noch omkeringen, noch obstakels. Christus zegt af en toe tegen ons: “Ik heb dit bevel van mijn Vader ontvangen”, en gaat verder met de zekerheid dat Hij de wil van Zijn Vader vervult, hoe moeilijk en hard hij ook is en hoeveel haat Hij ook ontmoet.
302.Kinderen zijn niet zwart of wit of rood of geel in de ogen van God. Het zijn zielen die God als bloeddruppels door Zijn hart heeft voortgebracht. Wie kan zeggen welke druppel het meest waard is?
303.Als we iemand willen helpen, moet de helft van onszelf met hem worden geassimileerd. De andere helft zal, zelfs bij bezwaren, de juiste oplossing kunnen vinden.
304.God werkt in de eeuwigheid. Niet in de haast van ons tijdelijke leven. Alles zal gebeuren zoals en wanneer Hij wil.
305.Ik hoop dat God je altijd in een positie bevindt om je in Zijn werk te gebruiken.
306.Liefde voor de naaste volgens God, vreugde en kalmte worden verkregen door voortdurend gebed.
307.Wat we tegenwoordig ‘down’ noemen, gebeurt niet met een persoon die trouw wordt genoemd. Omdat hij verenigd is met de liefde van God.
308.Luister niet naar wat ze zeggen. Kijk naar wat ze doen.
309.Vraag aan het eind van de dag je beschermengel om iedereen die je hebt gezien uit je gedachte te halen, maar ook jou uit ieders gedachten. Anders kun je niet correct bidden. Zeg tegen hem: “Mijn beschermengel, zegen hen allemaal en verwijder hun gedachten van de mijne.
310.Als we met een persoon praten, praten we tegelijkertijd met onze beschermengel, en de stille en onzichtbare luisteraar is Christus. Vergeet het nooit.
311.Ik herinner me altijd wat een van mijn abten ooit tegen me zei: je geest aan God, je hand aan de ploeg.
312.Als ons wordt gevraagd, u of ik of wie dan ook, waar we vandaan komen, zullen we als antwoord zeggen: geen Atheners, Constantinopolieten, wat dan ook… maar hemelburgers! Ook al zijn we daar nog nooit geweest. [Het zijn gunstige woorden.]
313.Alleen wanneer een abt of abdis rust heeft in hun ziel, kunnen degenen die gehoorzaam zijn rust vinden.
314.Het grootste kerstcadeau dat we aan Christus kunnen geven, zijn wijzelf.
315.Hoe waardevol zijn kleine en eenvoudige dingen.
316.De vogels maken een ketting om de hele aarde. Waar je ook gaat, ze herinneren je aan dezelfde dingen. De koekoek roept naar je: “Sta op, sta op!” De pauw herinnert ons eraan, “Pelgrims, pelgrims”, zodat we niet vergeten dat we gewoon pelgrims Zijn die op aarde passeren. En de toren roept: “Bid, bid!”.
317.De door God gezonden Moeder van de Apostelen, de ware Moeder van God, wij maken U groot.
318.Iemand zei: “Als je gelijkvormig bent aan de wereld, ben je misvormd. Alleen als je God ontmoet, word je getransformeerd.”
319.Stel je voor dat “vrijwillige” engelen verborgen zijn in ongeneeslijke psychopathische patiënten… gewoon om onze liefde te testen…
320.Je kunt geen christen zijn zonder van iedereen hetzelfde te houden. Zowel die van uw eigen als van andere religies. Zowel van uw eigen als van andere nationaliteiten. We zijn niet verantwoordelijk voor waar we geboren zijn…
321.Godzijdank ken ik het hele evangelie en kan ik het nu in mijn gedachten ronddragen en de hele dag reciteren… (twee maanden voor haar dood)
322.Al deze “mijn” is voor deze wereld. In de andere staat alleen “Vous”. “U, Heer”, “U, Al-goede”, “U, Medelevende”, “U, Wonderwerker”, “U, de Gids van ons leven”.
323.Christus is het Origineel.
324.De apostelen waren allemaal bij elkaar. Maar toen de Geliefde wegging, gingen ze uit elkaar. Hetzelfde met jou; zo zou het moeten zijn. Om de wereld te verlichten met de lichtjes die je van Christus krijgt. En net als zij, om te verspreiden dat Christus de opstanding is van de levenden en de overledenen. (een paar dagen voordat ze vertrok)
325.De jaren gaan voorbij, ook wij gaan voorbij, en alleen een zuivere ziel kan in de handen blijven van de engelen die Hij zal sturen om haar te ontvangen.
326.Lees Isaac de Syriër.
327.Maak je geen zorgen over wat mensen tegen je zullen zeggen of doen.
328.Het huwelijk is liefde, genegenheid, vriendschap. Het is geen “seks”. “Seks” is iets anti-goddelijks omdat het “van deze wereld” is. Het heeft geen relatie met de ziel.
329.Stellen moeten elkaar niet proberen te “aantrekken” door middel van jaloezie. Jaloezie komt van Satan.
330.Het sacrament van het huwelijk is een sacrament zoals de doop. Als je niet “wedergeboren” bent in het hart van de ander, en de ander in je hart, is het alsof God afwezig is. Natuurlijk is Hij aanwezig, maar hij ziet je en heeft verdriet. Hij kan je niet helpen, want je hebt Hem buitengesloten, zonder het te weten.
331.Maar bovenal dank ik Hem dat Hij alles leidt, van alles en iedereen houdt en alleen engelen in mijn leven heeft gezonden…
332.Gehoorzaam altijd uw geweten. Je geweten is van God.
333Vergeet alles. Wees in gebed met Hem verenigd. En dan krijg je berichten en weet je de weg…
334.Samen met Hem overwinnen we alles.
335.We moeten niet trots zijn omdat we zogenaamd mensen helpen. We helpen niemand. Hij is de Helper, Hij is de Gids, als we Hem aanhangen en Hij leidt ons.
336.God wil niet dat we uit elkaar gaan. Of we houden van Hem, of de “wereld”. We kunnen niet één voet in de “wereld” en de andere in de kerk hebben.
337.Bij het “geluid” van Hem zouden we, net als de Samaritaanse vrouw, de “kruik” moeten verlaten. Dat is de enige manier waarop God kan helpen.
338.Wanneer onze gezondheid ons een klop geeft, is het een boodschap dat we iets moeten stoppen.
339.Pas op voor roem. Het is niet wat God wil.
340.Als het om gezondheid gaat, luidt een gezegde: “Eén dokter is advies, twee dokters zijn verwarring. Drie dokters zijn… een kerkhof.” Hetzelfde geldt voor geestelijke zaken. Eén geestelijke vader is van God. Een tweede is verwarring. Een derde, het verlies van je ziel!
341.Ons doel is om de eeuwigheid hier en nu te beginnen… voor de Vrouwe van Allen om ons daarboven te ontvangen met de gelederen van engelen… en voor ons het eeuwig te leven in het licht van Christus.
342.Net zoals de natuurwet een vacuüm niet kan verdragen, zo stroomt de Heilige Geest als een orkaan naar binnen als we onszelf helemaal leegmaken.
343.Ga niet om met gezelschap waarvan u niet wilt dat God u ziet.
344.Er zijn mensen die ons de eenzaamheid ontnemen zonder ons gezelschap te bieden.
345.Er zijn mensen die ons de eenzaamheid ontnemen zonder ons gezelschap te bieden.
346.Heb de ander lief zonder hem te veroordelen, net zoals Hij hem presenteert en zoals Hij van hem houdt. Dan zal God je helpen en je eigen overtredingen door de vingers zien.
347.Aan een rouwende vrouw: Geef vooral alle ‘materiële’ herinneringen en verwachtingen op.
348.Wil iemand echt en diep liefhebben, dan mag hij niet toestaan dat zijn lichaam tussenbeide komt. Liefde wordt nooit vergeten wanneer het tot dat niveau wordt verheven.
349.Volg je pad en laat je door niets storen. Houd je oren open en wees niet ongeduldig. Er moeten vele jaren voorbijgaan en we moeten op de proef worden gesteld voordat we geduld kunnen verwerven.
350.Heer, ik smeek u, sta mij niet toe ooit mijn eigen wil te hebben. Doe Uw eigen wil in mij. Hoe moeilijk het mij ook lijkt, het zal gemakkelijk zijn omdat het van U zal zijn!
351.God is vrij en liefde woont in vrijheid.
352.Liefde voor geld leidt tot de hel, want de man die van geld houdt, steelt.
353.Wie liefheeft, kan alleen mooie dingen doen.
354.Ik hoef je niet te kennen. Ik moet van je houden.
355.Ik ben niet “intellectueel”. Ik ben gewoon blij dat ik leef en Hem en iedereen liefheb.
356.Foto’s en graven zijn zulke trieste en meelijwekkende dingen als de generatie die van ze hield is heengegaan…
357.Hoe durven we de wil van God te negeren en ongehoorzaam te zijn en te doen wat we als menselijke plicht beschouwen? Kunnen we niet zien dat onze gezondheid wordt aangetast? De woorden plicht en verplichting komen niet voor in het evangelie. We zijn ze alleen aan God verschuldigd. Anders worden we als de miljoenen doden in deze wereld.
358.Raak nooit ergens aan vastgebonden behalve aan Christus alleen, en ga waarheen de Heilige Geest je leidt, Zijn liefde naar ALLEN brengend, voorbij grenzen en discriminatie. Uw bestemming is om van te houden! Dat is wat mij ooit werd verteld door mijn abt Vader Lev, en dat is wat ik tegen u zeg.
359.Toegeeflijkheid tijdens de vastentijd veroorzaakt ziekte, en ziekte brengt traagheid.
360.Altijd naar voren. Zelfs op een schildpaddenplek.
361.Je voelt vrijheid wanneer het gedrag van anderen je niet stoort en je hen vergeeft.
362.Liefde doet acrobatiek in de harten van mensen.
363.De persoon is nog niet geboren die me van streek zal maken…
364.We moeten niet geïnteresseerd zijn in de reactie van andere mensen of de resultaten die we hebben. Onze “taak” is gewoon proberen – de rest zal God doen.
365.Het is pijn die vrijheid mogelijk maakt.
366.Kom – wees stil.
367.Overal zijn mensen van God. Je weet nooit of degene die je vandaag ziet morgen misschien een heilige is.
368.Als je wist dat je niet hier bent, zou je daar zijn.
368.En de moeder zei. . .
Slechts één ding weet ik dat ik altijd heb, en het is geen trots of fantasie, maar dat wat ik dag en nacht heb, waar ik ook ben: drie dingen: ten eerste, geloof; ten tweede, geloof; ten derde, geloof. Dat is alles! Ik kan je niets anders zeggen. Het heeft mijn hele leven geleid.
Als we geloven en iemand zegt: “Wil je met mij mee naar Libanon?” Ik zeg ja.”
“Hoe zeg je overal ja op?”
Ik zeg ja omdat ik geloof dat als het niet voor mijn bestwil is, God ervoor zal zorgen dat het “Nee” zal komen van degene die mij heeft uitgenodigd. Een deel van het papier zal niet klaar zijn, of er zal iets gebeuren.
Vandaag ben ik negentig jaar oud – moge je zo lang leven! Ik lees opnieuw en opnieuw en opnieuw in de evangeliën, en ik zie iets vreemds. Jezus Christus komt en zegt tegen de apostelen: “Laat nu wat je hebt en volg Mij.”
Als ze nu zouden zeggen: “En wie bent u? Waarom zouden we verliezen wat we hebben? Waarom zouden we onze winst verliezen? Waar breng je ons naartoe? Wat gaat u met ons doen?” – als ze dat hadden gezegd, wat zou er dan gebeurd zijn? Ze zouden in duisternis zijn gebleven.
Ze zeiden ja tegen een onbekende die kwam en zei: “Gooi dat allemaal weg!” Waarom? Omdat ze in God geloofden en wachtten op Degene die tegen hen zou zeggen: “Kom!” En dat was het begin.
Want als we nee zeggen, wat gebeurt er dan? . . . Het een of het ander: als je gelooft, loop je op het water zoals St. Peter. Als je bang bent – Bloop! Niks anders.
Mijn hele leven is dat zo geweest. Ze riepen me naar de vreemdste en meest afgelegen plek in India. Op een avond stuurden ze me een bericht: “Kom eens kijken bij iemand die ziek is.” We begonnen in een ossenwagen die werd bestuurd door een herdersjongen. En terwijl we de berg op gingen in het bos, wat zie ik dan boven ons? Twee stralende ogen, een tijger. Wat zeg je dan? “Heer, ontferm U over mij, en moge Uw wil geschieden op aarde zoals in de hemel.”
Dus ik sloot mijn ogen en zag dat in mij geschreven. Omdat Hij tegen ons zei: “Waarom maak je je zorgen? Waarom maak je je zorgen? Zelfs de haren van je hoofd zijn geteld!” Waarom zorgen maken? Geloof ontbreekt. Mogen we geloof hebben.
Nogmaals, zei moeder. . .
Toen ik daar was waar ik was, kwam er een buitenlandse missionaris en zei tegen me: “Je bent misschien een goede vrouw, maar je bent geen goede christen.”
Ik zei waarom?”
“Omdat je hier al zo lang bent en alleen maar Engels spreekt. Welke lokale talen heb je geleerd?”
Ik zei tegen hem: ‘Het is me niet gelukt om een van de lokale talen te leren, omdat ik veel van plaats naar plaats reis. Zodra ik het ene dialect leer, beginnen ze een ander te spreken. Ik heb alleen ‘Goedemorgen’ en ‘Goedenavond’ geleerd. Niks anders.”
‘Bah, je bent geen christen. Hoe kun je evangeliseren? Alle katholieken en protestanten leren alle lokale dialecten om . . .”
Toen zei ik: “Heer, geef mij een antwoord voor hem.” Ik vroeg het met heel mijn hart, en toen zei ik: “Ah. Ik vergat je te vertellen. Ik ken vijf talen.”
“Werkelijk? Wat zijn deze vijf?”
“De eerste is de glimlach; de tweede is tranen. De derde is om aan te raken. De vierde is gebed en de vijfde is liefde. Met deze vijf talen ga ik de hele wereld over.”
Toen stopte hij en zei: ‘Een ogenblikje. Zeg dat nog eens, zodat ik het kan opschrijven.”
Met deze vijf talen kun je de hele aarde bereizen, en de hele wereld is van jou. Houd van iedereen als van jezelf – zonder je zorgen te maken over religie of ras, zonder je ergens zorgen over te maken. Moeder Gabriëla-
De uitspraken Uit het boek: “Moeder Gabriël, de asceet van de liefde”, door zuster Gabriël.
Nederlandse vertaling : Kris Biesbroeck
