

Dorotheus van Gaza (ca. 500-?) monnik in Palestina
Instructies, nr 8, 90-91 ; SC 92
Het vuur van de woede
Rancune is iets anders dan boosheid, wat iets anders is dan irritatie, wat iets anders is dan onrust. Hier is een voorbeeld dat u het zal doen begrijpen. Om een vuur te maken, heb je alleen een klein brandend kooltje nodig. Dit vertegenwoordigt het woord van de broeder die je beledigt. Het is nog maar een klein kooltje, want wat is een simpel woord van je broer? Als je het verdraagt, doof je het kooltje. Als je daarentegen begint te denken: “Waarom zei hij dat tegen mij? Ik heb hem iets te zeggen!” (…) Zoals iemand die een vuur aansteekt, gooi je er twijgjes op en maakt rook, hetgeen het probleem is. (…)
Door de kleine woorden van je broeder te verdragen, kon je het kooltje blussen voordat de problemen verschenen. Maar zelfs deze onrust kun je nog gemakkelijk bedaren door stilte, door gebed, door een eenvoudige beweging van het hart. Indien je daarentegen rook blijft maken, d.w.z. je hart opzweept en opwindt, en denkt: “Waarom heeft hij mij dat gezegd? Dat kan ik ook tegen hem zeggen! “De toevloed en de verwarring van de gedachten, die het hart beïnvloeden en verhitten, wekken de vlam van irritatie op. (…) Hier begint dus de irritatie (…).
Als je wilt, kun je het nog blussen voordat het woede wordt. Maar als je jezelf en anderen blijft verontrusten, ben je als iemand die hout in de haard gooit en het vuur aanwakkert: dan heb je mooie gloeiende sintels. Dit is woede. (…) En zoals sintels die terzijde worden gelegd lang blijven liggen gloeien, zelfs als er water op wordt gegooid, zo wordt woede die lang blijft liggen rancune (…).
Zie je hoe een enkel woord kan leiden tot zo’n groot kwaad? Indien je van het begin af aan geduldig het woord van je broeder had verdragen, zonder kwaad met kwaad te vergelden (Rom. 12, 17), dan zou je al deze kwaden hebben kunnen ontlopen.
Bron : Evangelizo.org
