
De geest van de Monniken
Abba Lot ging Abba Jozef opzoeken en hij zei tegen hem: “Abba, voor zover ik kan, zeg ik mijn kleine officie, ik vast een beetje, ik bid en mediteer, ik leef in vrede en voor zover ik kan zuiver ik mijn gedachten. Wat kan ik nog meer doen?” Toen stond de oude man op en strekte zijn handen naar de hemel; zijn vingers werden als tien lampen van vuur en hij zei tegen hem: “Als je wilt, kun je een en al vlam worden.”. God is het leven van alle vrije wezens. Hij is de redding van allen, van gelovigen of ongelovigen, van rechtvaardigen of onrechtvaardigen, van vromen of goddelozen, van hen die bevrijd zijn van hartstochten of die erin gevangen zitten, van monniken of van hen die in de wereld zijn, van geletterden en ongeletterden, van zieken en gezonden, van jong of oud. Hij is als de uitstorting van licht, de glimp van de zon, of de veranderingen van het weer dat voor iedereen hetzelfde is, zonder uitzondering.
Abba Pambo zei: “Als je een hart hebt, kun je gered worden.”
