
H. Chromatius Aquilensis (?-407)
bisschop – Sermon 11
“Het huis was vol van de balsemgeur”
Nadat ze de voeten van de Heer gezalfd had, heeft de vrouw ze niet met een doek afgedroogd, maar met haar eigen haren, om zo de Heer nog meer te eren. (…) Zoals iemand die dorst heeft, water drinkt uit een bron, die vervolgens in de waterval valt, heeft deze vrouw gedronken uit de bron van heiligheid, een genade vol met zaligheden, om de dorst van haar geloof te lessen.
Maar in de allegorische of de mystieke betekenis stelt deze vrouw de Kerk voor, die de volledige devotie en het totale geloof in Christus heeft gegeven. (…) In één pond zitten hier twaalf ons. Het is de maat van het parfum dat de Kerk bezit, die als een kostbaar parfum het onderricht van de twaalf apostelen heeft ontvangen. Wat is er immers kostbaarder dan het onderricht van de apostelen, dat het geloof in Christus bevat en de heerlijkheid van het Koninkrijk der hemelen? Men vermeldt ook nog dat het gehele huis vervuld werd van de geur van dat parfum, want de gehele wereld werd vervuld met het onderricht van de apostelen. Zoals geschreven, “Over de gehele aarde werd hun stem verspreid, tot aan het einde der wereld hun aanroep” (Ps 19,5). (…)
Wij lezen in het Hooglied dat Salomo de Kerk laat zeggen: “Je naam is als een uitgegoten parfum” (1,2). Dat is niet de reden waarom de Naam van de Heer “uitgegoten parfum” genoemd werd. U weet dat als een parfum in een flesje wordt bewaard, dat dan de kracht van de geur wordt bewaard; maar als men het uitgiet of leegmaakt, verspreidt het een geurend parfum. Zo werd ook onze Heer en Verlosser door de wereld genegeerd, terwijl Hij met de Vader regeerde, was Hij hier beneden onbekend. Maar toen Hij zich voor ons heil heeft vernederd door uit de hemel neer te dalen om het menselijk lichaam aan te nemen, heeft Hij de zoetheid en het parfum van zijn Naam in de wereld uitgegoten.
Evangelizo.org
