border 031

HEILIGENLEVEN

De heilige Pachomius de Grote – woestijnvader

11bce97e8f4cbb502d9fbd73cbfefc92


De heilige Pachomios (-adelaar) de Grote was geboren rond 290 bij Esneh, als kind van heidense ouders in Opper-Egypte. Toen hij gedwongenpals soldaat moest dienen, samen met enkele dorpsgenoten, en zij in behoeftige omstandigheden verkeerden, kwamen zij in aanraking met enkele christenen die hen liefderijk opnamen. Toen hij, na de overwinning van Konstantijn, uit de militaire dienst ontslagen was, stelde Pachomios zich onder hun leiding en hij werd gedoopt.
Nu kwam hij in aanraking met de kluizenaar Palemon en hij werd zijn leerling. Palemon stelde zware eisen wat betreft vasten, harde arbeid, moeilijke omstandigheden, het verdragen van ontberingen, langdurige gebeden en nachtwaken. Vooral dit laatste viel Pachomios zwaar en Palemon hield hem wakker door hem manden met zand van de ene plek naar de andere te laten vervoeren. Maar Pachomios wijdde zich met heel zijn hart aan het monastieke leven en groeide uit tot een gerijpte persoonlijkheid van grote innerlijke, imponerende kracht. Toen hij zich zo tien jaar lang volkomen onderworpen had, verscheen hem een engel, gekleed in het groot monniken-schima, die hem een schrijfrol gaf, met daarop de Regel voor een gemeenschapsklooster, een kenobion. En hij beval hem zulk een klooster te stichten voor het zieleheil van vele monniken. Zo besefte Pachomios geroepen te zijn om anderen te leiden, en Palemon was het zozeer daarmee eens dat hij met zijn leerling meetrok en zijn verblijf bij hem nam.

ln het jaar 320 vestigde Pachomios zich met zijn broer Joannes in Tabenisi aan de Nijl, in Opper-Egypte en begon met het bouwen van een groot aantal cellen, al scheen dit een dwaasheid, daar ze slechts met hun tweeën waren. Maar hun leven trok al spoedig leerlingen aan. De Regel die hij hun oplegde was heel eenvoudig: ledere broeder zou eten en drinken volgens eigen inzicht en mogelijkheid. Allen moesten werken, maar het werk zou aangepast zijn aan ieders leeftijd en gezondheid. Ze zouden met drieën een cel bewonen, maar allen bij elkaar komen voor de maaltijden en de gebedsdiensten. Ook waren er bepaalde voorschriften voor de kleding en de wijze van slapen.
Het aantal van zijn monniken groeide zo sterk dat hij telkens nieuwe kloosters moest stichten. Zo ontstond er een kring van zeven kloosters in Opper-Egypte, bewoond door zevenduizend broeders, evenals twee monialen-kloosters‚ alle onder het bestuur van Pachomios. De monniken moesten leren lezen en schrijven om de Heilige Schrift beter te verstaan. Zij baden, werkten en aten gemeenschappelijk. Gehoorzaamheid gold als een der voornaamste deugden om tot innerlijke vrijheid te komen. De monnik was levend deel van een gemeenschap, en daarom was er ook geen enkel persoonlijk bezit. Het klooster bestond uit een aantal gebouwen, omgeven door een muur. De inkomsten van de gemeenschappelijke arbeid, die het eigen levensonderhoud te boven gingen, dienden voor aalmoezen, niet om het klooster rijk te maken. De gastvrijheid werd met grote edelmoedigheid bedreven: de kloosters groeiden uit tot ware onderkomens voor reizigers door de woestijn. Daarbij kwamen de vele bezoekers, die aangetrokken werden door de roep die uitging van zulk een heilig man. Er werd gesproken over geloofskwesties en allerlei levensvragen, en zo oefende de woestijnmonnik invloed uit tot in verre streken.
Zijn bestuur was gekenmerkt door grote zachtmoedigheid. Daar was bijvoorbeeld een monnik in een van de kloosters, die voortdurend bij zijn abt erop aandrong hem de algemene verzorging in handen te geven. De abt vond iemand, die zichzelf dermate opdrong, daar niet zo geschikt voor, en om van hem af te komen zei hij dat hij hem dat ambt weigerde op advies van Pachomios. De betreffende broeder stormde naar Tabenna waar hij Pachomios aantrof, die bezig was met metselen. De broeder vroeg op hoge toon wat die weigering te betekenen had. Pachomios toonde geen verrassing maar zei: “Het spijt me, broeder, als ik je onrecht heb aangedaan; ik vraag vergeving aan jou en aan God.” Even later kwam de abt van die broeder aan, en vol schaamte vertelde hij aan Pachomios wat de oorzaak van heel deze historie was. Deze dacht na en zei toen: “Die monnik heeft daar zo zijn hart op gezet dat hij in groot gevaar komt wanneer die post hem nog langer geweigerd wordt: vervul dus zijn verlangen maar.” De abt gehoorzaamde, maar de nu tot bedaren gebrachte monnik kwam tot begrip en weigerde het aanbod. Een andere monnik pleegde overmatig vasten en zegde eindeloze gebeden. Pachomios vermoedde dat er zelfverheffing achter stak en vroeg hem daarom met de andere broeders mee te eten wat in de refter verstrekt werd, en alleen met de andere broeders samen te bidden in het oratorium. Verontwaardigd weigerde de monnik aan zulk een laksheid te gehoorzamen. Pachomios zond nu herhaaldelijk zijn jonge celmonnik Theodoros naar de de cel van die broeder om hem iets te vragen, zodat hij telkens in zijn gebed werd gestoord. Tenslotte greep die broeder een stok en zette Theodoros achterna. “Kijk,” zei Pachomios, “nu laat je toch wel heel duidelijk zien dat je de eerste beginselen nog niet achter de rug hebt!”
Bij zijn bezoek aan een van de kloosters, klaagde een jonge monnik dat er al een hele tijd geen groente aan tafel was geweest, alleen brood en zout. Pachomios ging naar de keuken en vond de kok aan het matten vlechten. Hij vroeg hem wat er die dag te eten was. “Brood en zout”. “Maar de Regel zegt dat er soep en groente moet zijn”. “Ach Vader, de meeste monniken willen alleen brood, en het kost zoveel moeite groente klaar te maken, terwijl het grootste deel onaangeraakt naar de keuken terugkomt. Het leek me dat ik mijn tijd beter kon besteden aan het mattenvlechten”. “Hoe lang is dat zo al aan de gang?” “Een paar maanden”. “Breng me de matten die je gemaakt hebt in die tijd.” Trots stapelde de monnik die voor hem op. Pachomios trok een brandende tak uit het vuur, stak de hele stapel in brand en zei: “Dus je ontneemt een aantal monniken de gelegenheid zichzelf te verloochenen, je misgunt de ziekelijken een noodzakelijke verlichting, en aan de jongeren de steun waaraan ze behoefte hebben, alleen maar omdat het je wat moeite kost en omdat je volgens jouw idee de tijd beter kan besteden aan matten vlechten? Gehoorzaamheid is meer waard dan zelfopoffering.”
Toen Pachomios eens de nieuwe kerk betrad die hij gebouwd had, voelde hij hoe een gevoel van trots zich van hem meester maakte dat hij tot zo iets moois in staat was geweest. Hij liet toen de monniken touwen halen om de pilaren een beetje scheef te trekken “zodat mijn ogen zich ergeren wanneer ik hier binnenkom”. ln het jaar 346 brak in Opper-Egypte de pest uit, waardoor ook het klooster van Tabenna getroffen werd en een honderdtal monniken stierf. Ook Pachomios werd erdoor aangetast. Hij bood” nog gedurende veertig dagen weerstand en wist alle zaken van het klooster en zijn opvolging te regelen voordat hij stierf in 349, geduldig en opgeruimd, zoals hij altijd geweest was, in de ouderdom van 57 jaar, waarvan hij er 35 als monnik had geleefd. Hij is de eerste organisator geweest van het monastieke leven in gemeenschap, en na zijn dood verbreidde zijn werk zich over heel Egypte, Palestina, de Sinaï en Klein-Azië. Daardoor werden zowel de heilige Basilios als de heilige Benedictus sterk door Pachomios beïnvloed.

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie