De Grote Vaste, – Alexander Schmemann
Deel 6 : GEDULD

GEDULD
Kuisheid en nederigheid worden natuurlijk gevolgd
door geduld. De “natuurlijke” of “gevallen” mens is
ongeduldig, want blind voor zichzelf is hij
snel anderen te beoordelen en te veroordelen. Omdat hij slechts
een gebroken, onvolledige, en verwrongen
beeld heeft van de dingen, beoordeelt hij alles vanuit
zijn eigen voorkeur en zijn eigen inzicht.
Overschillig tegenover iedereen behalve tegenover zichzelf
wil hijdat zijn leven op elk moment zo geslaagd mogelijk is.
Geduld, echter, is echt een goddelijke
deugd. God is geduldig, niet omdat Hij
“toegeeflijk” is, maar omdat Hij de diepte ziet
van alles wat bestaat, omdat de innerlijke realiteit van
dingen, die wij in onze blindheid niet zien,
voor Hem openstaat. Hoe dichter wij bij God komen
hoe geduldiger we worden en hoe meer we
dat oneindige respect voor alle wezens weerspiegelen
dat is de wezenlijke kwaliteit van God.”
