Johannes Chrysostomos : enkele woorden over de Vasten

border hfnd

Enkele woorden van Johannes

Chrysostomos over de vasten

Chrysostomos Johannes

Broeders en zusters, vandaag een paar korte woorden over vasten van onze heilige vader onder de heiligen, Johannes Chrysostom. Het zijn actuele onderwerpen om vandaag te behandelen: vasten en ascese. In de nieuwe week, of eigenlijk later deze week, zullen degenen die de oude kalender van de Orthodoxe Kerk volgen, beginnen met het vasten dat leidt tot de Geboorte van Christus. En voor degenen die de nieuwe kalender volgen, is dit vasten al aan de gang.

Dus, welke kalender men ook volgt door de zegen van de bisschop, hetvasten is aangebroken of bijna aangebroken.
Maar wat is vasten? In de Orthodoxe Kerk vasten we regelmatig. Elke week van het jaar, op enkele uitzonderingen na, zijn er dagen gewijd aan deze taak. Bepaalde seizoenen van het jaar zijn speciaal aangewezen om te vasten. De meest voor de hand liggende: Grote Vasten, maar ook het Geboortevasten, het Ontslapenisvasten, het Vasten van de Heilige Apostelen, en het vasten voor verschillende feesten. We moeten ons dus niet slechts één of twee keer in ons leven, maar regelmatig afvragen: wat is dat vasten en waarom doen we het? En hier hebben de kerkvaders, de heiligen van de Kerk, ons veel te leren en ons voortdurend aan te herinneren.
De heilige Johannes Chrysostomus zegt in een van zijn kernachtige uitspraken eenvoudig: “Vasten van het lichaam is voedsel voor de ziel.” En dit korte gezegde plaatst alles in het juiste perspectief. Vasten is, in zekere zin, een lichamelijke, geestelijke oefening. We onthouden ons van bepaald voedsel. We houden langere waken. We wijden meer tijd aan gebed. We veranderen ons dieet. We nemen misschien minder slaap. Het is ook een handeling van ons lichaam in zijn normale dagelijkse bewegingen. Wij kunnen ons onthouden van bepaalde sociale activiteiten en in plaats daarvan tijd besteden aan gebed, aalmoezen geven of andere geestelijke dingen. Maar in al deze gevallen gebruiken wij, op aanwijzing van de Kerk, ons fysieke lichaam, onze materiële natuur als iets heiligs, iets dat, wanneer het wordt geconcentreerd, wanneer het wordt gereinigd en gezuiverd, de macht heeft om onze geest, onze ziel te veranderen.
Vasten is dus voor de christen een fundamentele bevestiging dat onze lichamelijke natuur een zegen is, een geschenk, iets goeds dat ons door de liefdevolle Heer is gegeven. En dit is belangrijk in een wereld die, ondanks haar hedonisme en haar nadruk op het zoeken van genot voor het lichaam, in geestelijke termen toch maar al te graag het lichaam, het materiële, afdoet als iets basaals, onrein, minder dan het geestelijke. Maar in de Kerk bevestigen wij door ons vasten steeds weer dat het lichaam een heilige kracht heeft. “Vasten van het lichaam” zegt Johannes, “is voedsel voor de ziel.” Zoals de H. Johannes op een andere plaats zegt: “Zoals lichamelijke spijzen het lichaam vetmesten, zo geeft het vasten kracht aan de ziel, verleent haar een gemakkelijke vlucht, maakt haar in staat op te stijgen, verheven dingen te aanschouwen en het hemelse hoger te stellen dan de aangename en onaangename dingen van het leven.”
Ons lichaam is een heilig geschenk, maar door onze gulzigheid, door ons misbruik van het lichaam, niet door zijn eigen beperking, maar door ons misbruik, onze misvorming van dit heilige geschenk. Het lichaam dient maar al te vaak om de ziel te verzwaren, om de Geest te verzwaren, om het van de geestelijke opgang af te houden, in plaats van datgene te doen waarvoor het geschapen is, namelijk om ons bij te staan in onze geestelijke groei. En dus, zegt de heilige Johannes, vasten wij om de ziel te versterken door het lichaam te reinigen, door het lichaam terug te geven aan de geestelijke wedstrijd, door het terug te geven in het rijk van het christelijke leven, door het terug te winnen van onze zinnelijke hartstochten, van ons gewone misbruik van het vlees, tot datgene wat ons dichter bij God kan brengen.
Vasten is dus een middel om onze lichamelijke natuur terug te winnen en te verenigen met het geestelijke. En daarom moeten we, nu we het Geboortevasten ingaan, gezegend aandacht schenken aan zowel ons lichaam als onze ziel, en ze verenigen in het ascetisch project. En toch mogen we niet verwaand worden en ons alleen op onszelf richten. Wij vasten om de schepping terug te winnen, om deze wereld die wij door onze zonde hebben misvormd, terug te geven aan God, en onze vaders leren ons dat wij dit project in ons eigen hart moeten beginnen. Want als ons eigen hart bezwaard is, kunnen we net zo min een ander optillen als onszelf. En toch is het project van het werken aan ons hart een pastoraal project, een missionair project. Want als ons hart hersteld is in gemeenschap, als we zelf zijn opgeheven tot God, zijn we in staat hetzelfde te doen met de kosmos, met de wereld om ons heen.
Vasten is dus, hoewel het in het hart is gericht, toch een daad van naastenliefde, van liefde, van geven aan de ander in deze wereld. En dit wordt ons voortdurend in herinnering gebracht door de vaders. Het is een van de redenen waarom het geven van aalmoezen verbonden is met vasten, en wanneer we vasten, zijn we bewust bezig met daden van naastenliefde, waarbij we niet alleen ons lichaam, maar ook onze tijd en onze activiteiten terugwinnen van onze zelfzuchtige bezigheden naar een oriëntatie die gericht is op de ander, op de hele schepping. In dat licht, hoor deze woorden van Sint Johannes. “Vasten jullie?” vraagt hij.
Voedt dan de hongerigen, geeft te drinken aan de dorstigen, bezoekt de zieken, vergeet de gevangenen niet, hebt medelijden met de gekwelden, troost hen die treuren en hen die wenen. Wees barmhartig, nederig, vriendelijk, kalm, geduldig, welwillend, vergevingsgezind, eerbiedig, waarheidslievend en vroom, opdat God uw vasten aanneemt en u de vruchten van het berouw rijkelijk schenkt
Dit is de geest van zelfopoffering die gepaard moet gaan met de ascetische dimensies van elk vasten. Hoewel wij ons in ons eigen leven onthouden van bepaalde handelingen, gedragingen, voedingsmiddelen, bezigheden die ons van God zouden kunnen afhouden, voegen wij tijdens het vasten ook iets toe aan ons leven: meer gebed, meer tijd in de Kerk, meer liefde voor onze broeder en onze zuster. Dit wordt de lakmoesproef van het ware vasten. Vast ik alleen maar om bepaalde spijzen of activiteiten op te geven, maar heb ik mijn verhouding tot de naaste of tot God op geen enkele manier veranderd? Als dat het oordeel is over mijn vasten, dan is het een vasten niet van God, maar van de demonen. Het is een vasten van egoïsme. De ware lakmoesproef (1)van het vasten is of wij door )deze daden van opoffering, van ascese, gegroeid zijn in liefde tot onze broeder. We hebben in ons hart een Christus-achtige houding ontwikkeld, die is ontstaan door onszelf te bevrijden van de zonde. St. Johannes zegt op een andere plaats:
Zeg niet tegen mij: Ik heb zoveel dagen gevast. Ik heb dit niet gegeten en dat ook niet. Ik heb geen wijn gedronken, dat ik gebrek heb verdragen. In plaats daarvan, toon mij of gij, van een boos man, in plaats daarvan zachtmoedig zijt geworden. Als gij van een wreed man, welwillend zijt geworden. Als gij vervuld zijt van woede, waarom onderdrukt gij dan uw vlees? Als haat en gierigheid in u zijn, wat baat het u dan dat gij water in plaats van wijn drinkt? Toont geen nutteloos vasten, want vasten alleen leidt niet naar de hemel.
Laat dit voor ons een geheugensteuntje zijn bij het vasten dat ons leidt naar de Geboorte naar het vlees van de Heer Jezus Christus. Laten we ons niet bezighouden met wat Johannes “een nutteloos vasten” noemt, dat op eigen kracht naar de hemel tracht op te klimmen, en daarmee de zonde van de mensen van de toren van Babel herhaalt. Laten we in plaats daarvan het vasten gebruiken zoals de Kerk het bedoelt en zoals de vaders het opdragen: als een tijd om onze transformatie door Gods genade te bewerken. Welke offers we ook brengen, laten het offers zijn die ons omvormen. Ze zijn geen doel op zich. Het zijn de instrumenten waarmee we een beetje dichter bij Gods beeld kunnen komen, een beetje dichter bij het leven van Christus. Laten wij het vasten gebruiken als een tijd van naastenliefde, van liefde, van zachtmoedigheid en uiteindelijk, van grote en oneindige vreugde in de vleesgeworden en verrezen Heer. Door de gebeden van onze heilige vaders en heiligen, Johannes de Gulden-Mond van Constantinopel en van alle heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en verlos ons. Amen.

Vader Matthew Steenberg

(1) Een lakmoesproef is een ultieme test om te kijken of iets wel deugt. Het is een onderzoek met een onweerlegbaar resultaat.

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie