Abba Poemen

ABBA POEMEN

Woestijnvader

dd780656e8f0fdbd68c2059e14b2a197

Vader Poemen was een van de grote stemmen van die vreemde woestijn in de boven Thebaid. Hij was een van de stemmen van grote nederigheid en toch door diezelfde nederigheid: groot gezag. Hij stond bekend om zijn vermogen anderen te leiden en te begeleiden in het kloosterleven, om zijn onderscheidingsvermogen, om zijn vermogen door te dringen tot het hart van de vragen die zijn broeders kwelden, door antwoorden te geven die vaak niet de gemakkelijke antwoorden waren of de eenvoudige antwoorden op zorgen die zij vaak verwachtten, maar antwoorden die het christelijke evangelie in grimmige eenvoud uitdroegen. De heilige Poemen wordt ook vandaag nog herinnerd als de grote herder en leraar, de eigenlijke betekenis van zijn naam. Laat mij u een voorbeeld geven van het soort wijsheid dat deze grote woestijnheilige uitstraalde. Gezegde 174 van zijn verzamelde spreuken luidt als volgt:
Een broeder vroeg aan Abba Poemen, sommige broeders wonen bij mij. Wil je dat ik de leiding over hen heb? De oude man zei tot hem, neen, werk eerst en vooral, en als zij willen leven zoals jij, dan zullen zij er zelf voor zorgen. De broeder zeide tot hem: Maar zij zijn het zelf, vader, die willen dat ik de leiding over hen heb. De oude man zei tegen hem, nee, wees hun voorbeeld, niet hun wetgever.

In het christelijk leven zijn wij altijd vervuld van deze grote en brandende vraag. Hoe moeten wij anderen leiden, een licht zijn voor anderen in het christelijk leven? Want niets minder dan dit wordt ons geboden door Christus, die zei dat Hij ons licht gegeven heeft, niet om het te verbergen onder een kandelaar onder een korenmaat, maar om het op te richten boven op de kandelaar, opdat allen het kunnen zien en hun wegen erdoor geleid worden. Een leven leiden dat volledig in zichzelf gekeerd is, is eenvoudigweg geen optie voor de christen, en toch denken wij er altijd over na, want het is goed dat wij er altijd over nadenken, hoe wij dit gebod in de wereld rondom ons in praktijk moeten brengen. Hoe kunnen wij deze voorbeelden zijn, deze lichten waartoe Christus ons geroepen heeft?
En maar al te vaak is het antwoord dat zich een weg baant in ons hart, dat we op de een of andere manier een positie van gezag, van macht moeten innemen, moeten opeisen. Want als ik maar genoeg macht heb, genoeg gezag, een hoge functie, een belangrijke post, dan zullen de mensen luisteren, dan zullen de mensen op mij letten. Dan kan ik goed doen. En dikwijls, in dit leven, ontdekken wij, zoals de discipel die naar Abba Poemen kwam, dat het anderen zijn die ons naar deze plaatsen roepen. Het is niet altijd de openlijke en voor de hand liggende daad van eigen wil die zegt: “Ik moet deze positie innemen; ik moet die verheven hoogte bereiken.” Het zijn vaak anderen die ons leiden naar posities van autoriteit, van invloed. En toch, op deze momenten, dienen de woorden van Abba Poemen als nuttige geheugensteun voor ons eigen spirituele getuigenis en ons eigen spirituele leven. “Wees hun voorbeeld, niet hun wetgever.”
Hoe moeten wij werkelijk leiding geven, anderen beïnvloeden, hun het licht van Christus tonen? Abba Poemen maakt het expliciet. Wij moeten een voorbeeld zijn van dit leven. Zij die willen volgen zullen dit licht van ons zien schijnen, zullen het leven van Christus zien geleefd worden, en dit zal veel meer invloed hebben dan om het even welk woord dat wij uitspreken, dan om het even welk advies dat wij geven, dan om het even welke richting die wij voorstellen. Wij moeten een voorbeeld zijn van het leven van Christus. Dat betekent in de eerste plaats: wij moeten het leven van Christus leven. Zoals Abba Poemen zei: je werk, doe je werk eerst en vooral. En we moeten onthouden dat het werk van de monnik in de woestijn was om het leven van Christus te leven. En zo is het ons werk in de wereld, en dit is ons eerste en ons voornaamste doel, want als wij dit goed doen, de genade van God, dan kunnen wij niet de wetgever zijn, de leider, de leraar, de instructeur, de gids van onze broeders en zusters, maar tot op zekere hoogte, naarmate God ons waardig rekent in zijn barmhartigheid, kunnen wij voorbeelden worden van zijn liefde en zijn leven.
Hoe doen wij dit? Het zal ons geenszins verbazen dat Abba Poemen niet zomaar een raad uitspreekt zonder er een praktische instructie aan te koppelen. Neem bijvoorbeeld een spreuk die slechts een paar nummers later in zijn verzameling komt, Spreuk 177. Abba Poemen zei ook: “Kwaad doet kwaad niet af. Als iemand je onrecht doet, doe dan goed voor hem, zodat je door je daad zijn slechtheid vernietigt.” Ons werk is het leven van Christus te leven. Zo worden wij een voorbeeld voor onze broeders, en het leven van Christus is niet alleen een leven van vroomheid, van devotie, van het zingen van hymnen, van waken.
Dat is allemaal belangrijk, maar het leven van Christus is vaak de veel moeilijkere, de veel uitdagender oproep: liefhebben waar geen liefde wordt getoond, vergeven waar haat heerst, mededogen en oprechte zorg tonen tegenover verachting, vervolging en spot. Dit zijn de stappen naar het christelijk leven. Dit zijn de wegen naar het koninkrijk van Christus. En dit zijn als het ware de vonken die de lamp doen ontbranden die Christus ons heeft gegeven om in de wereld te schijnen. Als wij onze broeders willen helpen, hen willen leiden zoals de leerlingen van Abba Poemen zo graag wilden, laten wij dan beginnen met die taak, die hoge roeping, door te leren niet alleen onze vrienden lief te hebben, maar ook onze vijanden. Door te leren vergeven, goed te doen wanneer ons slechts kwaad wordt aangedaan. Laten we leren berouw te tonen, ons hart in blijde bewogenheid aan te bieden aan de Heer die ons gevormd heeft.
En door deze maatregelen, door deze praktische stappen, wordt de hardheid van ons hart, de duisternis van ons hart, datgene wat de manden zijn waaronder wij gewoonlijk onze lichten verbergen, niet verborgen door een of andere externe kracht. Het is verborgen door de duisternis van ons eigen hart. Dit kan geleidelijk worden weggesleten. Het hardste hart kan verzacht worden. En over dit, heeft Abba Poemen ook advies en een woord. Hier is Spreuk 183.
Abba Johannes, die door keizer Marcianus was verbannen, zei: “Op een dag gingen wij naar Syrië om Abba Poemen te zien, en wij wilden hem vragen naar de zuiverheid des harten. Maar de oude man kende geen Grieks, en er was geen tolk te vinden. Toen hij onze verlegenheid zag, begon de oude man plotseling in het Grieks te spreken en zei dat de aard van water zacht is en die van steen hard. Maar als men een fles boven de steen hangt en het water druppelsgewijs laat vallen, dan slijt het zelfs de hardste steen. Zo is het ook met het woord van God. Het is zacht, en ons hart is zeer hard. Maar de man die het woord van God hoort, opent vaak zijn hart voor de vreze des Heren.
In deze kleine spreuk, die verhaalt van een geweldig wonder, de gave van tongen zoals met Pinksteren, waar deze man van de woestijn, deze man niet van geleerdheid, maar van goddelijke wijsheid, in staat is om in de taal van zijn toehoorders te spreken door Gods genade. Wat hij spreekt zijn inderdaad wonderbaarlijke woorden. De inhoud van zijn spreken is wonderbaarlijker dan het feit dat hij het op deze bovennatuurlijke wijze geeft. Ons hart is als een harde steen. Het woord van God, de geboden van God, lijken soms zacht. Ze stromen over ons heen als water. Zoveel mensen beschuldigen ze ervan dat ze niet de kracht hebben om de wereld te veranderen. Dit zijn zachte woorden: de wereld heeft actie nodig, heeft iets feller nodig, iets krachtigers. Maar de woorden van Johannes onthullen een diepere waarheid.Water, in al zijn zachtheid, slijt de hardste steen weg. En Gods schepping is gevuld met levendige, prachtige voorbeelden van precies deze vooronderstelling, precies deze realiteit, die in de natuurlijke wereld tot uiting komt. Als we bij een ravijn of een vallei staan, uitgesleten door het water, deze zachte stroom op de bodem, die zo’n immense kloof heeft gevormd, worden we herinnerd aan de macht van deze zachte substantie over de hardheid van het gesteente zelf, en zo is het ook, met een duisternis, de hardheid van onze koude harten. Hoe hard, hoe beladen ook door de zonde, de kracht van God zal dit weg etsen, zal van onze dorre, droge en harde harten een zacht en vruchtbaar land maken.
Het is mogelijk, ongeacht de graad van onze zonde, om door bekering, door het horen van het woord van God, door te komen tot het leven in Christus, een voorbeeld voor de wereld te worden, een levend icoon van bekering te worden. Als we ons hart maar zouden wijden aan deze daad. Laten we dan opstaan. Laten wij onze verharde harten overspoelen met het woord van God, ontvangen door de Kerk, de heilige mysteriën, de goddelijke Schriften en de stem van onze Vaders. Laten wij ons ondanks onze valpartijen inspannen voor de deugden, bij elke struikeling weer opstaan tot nieuwe kracht, een nieuw begin maken. Want Christus roept ons tot de hoogten van zijn heerlijkheid. Hij zal iedere man, vrouw en kind in staat stellen het licht van zijn heerlijkheid te nemen om het hoog te plaatsen op de standaard van hun gezuiverde harten en een licht te laten schijnen in heel de wereld. Door de gebeden van onze vader onder de heiligen, Poemen van Egypte, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en verlos ons. Amen.

Father Matthew steenberg

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie