32e zondag na Pinksteren
“De tien melaatsen”

eerste lezing :
Efesiërs 6,10-17
GEESTELIJKE WAPENS
10Ten slotte, zoekt uw kracht bij de Heer en zijn almacht. 11Legt de wapenrusting Gods aan om te kunnen standhouden tegen de listen van de duivel. 12Want onze strijd gaat niet tegen vlees en bloed maar tegen de heerschappijen, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen de boze geesten in de hemelen, 13Grijpt daarom naar de wapenrusting Gods; dan kunt ge weerstand bieden op de dag der verschrikking en staande blijven, strijdend tot het einde. 14Staat dan, uw lendenen omgord met de waarheid, bekleed met het harnas der gerechtigheid, 15de voeten geschoeid met ijver voor het evangelie van de vrede. 16Hanteert daarbij het grote schild van het geloof, waarmee gij alle brandende pijlen van de boze kunt doven. 17Neemt ook de helm van het heil en het zwaard van de Geest, dat is, het woord Gods.
Evangelie :
Lucas 17,12-19 :
JToen Hij een dorp binnenging, kwamen Hem tien melaatsen tegemoet; zij bleven op een grote afstand staan 13en riepen luidkeels: ‘Jezus, Meester, ontferm U over ons!’ 14Hij zag hen en sprak: ‘Gaat u laten zien aan de priesters.’ En onderweg werden ze gereinigd. 15Een van hen keerde terug, toen hij zag dat hij genezen was, en verheerlijkte God met luider stem. 16Vol dankbaarheid wierp hij zich voor Jezus’ voeten neer, en deze man was een Samaritaan. 17Hierop vroeg Jezus: ‘Zijn niet alle tien gereinigd? Waar zijn dan de negen anderen? 18Is er niemand teruggekeerd om aan God eer te brengen dan alleen deze vreemdeling?’ 19En Hij sprak tot hem: ‘Sta op en ga heen; uw geloof heeft u gered.’
