H. Ambrosius (ca 340-397)
bisschop van Milaan en kerkleraar
Commentaar op het evangelie van Lucas, 5, 99-102 ; SC 45

“Bent U de Komende?”
De Heer weet dat niemand een volledig geloof kan hebben zonder het Evangelie – want de Bijbel begint met het Oude Testament en vervolmaakt zich in het Nieuwe -. Hij verlicht niet de vragen die men Hem stelt over zichzelf door woorden, maar door daden. “Ga, zegt Hij, vertel aan Johannes wat u hebt gezien en gehoord: blinden zien weer, kreupelen lopen, melaatsen worden rein, doven horen, doden staan op en aan armen wordt de goede boodschap verkondigd.”
Deze getuigenis was volledig want men had over Hem geprofeteerd: “De Heer maakt gevangenen vrij, (…) de Heer opent blinden de ogen, de Heer richt verslagenen op, (…) de Heer is koning voor altijd” (Ps 146,7v). Het zijn niet de kenmerken van een menselijke macht, maar van een goddelijke. (…)
Toch zijn dat slechts de minste voorbeelden van de getuigenis door Christus. Wat gefundeerd is op de volheid van het geloof, is het kruis van de Heer, zijn dood, en zijn in doeken gewikkeld zijn. Daarom zegt Hij, na het antwoord dat we geciteerd hebben: “Gelukkig degene die geen aanstoot neemt aan Mij”. Het kruis kon immers de val van de uitverkorenen zelf veroorzaken, maar er is geen grotere getuigenis van een goddelijke persoon, niets lijkt de menselijke krachten meer te boven te gaan, dan dat offer van een Persoon voor de hele wereld. Alleen daardoor openbaart de Heer zich volledig. Overigens wees Johannes Hem zo aan: “Zie het Lam van God; die wegneemt de zonden van de wereld” (Joh 1,29)
