26e zondag na Pinksteren
“Genezing op sabbat van een vrouw”
Feest van de heilige Nicolaas, aartsbisschop van Myra in Lycië, wonderdoener


Nicolaas van Myra
LEZINGEN
Lezing : Hebreeën 13,17-21
17 Gehoorzaamt uw leiders en voegt u naar hen; zij zijn dag en nacht in de weer voor het heil, want zij zijn zich bewust van hun verantwoordelijkheid. Zorgt ervoor dat zij hun taak met voldoening kunnen vervullen. Als zij steeds moeten zuchten en klagen, zou dat voor u niet voordelig zijn. 18Bidt voor ons. Wij vertrouwen dat ons geweten zuiver is, daar we ons in alle opzichten goed trachten te gedragen. 19Ik vraag uw gebed vooral in de hoop, dat ik dan des te eerder aan u zal worden teruggegeven.
SLOT
20Moge de God van de vrede,
die onze Heer Jezus, de grote herder der schapen,
door het bloed van een eeuwig verbond heeft teruggebracht uit de dood, 21u bevestigen in alle goeds
om zijn wil te doen.
Moge Hij in ons uitwerken
wat Hem behaagt door Jezus Christus.
Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwen der eeuwen!
Amen.
Evangelie :
Lucas 13,10-17
GENEZING OP SABBAT VAN EEN VROUW
10Eens onderrichtte Hij op sabbat in een van de synagogen, 11toen er plotseling een vrouw kwam die bezeten door een geest, achttien jaar lang ziek was; zij was kromgebogen en kon zich in het geheel niet oprichten. 12Toen Jezus haar zag, riep Hij haar bij zich en sprak: ‘Vrouw, ge zijt van uw ziekte verlost.’ 13Hij legde haar de handen op en op hetzelfde ogenblik richtte zij zich op en verheerlijkte God. 14Geërgerd, omdat Jezus op sabbat genas, nam nu de overste van de synagoge het woord en sprak tot het volk: ‘Zes dagen zijn er waarop gewerkt moet worden. Komt u dus op die dagen laten genezen en niet op de sabbatdag.’ 15Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Huichelaars! Maakt niet ieder van u op sabbat zijn os of ezel van de voederbak los, om hem naar de drinkplaats te voeren? 16En behoorde dan deze vrouw, nog wel de dochter van Abraham, die niet minder dan achttien jaar lang door de duivel is kromgesloten, niet van die boeien bevrijd te worden op de sabbatdag?’ 17Toen Hij dit zei, stonden al zijn tegenstanders beschaamd. Maar heel de menigte verheugde zich over al de heerlijke daden die Hij verrichtte.
