25e zondag na Pinksteren – Heilige Andreas patroon

(Het is nu zondag feest van de Apostel Andreas en niet vorige week zoals eerst hier werd aangegeven. ,Sorry)

Feest van de heilige Apostel Andreas, de eerstgeroepene der Apostelen. Patroonheilige van de Orthodoxe kerk van Gent

Orthodoxe kerk Gent

LEZINGEN

1 Korintiërs 4,9-16

9Want ons, apostelen, heeft God, dunkt mij, de minste plaats aangewezen, die van ter dood veroordeelden. Wij zijn een schouwspel geworden voor heel de wereld, voor engelen en voor mensen: 10wij zijn dwaas ter wille van Christus, gij zijt zo verstandig in Christus: wij zijn zwak, gij sterk; gij geëerd, wij geminacht. 11Tot op dit eigen ogenblik lijden wij honger en dorst, zijn wij naakt en krijgen wij slagen, zijn wij dakloos 12en matten ons af met handenarbeid. Worden wij beschimpt, wij zegenen; worden wij vervolgd, wij dulden het; 13smaad beantwoorden wij met minzaamheid. Tot nu toe worden wij behandeld als het schuim der aarde, als het uitvaagsel van de maatschappij. 14Dit schrijf ik niet om u beschaamd te maken, maar om u terecht te wijzen als mijn dierbare kinderen. 15Want al had gij in Christus duizend opvoeders, gij hebt maar één vader. Ik ben het die u door het evangelie in Christus Jezus heb verwekt. 16Ik mag u dus aansporen: volgt mij na.

Evangelie :
Johannes 1,35-51 :

ROEPING VAN DE EERSTE LEERLINGEN
35De volgende dag stond Johannes daar weer, nu met twee van zijn leerlingen. 36Hij richtte het oog op Jezus die voorbijging en sprak: “Zie, het Lam Gods.” 37De twee leerlingen hoorden hem dat zeggen en gingen Jezus achterna. 38Jezus keerde zich om en toen Hij zag dat zij Hem volgden, vroeg Hij hun: “Wat verlangt gij?” Ze zeiden tot Hem: “Rabbi” – vertaald betekent dit: Meester – “waar verblijft ge?” 39Hij zei hun: “Gaat mee om het te zien”. Daarop gingen zij mee en zagen waar Hij zich ophield. Die dag bleven zij bij Hem. Het was ongeveer het tiende uur. 40Andreas, de broer van Simon Petrus, was een van die twee die het gezegde van Johannes hadden gehoord en Jezus achterna waren gegaan. 41De eerste die hij ontmoette was zijn broer Simon tot wie hij zei: “Wij hebben de Messias:” – vertaald betekent dat: de Gezalfde – “gevonden,” 42en hij bracht hem bij Jezus. Jezus zag hem aan en zeide: “Gij zijt Simon, de zoon van Johannes; gij zult Kefas – dat betekent: Rots – genoemd worden.”
43Toen Jezus de volgende dag naar Galilea wilde vertrekken, trof Hij Filippus aan en zei tot hem: “Volg Mij.” 44Deze Filippus was van Betsaïda, de stad van Andreas en Petrus. 45Filippus ontmoette Natanaël en zei hem: “Degene over wie Mozes in de Wet geschreven heeft en ook de profeten, Hem hebben wij gevonden: Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret.” 46Natanaël smaalde: “Uit Nazaret, kan daar iets goeds vandaan komen?” Waarop Filippus antwoordde: “Kom dan kijken.” 47Jezus zag Natanaël naar zich toekomen en zei, doelend op hem: “Dat is waarlijk een Israëliet in wie geen bedrog is!” 48Natanaël zei tot Hem: “Hoe kent Gij mij?” Jezus gaf hem ten antwoord: “Voordat Filippus u riep, zag Ik u onder de vijgenboom zitten.” 49Toen zei Natanaël tot Hem: “Rabbi, Gij zijt de Zoon Gods, Gij zijt de Koning van Israël.” 50Jezus antwoordde: “Omdat Ik u zei dat Ik u onder de vijgenboom zag, gelooft ge? Gij zult grotere dingen zien dan deze.” 51En Hij voegde er aan toe: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: gij zult de hemel open zien en de engelen Gods zien opstijgen en neerdalen in dienst van de Mensenzoon.”

andreas apostel147

Apostel Andreas

Deze zondag herdenken wij ook de rijke jongeling :
rijke jongeling2

LEZINGEN :
Galaten,3,23-4,5:

Voordat het geloof kwam, stonden wij onder bewaking van de wet, opgesloten tot het geloof zou worden geopenbaard. 24De wet is dus voor ons een oppasser geweest tot de komst van Christus, opdat wij gerechtvaardigd zouden worden door het geloof. 25Maar nu het geloof is gekomen, staan wij niet langer onder de oppasser. 26Want gij zijt allen kinderen van God door het geloof in Christus Jezus. 27Want gij allen die in Christus zijt gedoopt, zijt met Christus bekleed. 28Er is geen Jood of heiden meer, er is geen slaaf of vrije, er is geen man en vrouw: allen tezamen zijt gij een persoon in Christus Jezus. 29Maar als gij bij Christus hoort, dan zijt ge ook Abraham, ‘nageslacht’, erfgenamen krachtens de belofte.
1Ik bedoel dit: zolang de erfgenaam onmondig is, verschilt hij, hoewel heer van alles, in niets van een slaaf: 2hij staat onder voogden en beheerders tot het tijdstip dat door zijn vader is bepaald. 3Zo waren ook wij, zolang we onmondig waren, slaven, onderworpen aan de machten van de kosmos. 4Maar toen de volheid van de tijd gekomen was, heeft God zijn Zoon gezonden, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, 5opdat Hij hen die onder de wet stonden zou bevrijden, opdat wij de rang van zonen zouden verkrijgen.

Evangelie :
Lucas 18,18-27 :

DE RIJKE JONGEMAN
18
Een aanzienlijk man stelde Hem deze vraag: ‘Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?’ 19Jezus antwoordde: ‘Waarom, noemt ge Mij goed? Niemand is goed dan God alleen. 20Ge kent de geboden: Gij zult geen echtbreuk plegen, gij zult niet doden, gij zult niet stelen, gij zult niet vals getuigen, eer uw vader en uw moeder.’ 21Hij gaf Hem ten antwoord: ‘Dat alles heb ik onderhouden van mijn jeugd af.’ 22Toen Jezus dit hoorde, zei Hij tot hem: ‘Toch ontbreekt u één ding: verkoop alles wat ge bezit en deel het uit aan de armen; daarna zult ge een schat bezitten in de hemel. En kom dan terug om Mij te volgen.’ 23Maar toen hij dat hoorde, was hij zeer ontdaan, want hij was heel rijk. 24Toen Jezus dit zag, zei Hij: ‘Hoe moeilijk is het voor degenen die geld hebben het Koninkrijk Gods binnen te gaan! 25Voor een kameel is het gemakkelijker door het oog van een naald te gaan, dan voor een rijke in het Koninkrijk Gods te komen.’ 26De mensen die dit hoorden vroegen: ‘Wie kan dan nog gered worden?’ 27Hij sprak: ‘Wat niet in de macht der mensen ligt, ligt wel in die van God.’ .

border 75FX

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie