Clemens van Alexandrë

H. Clemens van Alexandrië (150- ca 215)
theoloog
Homilie “Welke rijke kan gered worden?”

Clemens_van_Alexandrie

“Zalig de armen van geest”

LJMen moet de bezittingen waarmee we onze naaste kunnen helpen, niet verwerpen. De bezitterige natuur is er om bezeten te worden; die van het bezit is om het bezit te verspreiden; God heeft ze bedoeld voor het welzijn van de mensen. Het bezit is in onze handen als gereedschap, instrumenten waaruit men profijt trekt als men deze weet te hanteren. (…) De natuur heeft van de rijkdom haar dienares gemaakt, en niet een meesteres. Men moet haar dus niet betwisten, daar zij noch goed, noch slecht is in zichzelf, maar volledig onschuldig. Van ons alleen hangt het goede of slechte gebruik af, van wat we er mee doen: onze geest en ons geweten zijn geheel vrij om de bezittingen, die hen zijn toevertrouwd, naar goeddunken te gebruiken. Laten we onze bezittingen dus niet vernietigen, maar de hebzucht die het gebruik ervan aantast. Als we eerlijk zijn geworden, zullen we er eerlijk gebruik van weten te maken. (…) Laten we goed begrijpen dat de bezittingen waarvan men ons gezegd heeft dat we ons ervan zouden moeten ontdoen, de ontregelde verlangens van onze ziel zijn. (…) U wint er niets bij door u van uw geld te ontdoen, als u rijk blijft aan mateloze verlangens. (…)

Zo ziet de Heer het gebruik van uiterlijke bezittingen: we moeten ons niet van het geld ontdoen waarvan we moeten leven, maar van de krachten die ons er fout gebruik van laten maken, dat wil zeggen de ziektes van de ziel. (…) Men moet zijn ziel zuiveren dat wil zeggen, het arm en naakt maken en in die staat luisteren naar de roep van de Heer: “Kom, volg Mij”. Hij is de Weg waar degene met het zuivere hart op loopt. (…) Diegene beschouwt zijn fortuin, zijn goud, zijn geld, en zijn huizen als genade van God, en brengt Hem dank door de armen te redden met zijn kapitaal. Hij weet dat hij die goederen meer bezit voor zijn naasten dan voor zichzelf; hij blijft sterker dan zijn rijkdommen, en wordt er geen slaaf van; hij sluit de bezittingen niet op in zijn ziel. (…) En als hij op een dag geen geld meer heeft, dan aanvaardt hij zijn verlies met een even vreugdevol hart als in de goede dagen. Ik zeg u dat God die mens gelukkig zal verklaren en hem “arm van geest” (Mt 5,3) noemt, en een erfgenaam die verzekerd is van het Koninkrijk der hemelen, welke gesloten zal blijven voor hen die niet buiten de grote weelde konden.

Evangeliezo.org

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie