Lieven (Livinus)van Gent

Heiligenleven

De heilige Lieven  (Livinus) van Gent

STAD – Een valse heilige in Ledebergkerk – persblog.be

Beeld van St.Lieven in de kerk van StAmandsberg

De heilige Livinus, patroon van Gent, was afkomstig uit Ierland en werd door de heilige Augustinus van Canterbury priester gewijd. Hij kwam als bisschop-missionaris naar België en begon zijn missiewerk met een retraite van 30 dagen bij het graf van de heilige Bavo in Gent. Elke keer wanneer hij op zijn reizen Gent passeerde, vierde hij daar ook de heilige Liturgie. Hij heeft vooral in Zeeland en Brabant gewerkt, en hij kwam tot in Zierikzee, waar hij nog op een speciale wijze vereerd wordt. Vaak verbleef hij in Houthem bij een arme weduwe, en deelde in elk opzicht in haar armoede. Op een tocht in België is hij te Essen vermoord, in 657.
Bron : heiligenlevens voor elke dag : orth.klooster den Haag

Kunstwerken
De marteldood van Livinus was in de 17e eeuw enkele malen het onderwerp van monumentale schilderingen. Het bekendst is het schilderij Het martelaarschap van Sint-Livinus uit 1633 van Peter Paul Rubens in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België in Brussel.

In Sint-Lievens-Esse bevindt zich de Lievensbron met een beeld van de heilige. In Elverdinge bevindt zich een reliëf waarop Livinus met zijn afgeslagen hoofd in zijn handen wegloopt.

De schedel van Livinus bevindt zich in een verguld zilveren reliekhouder in de schatkamer van de Sint-Servaasbasiliek in Maastricht. De relieken en reliekhouders in de Gentse Sint-Baafskathedraal zijn in 1578 verloren gegaan. Wel bezit deze kerk het 9e-eeuwse Livinus-evangelarium, dat gezien de datering echter weinig met Livinus te maken kan hebben. Het kostbare boek wordt eenmaal per jaar uitgestald in de Sint-Lievenskapel van de kathedraal.
(bron : Wikipedia)

Gebouwen genoemd naar Sint-Lieven
In de Maastrichtse Sint-Servaasbasiliek was ooit een Livinuskapel, maar deze is mogelijk al in de 17e eeuw gesloopt. In Gent zijn diverse bouwwerken naar Livinus genoemd: de (verdwenen) Sint-Lievenspoort, de Sint-Lievenstunnel en het Sint-Lievenscollege. Ook in Antwerpen is een school naar hem vernoemd onder impuls van haar oprichter, industrieel Lieven Gevaert. In zowel Sint-Lievens-Houtem als in Sint-Lievens-Esse staat een Livinus- of Sint-Lievenskapel. In Ledeberg is de Sint-Lievenkerk naar hem genoemd. In het Zeeuwse Zierikzee staat de Sint-Lievensmonstertoren. In Zeeuws-Vlaanderen ligt de Sint Lievenspolder.
Patroon van de stad Gent, van Sint-Lievens-Esse en Sint-Lievens-Houtem (beiden in het arrondissement Aalst) en van Merck-Saint-Liévin (ten Noorden van Arras, arrondissement Saint-Omer).
Een woord over de geschiedkundige bronnen betreffende Sint Lieven, Vooreerst de brief, in fraaie hexameters door de heilige reeds midden de 7de eeuw gezonden naar Florbertus, abt van de Sint-Baafsabdij, eerste opvolger van Sint-Amandus die het klooster had gesticht : een factum uit het scriptorium der abdij! (13)
De oudste vermelding van “bisschop Livinus”, in de brief van abt 0thebold aan gravin Otgiva, echtgenote van Boudewijn IV (988-1035), dateert van ca. 1025-1030. (14) Het eerste levensverhaal wordt bewaard in een handschrift van de Sint-Baafsabdij (heden in de Universiteitsbibliotheek, Gent, Hs. 11.308) : “Passio vel Vita sanctissimi ac Deo dilectissimi Livini archiepiscopi et martiris”, Het werd geschreven door een monnik die zich Bonifacius, homo peccator, noemt. (15)
Vermoedelijk werd deze Vita als een. hagiografische ontdubbeling op het stramien van de Vita Lebuini geschreven, naar aanleiding van de groeiende verering in de tijd van abt Lidwinus (1034-1036) – een naamgenoot! – of van Abt Folbert (1040-1066) en van de instelling der processie naar Houtem.
Geboren uit een nobel Iers geslacht, reist na een vrome jeugd naar Engeland, waar hij Sint-Augustinus, door paus Gregorius als missionaris naar de Angel-Saksers gezonden, gaat opzoeken. Terug naar Ierland voor verdere studie, priesterwijding en bisschopswijding. Als zovele anderen uit Ierland, Schotland en Engeland, voelt hij zich geroepen tot de “peregrinatio Domini”. Hij verlaat land en volk voor de missie onder de heidenen van Terwaan, Zeeland, Gent. Daar vertoeft hij in het Coenobium Ganda en gaat er bidden op het graf van Sint-Bavo, onlangs in geur van heiligheid gestorven. Dan gaat hij op missietocht in het land van Aalst, o.m. te Houtem, tussen Gent en Ninove.
Het wordt een harde en bloedige missie. Want het volk is er ruw en barbaars. En daar gebeurt het : hij wordt aangevallen door een wildeman, een woedende bezetene ! Maar op het bevel van de Heilige die hem bekruist moet de razende duivel zijn prooi lossen. De arme man ligt als levenloos op de grond, tot hij weer recht komt en de Heilige bedankt.
De wondergoede en wonderdoende missionaris geneest ook de sinds dertien jaren blinde knaap Ingelbert, zoon van Crapahilde, en doopt de jongen.

Dan gaat hij prediken in Essche (Esse bij Geraardsbergen). Maar wilde heidenen bespringen hem, rukken hem de tong uit en slaan hem het hoofd af. (17) Dat gebeurde op 12 november 657. Ook Crapahilde werd gedood met haar zoon zij had er de heidenen een verwijt van gemaakt een heilige man vermoord te hebben.
De gemartelde missionaris werd begraven te Houtem. (18) En weldra vroom vereerd.
In 842 liet de H. Diederik, bisschop van Kamerijk (830863), het gebeente ontgraven en “verheffen” : deze Elevatio gold in die tijd als officiële canonisatie.
17 augustus 1007. Translatio : abt Erembold (998-1017) deed de relieken van Sint Lieven en Sint-Brictius uit Houtem naar de Sint-Baafsabdij overbrengen,
Bron : Wikipedia

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie