
H. Augustinus (354-430)
bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkleraar
Sermon over het evangelie van Johannes, nr. 49,15

“Wie in Mij gelooft, zal leven”
“Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven; en wie leeft en in Mij gelooft, zal niet voor eeuwig sterven.” Wat wil dat zeggen? “Wie in Mij gelooft, zelfs als hij dood is zoals Lazarus, zal leven”, omdat God niet de God van de doden, maar een God van levenden is. Al bij Abraham, Izaak en Jacob, de voorvaderen die sinds lang gestorven zijn, had Jezus hetzelfde antwoord aan de Joden gegeven: “Ik ben de God van Abraham, van Izaak en van Jacob; niet de God van de doden, maar van de levenden, want voor Hem zijn allen in leven” (Lc 20,38). Geloof dus dat, zelfs als je gestorven bent, je zult leven! Maar als je niet gelooft, hoewel je levend bent, dan ben je werkelijk dood. (…) Waar komt de dood in de ziel vandaan? Van het feit dat het geloof er niet meer is. Waar komt de dood van het lichaam vandaan? Van het feit dat de ziel er niet meer is. De ziel van jouw ziel is het geloof.
“Wie in Mij gelooft, zelfs als hij dood is naar lichaam, zal leven in zijn ziel, totdat het lichaam zelf verrijst om nooit meer te sterven. En wie leeft in het vlees en in Mij gelooft, hoewel hij voor een tijdje moet sterven naar lichaam, zal in eeuwigheid niet sterven, door het leven van de Geest en de onsterfelijkheid van de Verrijzenis.”
Dat is wat Jezus wilde zeggen als antwoord op Martha (…) “Geloof je dat?” “Ja, Heer, antwoordde ze Hem, ik geloof dat U Christus bent, de Zoon van God, die in de wereld is gekomen. Door dat te geloven, heb ik geloofd dat U de verrijzenis bent, ik geloof dat U het leven bent, ik geloof dat wie in U gelooft zelfs als hij sterft, zal leven; ik geloof dat hij die leeft en die in U gelooft, in eeuwigheid niet zal sterven”.
Evangelizo.org
