
Intimiteit met de Heer is geen kwestie van een fysieke aanhankelijkheid,Het is veeleer een kwestie van een blijmoedige paraatheid om de wil van God te doen.
Dit is een privé christelijke blog van Kris Biesbroeck, Licentiaat Theologie en filosofie. De inhoud van blog : Theologie, filosofie, Kerkvaders, Heiligenlevens, Exegese, Augustinus,enz… Alles wat sinds 2007 op de site is verschenen kan hier teruggevonden worden bij de Categorieën (bij het begin van de site) HET ADRES VAN DE SITE IS : CHRISTELIJKEINFORMATIEBRON.WORDPRESS.COM.

Intimiteit met de Heer is geen kwestie van een fysieke aanhankelijkheid,Het is veeleer een kwestie van een blijmoedige paraatheid om de wil van God te doen.

H. Augustinus (354-430)
bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkleraar
Sermon 231

Wat zoek je? Het geluk. (…) Je zoekt iets goeds, maar het bevindt zich niet hier. (…) Toen Christus vanuit een ander land hier naar toe kwam, heeft Hij slechts kunnen vinden wat hier in overvloed is: namelijk verdriet, lijden en dood. Dat vind je hier, dat is hier in overvloed. Hij heeft met jou gegeten van wat zich in overvloed in jouw armoedige huis van je ellende bevond. Hij heeft azijn gedronken, Hij heeft gal geproefd (Joh 19,29), dat heeft Hij in jouw armoedige huisje gevonden!

De heilige Jakobos de Pers, was afkomstig uit Beth-Lapetha, een koningsstad in Perzië, en van hoge geboorte. Hij bekleedde een belangrijke regeringspost, en toen bisschop Abdias een heidense tempel in brand had gestoken en daardoor een christenvervolging had ontketend, beschouwde hij zich niet langer als christen. Hij wilde zijn positie behouden bij koning Yasdager (399-425), zijn persoonlijke vriend.

De heilige Makarios van Unzja, een vroegrijpe jongen, die reeds op twaalfjarige leeftijd afscheid van zijn vader nam en in het klooster trad. Later trok hij verder langs de Wolga, stichtte een klooster ter ere van de Heilige Drie-eenheid en wijdde zich aan de bekering van de daar wonende, nog heidense stammen. Het klooster werd echter verwoest door een inval van Tataren uit het Kazan- gebied. Makarios trok weg met zijn broeders en stichtte een nieuw klooster aan het Unzja-meer. Daar is hij gestorven in 1444.
Heiligenlevens voor elke dag. Orth.klooster Den haag

Alleen maar een gefluister van het Goddelijke geeft ons een dieper glorievol moment in vergelijking met alles wat het aardse leven ons geeft los van God
13 september


De Heilige Kruisverheffing is een feest in de liturgie van de Katholieke en de Orthodoxe Kerk dat op 14 september wordt gevierd. De oorsprong van dit feest ligt in de jaarlijkse viering van de kerkwijding van de basiliek van het Heilig Graf in Jeruzalem, die samenviel met de vondst van het Heilig Kruis door Sint-Helena. De wijding vond plaats op 13 september 335. Deze basiliek staat volgens de overlevering op de plaats waar Christus tussen kruisdood en verrijzenis lag opgebaard. Gedurende het jaarlijkse kerkwijdingsfeest werd het kruis aan het volk getoond. Volgens de traditie heeft aan dit kruis Jezus geleden. Het kruis is volgens de traditie gevonden door Helena, moeder van Constantijn de Grote, die rond 324 naar Jeruzalem pelgrimeerde. Daar liet zij uitgravingen doen, waarbij ook de grafkelder ontdekt zou zijn. Voor het eerst wordt hierover bericht in 325 door Eusebius van Caesarea. Uit de 4e eeuw stammen ook de verslagen van bisschop Cyrillus van Jeruzalem, Ambrosius van Milaan, Socrates Scholasticus en Theodoretus van Cyrrhus. Uit het jaar 383 is een verslag van de religieuze Egeria bewaard, die een bedevaart naar Jeruzalem maakte. Op de plaats van de gevonden grafkelder, achter Golgotha, liet Helena de basiliek van het Heilig Graf bouwen. Het kruis werd door Helena gedeeld; een deel bleef in Jeruzalem en twee andere delen schonk zij aan Constantinopel en Rome. De vondst van het heilig kruis leidde vooral vanaf de kruistochten tot een onstuitbare verspreiding van kruis-relieken en daarmee ook tot verspreiding van het feest van de Kruisverheffing. Bovendien heeft de verspreiding van de Cisterciënzers en Trappisten over Europa een rol gespeeld, aangezien in hun spiritualiteit de Kruisverheffing van bijzonder belang is. Het tonen van het kruis als teken van verlossing door Christus, verspreidde zich zo door de hele Kerk. Viering in de Oosters-orthodoxe Kerken Het feest van de Kruisverheffing is één van twaalf grote feesten binnen de Oosterse orthodoxie. Het wordt echter niet in alle kerken op dezelfde dag gevierd. De zogenaamde “Oosters-orthodoxe Kerken – nieuwe stijl” vieren het feest zoals de rooms-katholieken op 14 september, de “Oosters-orthodoxe Kerken – oude stijl” 13 dagen later namelijk op 27 september. Dit laatste is het geval voor de Kerken van Jeruzalem, Rusland en Servië.

Het gebed is een altijddurende creativiteit, het is méér dan gelijk welke kunst of wetenschap


De canonische Evangeliën vertellen niets over de geboorte van de Moeder Gods. De eerste schriftelijke overleveringen iver de kinderjaren van maria zijn afkomstig uit de 2e eeuw. Ze zijn te vinden in het prote-evangelie van Jacobus, dat in het grieks werd opgetekend. Deze geschriften kennen nog altijd een grote populariteit, maar zowel in het oosten als in het westen als niet-canonisch beschouwd. Het proto-evangelie van Jacobus is zonder twijfel het uitgangspunt voor de uitbeelding van de geboorte van Maria. Anna en Joachim, de ouders van Maria, worden daarin afgeschilderd als een voornaam, vermogend en vroom echtpaar. De icoon toont het moment na de geboorte van Maria. Anna (Hanna = de begenadigde)zit op haar bed en wordt omringd door dienaressen. De vroedvrouw staat voor het bed van Anna, zodat deze alles goed kan overzien. Op haar ene arm houdt zij Maria, met de andere controleert zij de temperatuur van het water, dat een dienares in de wastobbe giet.Geheel rechts staat Joachim, de handen in dankbaarheid opgeheven..In het Jakobusevangelie wordt verteld : “…en Anna vroeg de vroedvrouw :’is het een jongen?’ De vroedvrouw zei :”een meisje” Dan spreekt Anna :”Het geluk is met mij op deze dag. Mijn ziel looft de Heer” Aanvankelijk werd het feest alleen in het oosten gevierd. Op het einde van de 7e eeuw introduceerde de roomse paus Sergius I, die van Griekse afkomst was, het tijdens zijn pontificaat (687-701) ook in het Westen.

LEZINGEN :
Filipenzen 2,5-11
Die gezindheid moet onder heersen die ook in Christus Jezus was:
Hij die bestond in de gestalte van God
heeft er zich niet aan willen vastklampen
gelijk aan God te zijn.
Hij heeft zichzelf ontledigd
en de gestalte van een slaaf aangenomen.
Hij is aan de mensen gelijk geworden.
En als mens verschenen heeft Hij zich vernederd;
Hij werd gehoorzaam tot de dood,
de dood aan een kruis.
Daarom ook heeft God Hem hoog verheven
en Hem de naam verleend
die boven alle namen staat,
opdat in de naam van Jezus
iedere knie zich zou buigen,
in de hemel, op aarde en onder de aarde,
en iedere tong zou belijden
tot eer van God, de Vader:
de Heer, dat is Jezus Christus.
Evangelie :
Lucas 10,38 -42: 11,27-28
Bij Marta en Maria
Op hun reis ging Hij een dorp in. Een vrouw, Marta genaamd, ontving Hem. [Zij had een zuster die Maria heette. Die kwam aan de voeten van de Heer zitten en luisterde naar zijn woorden. Marta had het heel druk met bedienen. Ze ging naar Jezus toe en vroeg: ‘Heer, laat het U koud dat mijn zuster mij alleen laat bedienen? Zeg haar dat ze mij komt helpen.’ De Heer gaf haar ten antwoord: ‘Marta, Marta, je maakt je bezorgd en druk over van alles maar slechts één ding is nodig. Maria heeft het beste deel gekozen en dat zal haar niet worden ontnomen.’
Gelukwensen
Tijdens zijn toespraak verhief een vrouw uit de menigte haar stem en riep Hem toe: ‘Gelukkig de schoot die U heeft gedragen, en de borsten waaraan U hebt gezogen.’ ‘Inderdaad,’ zei Hij, ‘gelukkig zij die het woord van God horen en het bewaren.

De monnik in gemeenschap.
Het leven van de heilige Seraphim van Sarov is eenvoudig en één. Maar deze eenvoud, deze eenheid verbergt in zich een mysterie. Er zijn verschillende goed afgebakende periodes in te onderkennen, waarvan elke periode verschijnt als de spirituele vrucht van deze die er aan voorafgaat.
Een eerste periode bestaat uit zijn jeugd vanaf zijn geboorte in 1759 tot aan zijn intrede in het monasterium van Sarov in 1779. Prokhor, de toekomstige Serafim was de zoon van vrome handelaars uit de stad Koursk, genaamd Mochnine. Niets was er bijzonders aan deze toegewijde blije jongen, die zich gaarne mengde onder de kinderen van zijn leeftijd. Hij was heel scherzinnigheid van geest, het hiernamaals was voor hem een heel nabije realiteit. Zo zag hij gedurende een ziekte de Moeder Gods die met hem sprak en hem genezing beloofde. Heel jong nog voelde hij zich tot het monastieke leven aangetrokken. Op de leeftijd van 18 jaar trok hij, samen met enkele andere vrienden, die dezelfde roep als hij hadden ontvangen, op bedevaart naar Kiev om er te bidden bij de relieken van de ‘Petcherskaïa Lavra’. Hij ging ook om raad bij se startz Dosithéos die hem naar de ermitage van Sarov leidde.
H. Johannes Chrysostomus (ca 345-407)
priester te Antiochië, daarna bisschop te Constantinopel, kerkleraar
Homilie over het evangelie van Mattheus, nr 29, 2 ; PG 57, 359

De schriftgeleerden profeteerden dat alleen God zonden kan vergeven. Maar Jezus heeft, voordat Hij zonden vergaf, de geheimen van de harten geopenbaard, door hierdoor te tonen dat Hij ook die andere macht bezat die gereserveerd was voor God. (…) Want er staat geschreven: “U alleen, Heer, kent de geheimen van de mensen”, en “De mens ziet het gezicht en God ziet het hart” (2Kr 6,30; 1Sam 16,7). Jezus openbaart dus zijn goddelijkheid en zijn gelijkheid met de Vader door aan de schriftgeleerden de bodem van hun hart te ontsluieren, door de gedachten bekend te maken die ze niet openlijk durven uit te spreken uit vrees voor de menigte. En Hij deed dat op een liefdevolle manier. (…)
Lees verder “Johannes Chrysostomos : Heb goede moed mijn zoon..”

Zegent mijn ziel de Heer
en zegent Gods heilige naam
Zegent mijn ziel de Heer
dat leidt mij naar het echte leven

H. Cyrillus van Jeruzalem (313-350) bisschop van Jeruzalem en kerkleraar
Doopcatechese, nr 11, 5-10

God is Geest (Joh 5,24) en dus is Hij die Geest is, geestelijk verwekt (…), uit een eenvoudige en onbegrijpelijke geslacht. De Zoon zelf zegt tegen de Vader: “De Heer zei tegen mij: “Jij bent mijn Zoon, Ik heb Je heden verwekt” (Ps 2,7). Dit heden is niet recentelijk, maar eeuwig. Dit heden is niet in de tijd, maar voor alle eeuwen: “Voor de morgenster heb Ik Je uit mijn schoot verwekt” (Ps 110,3). Geloof dus in Jezus Christus, Zoon van de levende God, maar eniggeboren Zoon zoals het Evangelie zegt: “God heeft de wereld zo liefgehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat degene die in Hem gelooft, niet verloren zal gaan, maar het eeuwige leven heeft” (Joh3,16). (…) Johannes getuigt hierover: “Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de eniggeboren Zoon van de Vader, vol van genade en waarheid” (Joh 1,14).