H. Johannes Chrysostomus (ca 345-407)
priester te Antiochië, daarna bisschop te Constantinopel, kerkleraar
Homilie over het evangelie van Mattheus, nr 29, 2 ; PG 57, 359

“Heb goede moed, mijn zoon, uw zonden zijn u vergeven”
De schriftgeleerden profeteerden dat alleen God zonden kan vergeven. Maar Jezus heeft, voordat Hij zonden vergaf, de geheimen van de harten geopenbaard, door hierdoor te tonen dat Hij ook die andere macht bezat die gereserveerd was voor God. (…) Want er staat geschreven: “U alleen, Heer, kent de geheimen van de mensen”, en “De mens ziet het gezicht en God ziet het hart” (2Kr 6,30; 1Sam 16,7). Jezus openbaart dus zijn goddelijkheid en zijn gelijkheid met de Vader door aan de schriftgeleerden de bodem van hun hart te ontsluieren, door de gedachten bekend te maken die ze niet openlijk durven uit te spreken uit vrees voor de menigte. En Hij deed dat op een liefdevolle manier. (…)
De verlamde had zijn teleurstelling in Christus kunnen tonen door te zeggen: “Wat is dat nou! U bent gekomen om een andere ziekte te verzorgen en een ander kwaad te genezen, namelijk de zonde. Maar welk bewijs heb ik dat mijn zonden vergeven zijn?” Welnu, de verlamde zegt dat niet, maar vertrouwt zich toe aan Hem die de macht heeft om hem te genezen. (…)
Tegen de schriftgeleerden zegt Christus: “Wat is gemakkelijker, te zeggen: “Uw zonden worden u vergeven” of: “Sta op en loop”? Anders gezegd: Wat lijkt u gemakkelijker een verlamd lichaam versterken of de zonden van de ziel vergeven? Dat is uiteraard een lichaam genezen, want de vergiffenis van de zonden overstijgt deze genezing in zoverre de ziel superieur aan het lichaam is. Maar omdat een van deze werken zichtbaar is en de andere niet, verricht Ik ook het zichtbare en mindere werk, om het grotere, onzichtbare werk te bewijzen. Op dat moment getuigt Jezus door zijn werken dat Hij “Degene is die de zonden van de wereld wegneemt” (Joh 1,29).
Evangelizo .org
