11e zondag na Pinksteren

Filipenzen :
2,5-11
Die gezindheid moet onder u heersen welke ook Christus Jezus bezielde: 6Hij die bestond in goddelijke majesteit
heeft zich niet willen vastklampen
aan de gelijkheid met God: 7Hij heeft zich van zichzelf ontdaan
en het bestaan van een slaaf aangenomen.
Hij is aan de mensen gelijk geworden.
En als mens verschenen 8heeft Hij zich vernederd,
Hij werd gehoorzaam tot de dood,
tot de dood aan een kruis. 9Daarom heeft God hem hoog verheven
en Hem de naam verleend die boven alle namen is, 10opdat bij het noemen van zijn naam
zich ieder een knie zou buigen
in de hemel, op aarde en onder de aarde, 11en iedere tong zou belijden
tot eer van God, de Vader:
Jezus Christus is de Heer.
Evangelie :
Lc.10,38-42 ; 11,27-28
MARIA EN MARTA
38Op hun tocht kwam Hij in een dorp, waar een vrouw die Marta heette, Hem in haar woning ontving. 39Ze had een zuster, Maria, die gezeten aan de voeten van de Heer, luisterde naar zijn woorden. 40Marta werd in beslag genomen door de drukte van het bedienen, maar ze kwam er een ogenblik bij staan en zei: ‘Heer, laat het U onverschillig, dat mijn zuster mij alleen laat bedienen? Zeg haar dan dat ze mij moet helpen.’ 41De Heer gaf haar ten antwoord: ‘Marta, Marta, wat maak je je bezorgd en druk over veel dingen. 42Slechts een ding is nodig. Maria heeft het beste deel gekozen, en het zal haar niet ontnomen worden.’
DE WIL VAN GOD BOVEN ALLES
27Terwijl Hij zo aan het spreken was, verhief een vrouw uit de menigte haar stem en riep Hem toe: ‘Gelukkig de schoot die U gedragen heeft en de borsten die U hebben gevoed.’ 28Maar Hij sprak: ‘Veeleer gelukkig die naar het woord van God luisteren en het onderhouden.’

