Johannes Karpathios (VIIe eeuw) monnik en bisschop
Brieven aan de monniken van India (Filokalia van de neptische vaderen)
Johannes Karpathios
“Uw droefenis zal in vreugde verkeren” (Joh 16,20)
“Waartoe”, wordt er gevraagd, “heeft het ons gediend, wij die onophoudelijk bidden en zingen, om ons in het lijden te storten, wanneer zij die niet bidden en zich geen zorgen maken, blij zijn, zich verheugen, voorspoed bezitten en hun leven in vrolijkheid doorbrengen?” (vgl Mal 3,14-15) Zoals de profeet zegt: “Ziet, door vreemden zijn hier huizen gebouwd, en we vinden ze gezegend”. En hij voegt daar aan toe: “Dit zijn de zaken die zijn aangeklaagd door de dienaren van God” (Mal? LXX), zij die het kunnen weten.
Weet echter, dat zij die moesten lijden, die ernstig gekweld werden, die onder zware beproevingen het getuigenis van hun Meester op zich hebben genomen, niet iets te lijden hebben gekregen dat hen kon verrassen. Zij hebben immers de aankondiging in het evangelie gehoord: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: gij zult wenen en weeklagen, terwijl de wereld zich zal verheugen. Gij zult bedroefd zijn, maar uw droefenis zal in vreugde verkeren.” (Joh 16,20) Maar, nog even en Ik zal als Helper en Trooster in uw midden komen, Ik zal uw wanhoop wegnemen, Ik zal u doen herleven door gedachten aan hemels leven en hemelse vrede, en door de zoete tranen die u hebt verloren tijdens de enkele dagen dat u beproefd bent. Ik zal u de schoot van mijn genade geven, zoals een moeder haar schoot geeft aan een huilend kind. U die het gevecht heeft uitgeput, Ik zal u versterken met een kracht die van boven komt. U die overdekt bent met bitterheid, Ik zal u vervullen met zoetheid, zoals Jeremia zegt in de Klaagliederen, als hij spreekt over het Jeruzalem dat in u verborgen is. Maar, Ik zal u weerzien en uw hart zal zich verheugen in dit geheime bezoek. Uw lijden zal worden omgezet in vreugde, en uw vreugde zal niemand u kunnen ontnemen. (vgl Joh 16,22)

