
H. Ireneus van Lyon (ca130-ca 208)
bisschop, theoloog en martelaar
Tegen de ketterijen III,17, 1-2
“Ik zal tot de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster, de Parakleet, geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn “
De Geest die beloofd was door de profeten is neergedaald op de Zoon van God, die Mensenzoon geworden was (Mt 3,16): daardoor raakt Hij eraan gewend om met de Zoon onder de mensen te wonen, om op de mensen te rusten, om in het voorbeeldwerk van God te bestaan. Hij verwerkelijkt zich in hen door de wil van de Vader en vernieuwt hen door ze van hun vervallen staat naar de nieuwheid van Christus te laten overgaan.
Deze Geest had David gevraagd voor de mensheid, toen hij zei: “Leid ons door Uw Geest, schraag ons” (Ps 51,14, LXX). Over deze Geest heeft Lucas het als hij ons zegt dat de Geest na de Hemelvaart van de Heer is nedergedaald op zijn leerlingen, op de dag van Pinksteren, met de macht over alle naties om hen vervolgens naar het leven te leiden en voor hen het Nieuwe Testament te openen. Voortbewogen door een zelfde gevoel vierden de leerlingen de lofgezangen van God in alle talen, terwijl de Geest de eenheid van alle gescheiden volken terugbracht en aan de Vader de eerste vruchten van alle naties aanbood.
Daarom heeft de Heer ons ook beloofd om een Parakleet te sturen, die ons met God zou verzoenen. Want, net als dat men met droog meel zonder water geen deeg en brood kan maken, zo kunnen wij die een veelheid waren niet één worden in Jezus Christus (1Kor 10,17), zonder het Water dat uit de hemel komt. En zoals de droge aarde pas vrucht draagt als ze water ontvangen heeft, zo zullen ook wij die eerst droog hout waren nooit vrucht dragen zonder de overvloedige Regen van boven. Want ons lichaam heeft door het bad van de doop, de eenheid met de onvergankelijkheid ontvangen, terwijl onze ziel het ontvangen heeft door de heilige Geest. Daarom zijn ze beiden nodig, want zowel de één als de ander dragen bij aan het leven in God.
Evangelizo.org
