De zeven kinderen van Efese

border tftf

HEILIGENLEVEN

De heilige zeven jongelingen van Efese

 

the_seven_children_of_ephesus

 

De heilige zeven jongelingen van Efese: Antoninos (Serapion), Dionysios, Exakoustodianos (Konstantinos), Jamblichos (Malchos), Joannes, Martinianos en Maximilianos. Als zonen van vooraanstaande burgers waren zij in de officiersopleiding van het leger. Tijdens de vervolging van Decius begrepen zij dat zij weldra opgeroepen zouden worden om hun trouw aan de afgoden te betuigen of terecht te staan. Zij wilden zich daarop voorbereiden door gemeenschappelijk gebed en trokken zich daarom enige dagen terug in een grot, die zij tijdens oefeningen in de omgeving hadden gevonden. Dit was echter ook aan anderen bekend en zo kwam de zaak de keizer ter ore. Deze liet nu de ingang van de grot door zware rotsblokken versperren, opdat de ingeslotenen van honger zouden omkomen.
Ongeveer 170 jaar later, hoorde keizer Theodosios de Jongere dit verhaal. Hij liet de grot opzoeken en openbreken om de relieken te bergen, maar men vond geen gebeenten doch 7 slapende jongemannen. Deze ontwaakten en vertelden wat hun overkomen was, als getuigen van de mogelijkheid van de opstanding. Enkele dagen later stierven zij in vrede, tussen 429 en 445.
Zij worden door de Kerk aangeroepen voor zwaar zieken die niet tot rust kunnen komen. Hun gedachtenis wordt ook wel gevierd op 27 juli.

Augustinus : ik ben de Weg….

border 987K

H. Augustinus (354-430)
bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkleraar
Overwegingen over het evangelie van Johannes (vertaling Evangelizo.org)

augustinus 87

 

“Ik ben de weg, de waarheid en het leven”

Luisteren we naar de Heer: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven”. Mocht je de Waarheid zoeken, volg dan de Weg; want de Weg zelf is de Waarheid. Waar je heen gaat is als waarlangs je gaat. Je gaat niet langs het één naar het ander; het is niet langs iets anders dat je tot Christus komt. Langs Christus kom je tot Christus. Hoe dan, langs Christus tot Christus? Langs Christus de mens tot Christus-God. Langs het vlees geworden Woord tot het Woord dat in het begin bij God was; van dat wat de mensen eten tot het dagelijks voedsel der engelen. Want zo staat geschreven: “Hij schonk hun het brood uit de hemel. Zij aten het brood van de engelen” (Ps 78, 24-25). Wat is dat, het engelenbrood? “In het begin was het Woord en het woord was bij God en het Woord was God” (Joh 1, 1-3). Hoe heeft de mens het engelenbrood gegeten? “Het woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.” (Joh 1, 14).

Hilarius : Dit is het werk van God….

border orthodox5457

H. Hilarius (ca. 315-367)
bisschop van Poitiers en kerkleraar
Over de Drievuldigheid 

hilarius van Poitiers

“Dit is het werk van God: dat u gelooft in Hem, die Hij gezonden heeft”

Het is aan U om het gevraagde te geven, het gezochte te laten vinden en waar geklopt wordt open te doen. Wij lijden immers aan geestelijke traagheid die ons van nature eigen is; door de zwakheid van ons verstand … begrijpen wij niets van U…. Wij hopen dus dat Gij ons bij het begin van deze moeilijke onderneming aan wilt moedigen; dat Gij ons sterkt door een gestadige vooruitgang; dat Gij ons laat delen in de geest van de apostelen en de profeten, zodat wij hun woorden niet anders verstaan dan hoe ze bedoeld zijn…

Lees verder “Hilarius : Dit is het werk van God….”

Heilige Adelbert van Praag

 

border Christus97

HEILIGENLEVEN

De heilige Adelbert van Praag

 

De heilige Adalbert, bisschop van Praag, werd in 956 uit een van de beroemdste heidense Boheemse families geboren en kreeg de naam Wojtisj; hij had nog 6 broers. Als baby werd hij getroffen door een dodelijke ziekte, en daarom deden zijn ouders een gelofte aan de heilige Moeder Gods hem aan God toe te wijden, wanneer hij genezen mocht. Dit geschiedde en daarom werd hij voor zijn opvoeding toevertrouwd aan zijn oom Adalbert, de aartsbisschop van Maagdenburg, die hem zijn eigen naam als doopnaam gaf. Bij diens dood keerde de 25-jarige Adalbert naar Bohemen terug, waar hij tot priester werd gewijd.
Niet lang daarna stierf de bisschop, die hem gewijd had, in een toestand van volstrekte wanhoop. Hij schreeuwde het uit dat hij verdoemd was omdat hij de plichten van zijn staat verwaarloosd had en een werelds leven had geleid. Dit maakte een geweldige indruk op Adalbert, die erbij tegenwoordig was. Hij maakte een volledige omkeer door, en het volgende jaar kozen volk en geestelijkheid hem tot bisschop van Praag; de 28e juni 983 werd hij gewijd, nauwelijks 27 jaar oud. Hij was zich zo sterk van zijn zware verantwoordelijkheid bewust dat niemand hem sindsdien meer heeft zien lachen.
Hij deed blootsvoets zijn plechtige intrede. Het bisschopsinkomen verdeelde hij in vier gelijke delen: voor het onderhoud van de kerk, voor zijn kanunniken, voor de behoeftigen, en het laatste deel voor zijn eigen huishouding. Daarbij nodigde hij dagelijks 12 armen aan tafel. Er stond wel een bed in zijn slaapkamer, maar hij sliep op de grond en bracht een groot deel van de nacht biddend door. Hij preekte elke dag en bezocht zieken en gevangenen. Ook deed hij missiewerk tot in Hongarije en hij wist daar koning Stefanos niet alleen te winnen voor het geloof, maar hem ook te brengen tot een werkelijk heilig leven.
Maar in zijn eigen diocees had hij helaas des te meer reden tot somberheid, want hij slaagde er niet in de barbaarsheid van zijn volk en het wangedrag van de priesters te temperen. In 989 deed hij afstand van zijn zetel om een rustig monniksleven te gaan leiden in een abdij in Rome. De 24-jarige paus Gregorius V, die met jeugdig elan aan de hervorming van de kerk was begonnen, keurde het af dat Adalbert terugschrok voor zijn taak en stond erop dat hij naar Praag zou terugkeren. Toen de Bohemen hoorden dat hij zou terugkeren, terwijl ze helemaal niet van zijn striktheid

Lees verder “Heilige Adelbert van Praag”

Columbanus :Mijn vlees is waarlijk vlees…

H. Colombanus (563-615)
monnik en stichter van kloosters
Geestelijke instructie 12, 2, 3 (vertaling Evangelizo.org)

columbanus54

“Want mijn vlees is waarlijk spijs, en mijn bloed is waarlijk drank”

Beste broeders en zusters, lest uw dorst aan de wateren van de goddelijke bron, waarover wij met u wensen te spreken: lest haar, maar doof haar niet uit; drink, maar raak niet verzadigd. De levende Bron, de Bron van het Leven roept ons en zegt tegen ons: Wie dorst heeft, kome tot Mij en drinke” (Joh 7,37). Begrijp wat u drinkt. Laat de profeet Jesaja het u vertellen en laat de bron zelf het u zeggen: “Woord van de Heer, ze hebben Me verlaten, de Bron van Levend water die Ik ben” (Jr 2, 12-13). Het is dus de Heer zelf, onze God, Jezus Christus, die de Bron van Leven is en daarom uitnodigt Hij ons uit om tot Hem te komen, opdat wij drinken. Hij die liefheeft, drinkt het, hij die zich voedt met het woord van God, drinkt het… Laten we dus drinken aan de Bron die anderen verlaten hebben.

Lees verder “Columbanus :Mijn vlees is waarlijk vlees…”