Beda de eerbiedwaardige

border kerkvader

HEILIGENLEVEN

Beda de Eerbiedwaardige

Beda de eerbiedwaardige3

 

De heilige monnik-priester Beda de Eerbiedwaardige, 672-734. Toen hij 7 jaar oud was, werd hij naar de kloosterschool van de beroemde abt Biscop gezonden, van wie hij een der geliefdste leerlingen werd. Toen Beda 19 jaar was, werd hij diaken gewijd, en op zijn 30e priester, in 702. Toen had de faam van zijn geleerdheid zich reeds verspreid, en Beda werd uitgenodigd naar Rome om paus Sergios l te adviseren over moeilike punten van de kerkelike discipline. De dood van de paus maakte echter een einde aan deze opdracht. Beda bleef dus in de abdij Jarrow en en is waarschijnlijk heel zijn leven nooit verder geweest dan Lindisfarne en York. Over zichzelf schreef hij: “Ik heb heel mijn energie gewijd aan het bestuderen van de Heilige Schrift, aan het betrachten van de monastieke discipline, het dagelijks zingen van de diensten in de Kerk; studeren, onderwijs geven en schrijven, daar heb ik altijd plezier in gehad.”

Het aan studie gewijde leven van Beda ging in alle uiterlijke rust voorbij, en vanuit die rust verschenen zijn talrijke boeken, en bestuurde hij zijn ruim 600 monniken. Daarbij had hij niemand die hem assisteerde bij zijn werk. Hij schreef eens: “Ik ben mijn eigen secretaris: ik dicteer, ik bedenk een boek, en ik kopieer alles zelf!”
Zijn grootste, en voor Engeland belangrijkste werk, is ongetwijfeld zijn kerkelijke geschiedenis van Engeland. Hij is de eerste, en vrijwel de enige autoriteit op het gebied van de vroege geschiedenis van het christendom in Engeland. Daarvoor wist hij alle kloosters en bisschoppen te activeren om hem memoranda te sturen van wat er in hun diocees was gebeurd. Er werd zelfs iemand naar Rome gezonden om de archieven door te nemen van de Kerk van Rome voor zover die betrekking hadden op de missie in Engeland.
Hij schreef eveneens taalkundige werken, geschiedenis, kerkelijke hymnen en andere gedichten, brieven, preken, heiligenlevens met geschiedkundige aantekeningen, alles in het Latijn. Beda is eveneens de eerste schrijver van engels proza, doch helaas is dit werk geheel verloren gegaan. Tijdens zijn laatste ziekte was hij bezig met het vertalen van het Joannes-Evangelie, en van uittreksels uit de geschriften van de heilige lsidorus van Sevilla. Tot vlak voor zijn dood, toen hij neerzat op de grond, omringd door de broeders, dicteerde hij de laatste zin van zijn les opnieuw, die een van hen niet zo vlug had kunnen opschrijven. En vermoeid opademend zei hij: “Het is volbracht”. En hij sprak zijn laatste lofzang.
Beda was in de Middeleeuwen de bekendste schrijver en met de meeste invloed, natuurlijk allereerst in zijn eigen land. Maar reeds in 836 werd hij op een Concilie in Aken aangehaald als Beda, de Vererenswaardige, Venerabilis. De heilige Bonifatius eerde hem als “Het Licht van de Kerk, ontstoken door de Heilige Geest”. Voor Alcuin, zelf “De Leermeester van de Eeuw”, was hij “De gezegende Beda, onze Leraar”.
Daarnaast hadden sommigen scherpe kritiek op zijn werk en werd hij zelfs beschuldigd van ketterij omdat hij de algemene opinie dat de wereld pas zesduizend jaar bestond had tegengesproken. Beda beklaagt zich erover dat bisschop Wilfrid van York door zijn stilzwijgen die beschuldiging steun had verleend. Maar het aantal van zijn vrienden was toch veel groter en omvatte juist hen wier mening hij hoog achtte.
Treffend is de beschrijving van zijn laatste dagen door zijn leerling Cuthbert:
Tegen Pasen raakte hij zeer verzwakt en hij had grote moeite met ademen, maar hij leed geen heftige pijn. Dit duurde tot Hemelvaart. Hij bleef steeds opgewekt en dankte God elk uur bij dag en bij nacht. Hij bleef ons dagelijks les geven en de rest van de tijd besteedde hij aan het zingen van de psalmen. ‘s Nachts sliep hij een beetje, maar het grootste deel van de tijd deed hij geen ooog dicht. Hij bleef echter vervuld van vreugde en dankte God, de armen uitgestrekt als een kruis. Ook reciteerde hij teksten van de heilige Paulos en de andere Schriften, en ook soms in onze eigen taal.
Ook zong hij de antifonen van het officie van hemelvaart. Toen hij kwam aan de woorden: “Laat ons niet als wezen achter” kon hij wel een uur lang niet ophouden met wenen. Daarna ging hij weer verder waar hij gebleven was. En ook wij waren beurtelings aan het lezen of aan het wenen, of we weenden terwijl we lazen.
Daarnaast was hij nog bezig met het vertalen van het Evangelie van Joannes in de volkstaal, terwij hij ook correcties maakte bij het boek van de heilige Isidorus, zodat zijn leerlingen geen nodeloze moeite zouden hebben na zijn dood.
Dinsdag voor Hemelvaart werd zijn adem veel zwakker en zijn voeten zwollen op. Maar hij ging door met dicteren en zei dat ze vlug moesten schrijven want dat hij het niet lang meer zou kunnen uithouden.
Nadat de laatste zin geschreven was, zei hij: “Inderdaad, het is klaar, zoals je zei. Neem mijn oude hoofd in jullie armen zodat ik nog eens kan opzien naar het zo gelukkig-makende heiligdom, waar ik zoveel gebeden heb, en nog eens mag roepen tot mijn Vader”. En hij zong: “Eer aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest: en daarmee blies hij de laatste adem uit en vertrok naar het koninkrijk der hemelen. Niemand van ons had ooit zulk een vredevol sterfbed meegemaakt. Het was woensdag voor Hemelvaart, van het jaar 734. Beda was toen 62 jaar.
De verering van Beda begon direct na zijn sterven, onder de zwijgende goedkeuring van de Kerk, zoals het met alle heiligen uit die tijd gebeurde. Tegen het begin van de negende eeuw werd aan zijn naam toegevoegd: “De Eerbiedwaardige”, en dit werd een vast onderdeel van zijn naam: Beda Venerabilis

Bron – heiligenlevens voor elke dag – orth.klooster Den Haag

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Eén gedachte over “Beda de eerbiedwaardige”

Plaats een reactie