H. Augustinus (354-430)
bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkleraar
Sermon 235 ; PL 38, 1117

“Blijf bij ons”
Broeders en zusters, waar wilde de Heer herkend worden? Bij het breken van het brood. Wij kunnen gerust zijn, wij breken het brood en wij herkennen de Heer. Pas daar wilde Hij herkend worden; het was omwille van ons, die Hem niet lichamelijk zouden zien, maar toch zijn lichaam zouden eten. Wie van u dus gelovig is, wie van u niet ten onrechte christen wordt genoemd, wie van u niet zomaar de kerk binnengaat, wie met vrees en hoop luistert naar het woord van God, mag zijn troost vinden in het breken van het brood. De afwezigheid van de Heer is geen eigenlijke afwezigheid; wees gelovig en Hij is bij u, zonder dat u Hem ziet.
Terwijl de Heer zich met de twee leerlingen onderhield, waren zij ongelovig; zij geloofden immers niet dat Hij was verrezen, ja, zij hadden niet de hoop dat Hij kon verrijzen. Zij hadden het geloof verloren, zij hadden de hoop verloren. Als doden liepen zij met de Levende; als doden liepen zij met het Leven zelf. Met hen liep het Leven; maar in hun hart was het leven nog niet weergekeerd.
Als ook u dus het leven wilt bezitten, doe dan wat zij deden, om de Heer te herkennen. Zij namen Hem op als gast. Want de Heer was voor hen als iemand, die nog een lange reis voor zich had, maar zij hielden Hem bij zich. … Houd uw Gast bij u, als u uw Verlosser wilt herkennen. …. Leer dus, waar u de Heer moet zoeken, leer waar u Hem kunt kennen, leer waar u Hem kunt herkennen: het is namelijk wanneer u eet en het brood met Hem breekt.
(brevier Augustinus vert.L. Janssen, Keizersberg)
