H. Maximilianus de Belijdenaar (ca 580-662)
monnik en theoloog
Overweging over de theologie II, n° 45-47 (Filokalia van de neptische vaderen; vertaling Evangelizo.org)

Laten we daarboven met Hem zijn, opstijgend naar de Vader
Wie de Heer alleen maar als Schepper van de schepselen, die zich ontwikkelen en vergaan, beschouwt, erkent Hem niet. Hij ziet in Hem de tuinman, zoals Maria Magdalena. Daarom vermijdt de Meester het contact met een dergelijk mens. Hij zegt tegen haar: “Raak me niet aan”, want Hij kan naast haar nog niet opstijgen naar de Vader (cf. Joh 20,15-17). Hij weet dat wie naar Hem toekomt door Hem lager te veronderstellen dan Hij is, zichzelf pijn doet.
Zij die uit Galilea kwamen, hebben, uit vrees voor de Joden, de deuren gesloten en zijn in de bovenkamer gaan zitten (cf. Joh 20,19-20). Dat wil zeggen: zij die uit het land van de openbaringen kwamen, brachten zichzelf in de hoge schuilplaats van de goddelijke contemplatie, uit vrees voor de boze geesten. Ze hebben hun zintuigen afgesloten zoals men de deuren sluit. Ze ontvangen God, het Woord van God. Hij is tot hen gekomen zonder dat ze wisten hoe. Hij is aan hun verschenen buiten de waarneming van de zintuigen om. Hij geeft hun sereniteit door de vrede. Hij deelt de heilige Geest door de adem. Hij kent hun de macht toe om boze geesten uit te drijven en Hij toont hun de symbolen van het mysterie. Voor hen die het Woord van God in het vlees proberen te kennen, stijgt de Heer niet op naar de Vader. Maar voor hen die Hem zoeken in de Geest door hoge contemplatie, stijgt Hij op naar de Vader.
Dus laten we Hem, die voor ons naar beneden is gekomen, niet voortdurend beneden ophouden in zijn liefde voor de mens. Maar laten we daarboven met Hem zijn, opstijgen naar de Vader, en de aarde en de dingen van de aarde achterlaten, opdat Hij niet tegen ons zegt -ook tegen ons- wat Hij ook tegen de Joden zei die zich niet lieten leiden: “Waar Ik heen ga, daar kunt u niet komen” (Joh 8,21). Want zonder het Woord, is het onmogelijk om naar de Vader van het Woord te gaan.
