Heiligenleven
De heilige Andronikos en Athanasia

De heilige Andronikos met zijn vrouw Athanasia. Hij was zilversmid te Antiochië in de tweede helft van de 5e eeuw, met een goed inkomen. Zijn verdiensten deelde hij in drie gelijke delen: een deel voor de armen, een deel om renteloze voorschotten te geven aan mensen die in tijdelijke nood verkeerden, en de rest voor het levensonderhoud van hun eigen gezin met twee kinderen.
Nadat zij zo 12 jaar op waarlijk christelijke wijze hadden geleefd, stierven plotseling hun beide kinderen. Met weinig vreugde ging Andronikos door met zijn gewone werk, maar Athanasia was ontroostbaar en klemde zich dag en nacht vast aan het graf van hun kinderen in de kerk van de heilige Julianos, in de hoop zo te sterven en bij haar kinderen te zijn. Maar haar verscheen de heilige Julianos en verweet haar dat zij haar doden niet met rust liet in hun ontslapen. Want zoals iemand die van honger sterft snakt naar voedsel, zo hongeren zij met heel hun ziel om Christus te mogen zien.
Nu liet Athanasia haar verdriet varen omwille van de vreugde van haar kleinen; zij ging terug naar Andronikos en smeekte hem dat zij aan de wereld zouden verzaken en zich terugtrekken in een klooster om zich voor te bereiden op de hereniging met hun kinderen. En Andronikos, voor wie het leven ook alle kleur verloren had, was het met haar eens.
Zij stelden hun dienaren schadeloos en lieten de zaak over aan hun wettelijke erfgenaam, en als Abraham en Sara trokken zij weg uit hun land en hun bezittingen om zich op weg te begeven naar Jeruzalem. Na het bezoek aan de heilige plaatsen, gingen zij verder naar de Sketis-woestijn in Egypte, om raad te vragen aan de beroemde abba Daniël. Hij zond Andronikos naar het Pachomios-klooster in Tabenna, en maakte Athanasia tot kluizenaar in een laura van de Sketis, waar zij alleen op zondag met de andere monniken samenkwam voor het vieren van de Goddelijke Liturgie. Omdat zij boven de middelbare leeftijd was, liet hij haar haar haren afknippen en monnikskleding dragen. Zij was nu de monnik Athanasios.
Vele jaren later kwam bij beiden de wens op nog eens naar de heilige Plaatsen te gaan. Zij ontmoetten elkaar op de weg naar Jeruzalem‚ waarbij Andronikos de oude. ingevallen monnik niet herkende als zijn vroeger zo bloeiende vrouw, maar vanaf het eerste ogenblik voelden zij een grote sympathie voor elkander en zetten hun weg gezamenlijk voort. Het levensverhaal zegt: “zij kwamen samen in Jeruzalem, en zij baden samen, en zij vastten samen, en bezochten samen het Heilig Graf, en ontvingen samen de heilige Eucharistie. En toen zij op de terugreis weer op deze tweesprong aankwamen, verzocht Andronikos de ander om met hem mee te gaan en bij hem te komen wonen, want hij kon de eenzaamheid niet langer verdragen.”
Athanasia stemde toe en zo leefden zij samen en vonden troost in elkanders aanwezigheid. Eerst nadat Athanasios gestorven was en de broeders haar kwamen begraven, vonden zij onder het kussen een briefje waarin stond dat zij de vrouw van Andronikos was. Dit nieuws verspreidde zich door heel de streek, en ook uit de verste hoeken kwamen monniken en kluizenaars in hun witte klederen en met palmtakken om Athanasia in grote vreugde, als een heilige, naar haar laatste rustplaats te begeleiden. Niet lang daarna stierf ook Andronikos, en hij werd begraven naast zijn beminde Athanasia.
bron:Heiligenlevens voor elke dag – orth.klooster Den Haag
