5e zondag van de Grote Vasten

border maria van egypte

Vijfde zondag van de Grote Vasten

De heilige Maria van Egypte

 

Maria van Egypte58

Lezingen :
Galten 3,23-4,5

Voordat het geloof kwam, stonden wij onder bewaking van de wet, opgesloten tot het geloof zou worden geopenbaard. 24De wet is dus voor ons een oppasser geweest tot de komst van Christus, opdat wij gerechtvaardigd zouden worden door het geloof. 25Maar nu het geloof is gekomen, staan wij niet langer onder de oppasser. 26Want gij zijt allen kinderen van God door het geloof in Christus Jezus. 27Want gij allen die in Christus zijt gedoopt, zijt met Christus bekleed. 28Er is geen Jood of heiden meer, er is geen slaaf of vrije, er is geen man en vrouw: allen tezamen zijt gij een persoon in Christus Jezus. 29Maar als gij bij Christus hoort, dan zijt ge ook Abrahams ‘nageslacht’, erfgenamen krachtens de belofte.
Ik bedoel dit: zolang de erfgenaam onmondig is, verschilt hij, hoewel heer van alles, in niets van een slaaf; 2hij staat onder voogden en beheerders tot het tijdstip dat door zijn vader is bepaald. 3Zo waren ook wij, zolang we onmondig waren, slaven, onderworpen aan de machten van de kosmos. 4Maar toen de volheid van de tijd gekomen was, heeft God zijn Zoon gezonden, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, 5opdat Hij hen die onder de wet stonden zou bevrijden, opdat wij de rang van zonen zouden verkrijgen.ook Abrahams ‘nageslacht’, erfgenamen krachtens de belofte.

Evangelie :
Lucas 7, 36-50

VERGIFFENIS AAN EEN BOETVAARDIGE VROUW

36  Een van de farizeeën vroeg Hem eens bij zich te eten. Hij trad het huis van de farizeeër binnen en ging aanliggen. 37Een vrouw nu die in de stad als een zondares bekend stond, was te weten gekomen, dat Jezus in het huis van de farizeeër te gast was. Zij nam een albasten vaasje met balsem mee 38en ging schreiend achter Hem, bij zijn voeten, staan. Haar tranen maakten zijn voeten nat, die ze met haar hoofdhaar afdroogde. Zij kuste ze keer op keer en zalfde ze met de balsem. 39Toen de farizeeër die Hem uitgenodigd had dit zag, zei hij bij zichzelf: ‘Als dit een profeet was zou Hij weten wie en wat voor een vrouw het is die Hem aanraakt; het is immers een zondares.’ 40Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Simon, Ik heb u iets te zeggen,’ waarop deze zei: ‘Zeg het, Meester.’ 41’Een geldschieter had twee schuldenaars, de een was hem vijfhonderd, de ander vijftig denariën schuldig. 42Omdat zij die niet konden teruggeven, schold hij ze aan allebei kwijt. Wie van hen zal nu het meest van hem houden?’ 43’Ik veronderstel,’ antwoordde Simon, ‘diegene aan wie hij het meeste heeft kwijtgescholden.’ Jezus zei tot hem: ‘Uw oordeel is juist.’ 44Daarop keerde Hij zich tot de vrouw en zei tot Simon: ‘Ge ziet die vrouw daar? Ik kwam uw huis binnen; gij hebt niet eens water over mijn voeten gegoten, maar mijn voeten zijn nat geworden door haar tranen en zij heeft ze met haar haren afgedroogd. 45Gij hebt Mij niet eens een kus gegeven, maar zij hield, sinds Ik binnenkwam, niet op mijn voeten te kussen. 46Gij hebt mijn hoofd niet met olie gezalfd, maar zij heeft mijn voeten gezalfd met balsem. 47Daarom zeg Ik u: haar zonden zijn haar vergeven, al waren ze vele, want zij heeft veel liefde betoond. Aan wie weinig wordt vergeven, hij betoont weinig liefde.’ 48Daarop sprak Hij tot haar: ‘Uw zonden zijn vergeven.’ 49De mede aanliggenden vroegen zich af: ‘Wie is deze man, die zelfs zonden vergeeft?’ 50Jezus zei tot de vrouw: ‘Uw geloof heeft u gered: ga in vrede.’

Zozimas van palestina geeft de communie aan Maria van Egypte

 

border biddende handen

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie