Dit is een privé christelijke blog van Kris Biesbroeck, Licentiaat Theologie en filosofie. De inhoud van blog : Theologie, filosofie, Kerkvaders, Heiligenlevens, Exegese, Augustinus,enz… Alles wat sinds 2007 op de site is verschenen kan hier teruggevonden worden bij de Categorieën (bij het begin van de site) HET ADRES VAN DE SITE IS : CHRISTELIJKEINFORMATIEBRON.WORDPRESS.COM.
De heilige Theofanes de Getekende, de jongere broer van de heilige Theodoros de Getekende (27 december) met wie hij veel geleden heeft tijdens de iconenstrijd. Hij was geboren in 778 in Palestina en hun ouders leerden hun vooral de deugd der gastvrijheid. De beide broeders werden monnik in het klooster van de heilige Sabbas, waar zij ook priester werden gewijd. Tijdens de vervolging die Griekenland innerlijk verdeelde, vielen de Saracenen Palestina binnen en ook het Sabbas-klooster kwam onder Arabisch bewind. De beide broers werden, samen met hun geestelijke vader, de heilige Michaël Synkellarios, naar Rome, en vervolgens naar Constantinopel gezonden, om hulp te vragen bij de keizer, Leo de Armeniër (813-820).
De derde zondag van de Paastijd vieren we de Myrondraagsters; onder deze vrouwelijke naam gedenken we met grote dankbaarheid allen die liefhebbend tegenwoordig zijn geweest bij het sterven en de begrafenis van onze Heer, met name ook de rechtvaardige Josef van Arimathea, en Nikodemos.
Vooral op de Grote Vrijdag hebben we ons verdiept in het verslag van de gebeurtenissen, zoals die ons door de vier Evangelisten zo levendig worden verhaald. Tegelijk krijgen we daardoor een beeld van het optreden van Christus in de voorafgaande tijd. Hij trok rond om te prediken, met Zijn apostelen die in een groepje achter Hem aan kwamen. Maar in hun gezelschap waren ook vrouwen, meestal onzichtbaar maar wel dienstbaar. Zij verschaften geld wanneer dat nodig was, zorgden waarschijnlijk voor de maaltijden en onderdak.
De griekse Vaders, de Byzantijnse theologen en de orthodoxe liturgie onderlijnen het primaatschap van Petrus onder de apostelen. ‘Hij is de leider der apostelen, schrijft de heilige Photius…Op hem rusten de fundamenten van de Kerk’ (P.G; 102-685 C en 909 A). Op hem, omdat hij de getuige is en omdat hij de goddelijkheid van Christus heeft beleden:’ Het is naar aanleiding van de belijdenis van Petrus dat de Heer het fundament van de Kerk heeft gesteld’ schrijft diezelfde Photius (P.G; 101,933 A).Als ‘Leider’ van het apostolisch hart spreekt Petrus altijd in naam van allen.
De heilige Joannes, abt van het klooster te Rila. Hij is de grote asceet van de Orthodoxe Kerk in Bulgarije‚ de patroon en leraar van de Bulgaarse natie. Hij werd in 876 geboren in de omgeving van het huidige Sofia. Gedreven door de liefde tot God verliet hij alles en vestigde zich in het bergachtige woestijngebied Rila. Daar leefde hij in het gezelschap der wilde dieren, hij leed honger en dorst, koude en hitte en naaktheid. ‘De blauwe hemel was zijn dak, de aarde zijn bed, het gras zijn voedsel’, zegt de oude levensbeschrijving.
Door het woeste dal van de Rila-rivier drong hij steeds dieper de ontoegankelijke bergen binnen, waar later het beroemde klooster gebouwd zou worden. Maar hij hield daar verblijf in een grot en wijdde zich geheel en al aan vasten en gebed.
Het duurde niet lang of men kwam hem bezoeken voor raad en hulp. Leerlingen wilden bij hem leven en bouwden cellen en een kerkje, dicht bij de grot van Joannes. Dit leven hield hij een halve eeuw vol, tot aan zijn dood in 946. Hij was toen 70 jaar oud. Zijn lichaam bleef bewaard als een kostbare schat. Velen vonden troost bij zijn graf in de vijf eeuwen van de Turkse overheersing, toen zovelen in het ongeluk werden gestort.
Uit : heiligen voor elke dag – orth.klooster Den Haag
H. Augustinus (354-430) bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkleraar Sermon 235 ; PL 38, 1117
“Blijf bij ons”
Broeders en zusters, waar wilde de Heer herkend worden? Bij het breken van het brood. Wij kunnen gerust zijn, wij breken het brood en wij herkennen de Heer. Pas daar wilde Hij herkend worden; het was omwille van ons, die Hem niet lichamelijk zouden zien, maar toch zijn lichaam zouden eten. Wie van u dus gelovig is, wie van u niet ten onrechte christen wordt genoemd, wie van u niet zomaar de kerk binnengaat, wie met vrees en hoop luistert naar het woord van God, mag zijn troost vinden in het breken van het brood. De afwezigheid van de Heer is geen eigenlijke afwezigheid; wees gelovig en Hij is bij u, zonder dat u Hem ziet.
Terwijl de Heer zich met de twee leerlingen onderhield, waren zij ongelovig; zij geloofden immers niet dat Hij was verrezen, ja, zij hadden niet de hoop dat Hij kon verrijzen. Zij hadden het geloof verloren, zij hadden de hoop verloren. Als doden liepen zij met de Levende; als doden liepen zij met het Leven zelf. Met hen liep het Leven; maar in hun hart was het leven nog niet weergekeerd.
Als ook u dus het leven wilt bezitten, doe dan wat zij deden, om de Heer te herkennen. Zij namen Hem op als gast. Want de Heer was voor hen als iemand, die nog een lange reis voor zich had, maar zij hielden Hem bij zich. … Houd uw Gast bij u, als u uw Verlosser wilt herkennen. …. Leer dus, waar u de Heer moet zoeken, leer waar u Hem kunt kennen, leer waar u Hem kunt herkennen: het is namelijk wanneer u eet en het brood met Hem breekt.
[12] Door de handen van de apostelen gebeurden er vele tekenen en wonderen onder het volk. Eensgezind bevonden zij zich allen in de Zuilengang van Salomo. [13] Geen buitenstaander durfde zich met hen in te laten, maar het volk sprak met grote waardering over hen. [14] Steeds weer sloten zich mensen aan die in de Heer geloofden, grote groepen mannen en vrouwen; [15] zelfs droeg men de zieken de straat op en legde hen daar neer op een bed of een matras, in de hoop dat wanneer Petrus voorbijkwam in ieder geval zijn schaduw* op een van hen zou vallen. [16] Ook de bevolking uit de steden rondom Jeruzalem stroomde in groten getale toe; ze brachten zieken mee en mensen die te lijden hadden van onreine geesten, en allen werden genezen. Hernieuwd optreden tegen de apostelen deert hen niet [17] De hogepriester echter en heel zijn aanhang, de partij van de sadduceeën, werden vervuld met jaloezie; [18] ze arresteerden de apostelen en zetten hen in de stadsgevangenis. [19] Maar een engel van de Heer opende ‘s nachts de deuren van de gevangenis, bracht hen naar buiten en zei: [20] ‘Jullie moeten weer naar de tempel gaan om aan het volk het nieuwe leven* te verkondigen.’
De heilige Apostel Thomas, ook Didymos (Tweeling) genaamd, was een van de vurigste Leerlingen van Christus.Toen de anderen aarzelden bij de laatste tocht van de Meester naar Jeruzalem na de dood van Lazaros, wekte hij op om “mee te gaan en met Hem te sterven” (Joh.11:16). Nog meer dan de anderen was hij zich dus bewust van wat er gebeuren moest. Toch had hij zich het verloop blijkbaar heel anders voorgesteld want hij bleef weigeren de eenvoudige boodschap van de opstanding te geloven, en zelfs door de Heer Zelf liet hij zich maar met moeite overtuigen. Maar juist daarvoor zijn de christenen hem altijd dankbaar gebleven omdat zijn hardleersheid voor ons juist een houvast betekent Thomas verkondigde het Evangelie in Palestina, Mesopotamië, Parthenland, Perzië en Indië. Toen hij daar de echtgenote van de prins had bekeerd, werd hij te Melipul met speren doorboord.
Heiligenleven voor elke dag.orth.klooster Den Haag
De heilige Makkabese broeders: Abimos, Antoninos, Gurios, Eleazar, Eusebonos, Achimos (Alimos) en Markellos, met hun moeder Solomone en hun leraar Eleazar.
De heilige Makkabese broeders
Hun ontzettend lijden wordt beschreven in het Bijbelboek 2 Makkabeeën 7. Het werd voltrokken in het jaar 166 vóór Christus, onder de uit Spanje afkomstige Antiochos Epifanes.
Alexander de Grote had vanuit Griekenland een wereldrijk veroverd dat heel het nabije Oosten omvatte, van Egypte tot India. Bewust streefde hij ernaar deze gebieden innerlijk te vergrieksen, zodat een gemeenschappelijke cultuur de basis zou vormen voor een staatkundige eenheid. Door wederzijdse beïnvloeding van de Griekse en oosterse denkwerelden ontstond de hellenistische beschaving.
H. Maximilianus de Belijdenaar (ca 580-662) monnik en theoloog
Overweging over de theologie II, n° 45-47 (Filokalia van de neptische vaderen; vertaling Evangelizo.org)
Laten we daarboven met Hem zijn, opstijgend naar de Vader
Wie de Heer alleen maar als Schepper van de schepselen, die zich ontwikkelen en vergaan, beschouwt, erkent Hem niet. Hij ziet in Hem de tuinman, zoals Maria Magdalena. Daarom vermijdt de Meester het contact met een dergelijk mens. Hij zegt tegen haar: “Raak me niet aan”, want Hij kan naast haar nog niet opstijgen naar de Vader (cf. Joh 20,15-17). Hij weet dat wie naar Hem toekomt door Hem lager te veronderstellen dan Hij is, zichzelf pijn doet.
H. Gregorius van Nazianze (330-390) bisschop en kerkleraar Homilie voor het Paasfeest; PG 36, 624
“Zo iemand de eerste wil zijn, dan moet hij de laatste van allen zijn”
Sommigen zijn onzeker geworden door de tekenen van het Lijden op het lichaam van Christus en vragen zich af : “Wie is die Koning der Glorie?” (Ps 23,7). Antwoord ze dat het de krachtige en machtige Christus is (v.8) in alles wat Hij altijd gedaan heeft en altijd zal doen… Laat ze de schoonheid zien van het kleed dat het lijdende lichaam van Christus draagt, dat door het Lijden mooier is geworden en omgevormd door de straling van zijn goddelijkheid. Dit glorieus kleed waarvan God het mooiste en waardigste maakt om door de wereld bemind te worden… Is Hij minder omdat Hij zich nederig maakt voor jou? Is Hij verachtelijk omdat Hij als Goede Herder zijn leven geeft voor zijn schapen? (Joh 10,1) Hij kwam het verdwaalde schaap zoeken en toen Hij het gevonden heeft, heeft Hij het op zijn schouders teruggebracht; deze schouders hebben voor het schaap het kruis gedragen. En toen Hij het teruggebracht heeft, heeft Hij het ondergebracht bij de schapen die in de stal zijn gebleven (Lc 15,4v). Acht jij Hem minder groot, omdat Hij een doek omdeed om de voeten van zijn leerlingen te wassen en ze daarmee toonde dat de beste wijze om zich te verheffen, zich te vernederen is? (Joh 13, 4; Mat 23,12)… Omdat Hij zich vernederd heeft, zijn ziel naar de aarde boog om hen die onder het gewicht van de zonden gebukt gaan, te verheffen? Verwijt je Hem dat Hij met de tollenaars en de zondaars gegeten heeft omwille van hun heil? (Mt 9,10)
Hij heeft vermoeidheid, honger, dorst, angst en tranen gekend, toen Hij de wet van de menselijke natuur volgde. Maar wat heeft Hij niet gedaan als God?… Om te leven, hadden wij een God nodig die mens werd en die onsterfelijk werd. Wij hebben in zijn dood gedeeld, die ons zuiverde; door zijn dood deelt Hij met ons de Verrijzenis; door zijn Verrijzenis laat Hij ons delen in zijn heerlijkheid.
Dagelijks evangelie.org
Lezingen van de Goddelijke Liturgie van Pasen Handelingen 1,1-8:
Jezus’ laatste opdracht en hemelvaart [1] Mijn * eerste boek, Teofilus, ging over alles wat Jezus heeft gedaan en geleerd, vanaf het begin [2] tot de dag waarop Hij in de hemel werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn opdracht had gegeven. [3] Aan hen heeft Hij veertig* dagen lang herhaaldelijk bewezen dat Hij na zijn lijden weer in leven was. Hij vertoonde zich aan hen en sprak over het koninkrijk van God. [4] Toen Hij bij hen was, drukte Hij hun op het hart: ‘Ga niet uit Jeruzalem weg, maar blijf wachten op de belofte van de Vader die jullie van Mij hebben gehoord; [5] immers, Johannes doopte met water, maar jullie zullen gedoopt worden in heilige Geest, binnen enkele dagen.’ [6] Degenen die daar samengekomen waren, stelden Hem toen de vraag: ‘Heer, herstelt* U in deze tijd het koninkrijk voor Israël?’ [7] Maar Hij zei tegen hen: ‘Het komt jullie niet toe de tijden of momenten te kennen die de Vader in zijn volmacht heeft vastgesteld; [8] maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en mijn getuigen zijn in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, en tot het uiteinde van de aarde
.‘
Evangelie : Johannes, 1,1-17 Hoofdstuk 1
[1] In* het begin was het woord*, en het woord was bij God, en het woord was God. [2] Het was in het begin bij God. [3] Alles* is door Hem ontstaan, en buiten Hem om is er niets ontstaan. Wat ontstaan was, [4] had leven in Hem, en het leven was het licht van de mensen. [5] Het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis kon het niet aan. [6] Er is een mens geweest, een gezondene van God; zijn naam was Johannes. [7] Hij kwam als getuige: hij moest getuigen van het licht, opdat allen door hem tot geloof zouden komen. [8] Hij was niet het licht, hij moest getuigen van het licht. [9] Het* ware licht was er, dat elke mens verlicht en dat in de wereld* moest komen. [10] Het was in de wereld, een wereld die door Hem was ontstaan, en die wereld heeft Hem niet erkend. [11] In zijn eigen* huis is Hij gekomen, en zijn eigen* mensen hebben Hem niet opgenomen. [12] Aan diegenen die Hem toch opnamen, heeft Hij het vermogen gegeven om kinderen te worden van God: aan hen die geloven* in zijn naam. [13] Niet langs de weg van het bloed, niet door de begeerte van het vlees of door mannelijk streven, maar uit God zijn ze geboren. [14] Ja, het woord* is vlees geworden! Hij* is onder ons zijn tent komen opslaan en we hebben zijn heerlijkheid gezien, de heerlijkheid die Hij als eniggeboren* Zoon aan de Vader ontleende, vervuld als Hij was van genade en waarheid. [15] Van Hem legt Johannes getuigenis af en zijn verklaring luidt: ‘Hem bedoelde ik toen ik zei: “Hij die na mij komt, is mijn meerdere, want vóór mij was Hij er al.” ‘ [16] Van zijn volheid hebben wij allen ontvangen, genade op genade. [17] wet gegeven door Mozes, de genade en de waarheid zijn gebracht door Jezus Christus.
Meliton van Sardes (?-ca.195), bisschop
Paashomilie, 57-67
Het mysterie van het Pasen van de Heer
Het mysterie van Pasen heeft zich voltrokken in het lichaam van de Heer. Hij had zijn eigen lijden al aangekondigd door de voorvaderen, de profeten en heel zijn volk. Hij had ze bevestigd door een zegel in de Wet en de profeten. Deze buitengewone en grootse toekomst werd lang van tevoren voorbereid; het werd al sinds lange tijd verbeeld, maar nu is het mysterie van de Heer zichtbaar gemaakt, want het mysterie van de Heer is oud en nieuw…
Wil je het mysterie van de Heer zien? Kijk naar Abel die net als Hem vermoord is, Izaak werd net als Hem geketend, Jozef werd als Hem verkocht, Mozes als Hem blootgesteld. David werd als Hem opgejaagd, de profeten werden als Hem mishandeld in de naam van Christus. Kijk tenslotte naar het geslachte schaap op de Egyptische grond, die Egypte sloeg en Israël redde door zijn bloed.
Door de stem van de profeten verkondigde het mysterie van de Heer zich ook. Mozes zei tegen het volk: “Voortdurend zal uw leven in gevaar zijn; dag en nacht zult u in angst zitten, omdat u uw leven niet zeker bent” (Dt 28,66). En David: “Waarom zijn de volken oproerig, gaan zinloos de natiën aan? Hoe posteren zich wereldse heersers, spannen samen de groten der aarde de Heer en zijn Gezalfde trotserend” (Ps 2,1). En Jeremia: “Ik was argeloos als een lam dat ter slachting geleid wordt; ik vermoedde niet wat ze tegen mij beraamden: ‘… We bannen hem uit het land van de levenden, zodat zijn naam niet meer worden genoemd’” (11,19). En Jesaja: “Hij werd gefolterd en diep vernederd, maar heeft zijn mond niet geopend, zoals een lam dat ter slachting geleid wordt. En, zoals een schaap dat stom is voor zijn scheerders, heeft hij zijn mond niet geopend. Wie denkt nog over zijn bestemming na?” (53,7)
Vele andere gebeurtenissen werden verkondigd door talloze profeten die aan het mysterie van Pasen, dat Christus is, raakten… Hij is het die ons bevrijd heeft uit de slavernij aan deze wereld zoals uit Egypte, en wij ontrukken ons uit de slavernij van de duivel, als uit de hand van de farao.
Zet mij even stil bij Goede Vrijdag Zet mij even stil op Golgotha Eerlijk gezegd vind ik het moeilijk Iemand die moest sterven in mijn plaats Maar toch, toch wil ik me Uw lijden beseffen Toch, toch dank ik U dat U mij kwam redden! U liep de extra mijl En stierf aan het kruis U ging door de hel En ik mag naar huis U streed de zwaarste strijd En toch hield U stand Mijn leven ligt bevrijd In Uw doorboorde hand Kom me tegemoet Heer in mijn denken Kom me tegemoet in al mijn trots Ik red het liefst mezelf En daarom denk ik dat Uw dood vaak met mijn leven botst Maar toch, toch wil ik me Uw lijden beseffen Toch, toch dank ik U dat U mij kwam redden! Het is Goede Vrijdag en ik mag naar huis Het is Goede Vrijdag en nu ben ik thuis
Matthijn Buwalda
Dimas, de moordenaar die met Jezus aan het kruis hing.Maar hij had berouw.
‘Vandaag nog zal je met mij in het paradijs zijn’
De geseling
De kruisdraging
Jezus aan het kruis met vita
De kruisafneming
Jezus in het graf
De Ed’le Jozef
De ed’le Jozef heeft u van het kruis genomen U o Heer In smetteloos welriekend linnen heeft hij U gehuld.
Toen Gij in ’t dodenrijk zijt afgedaald O onsterfelijk leven Hebt Gij hades vernietigd door uw God’lijk licht
De Myrondraagsters kwamen aan Uw graf O Heer en God Maar de engel aan het graf sprak hun toe
Zie deze myronbalsem is passend voor wie gestorven zijn Maar Christus is de onvergankelijke Heer
Het laatste Avondmaal of het verbond met de liefde
Lezingen van Grote Donderdag
Eerste lezing :1 Kor.11,23-32
Zelf heb ik immers van de Heer de overlevering ontvangen die ik u op mijn beurt heb doorgegeven, dat de Heer Jezus in de nacht waarin Hij werd overgeleverd, brood nam, 24en na gedankt te hebben, het brak en zeide: “Dit is mijn lichaam voor u. Doet dit tot mijn gedachtenis.” 25Zo ook na de maaltijd de beker, met de woorden: “Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed. Doet dit, elke keer dat gij hem drinkt, tot mijn gedachtenis.” 26Telkens als gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat Hij komt. 27Wie dus op onwaardige wijze het brood eet of de beker van de Heer drinkt, bezondigt zich aan het lichaam en bloed des Heren. 28Wij moeten onszelf onderzoeken, voor we van het brood eten en uit de beker drinken. 29Wie eet en drinkt zonder het lichaam te onderkennen, eet en drinkt zijn eigen vonnis. 30Daarom zijn er onder u zo velen ziek en zwak en zijn er een aantal gestorven. 31Als wij onszelf beoordelen, zouden wij niet onder dit oordeel vallen. 32Maar als het oordeel van de Heer ons tuchtigt, is het uiteindelijk om ons niet met de wereld te hoeven veroordelen.
Prokimen – ps 2
De vorsten zijn samengeschoold tegen de Heer en tegen Zijn Christus.
Waarom woeden de heidenen, en zinnen de volken op ijdelheid ?
Ik ben door Hem als Koning gesteld over Sion, Zijn heilige berg. (1 Kor 11,23-32)
ALLELUIA Ps 40
Zalig hij die zorg draagt voor behoeftigen en armen : ten dage van onheil zal de Heer hem bevrijden.
Mijn vijanden spreken kwaad over Mij : wanneer zal Hij sterven en zal Zijn Naam vergeten zijn ?
Zelfs Mijn vriend, op wie ik vertrouwde, die Mijn brood met Mij at, heeft zijn hiel tegen Mij opgeheven.
Evangelielezing van grote Donderdag :
21] Tijdens de maaltijd zei Hij: ‘Ik verzeker jullie, een van jullie zal Mij overleveren.’ [22] Buitengewoon bedroefd als ze waren, begonnen ze Hem één voor één te vragen: ‘Ik ben het toch niet, Heer?’ [23] Hij gaf hun ten antwoord: ‘Wie met Mij zijn hand in de schaal doopt, die zal Mij overleveren. [24] De Mensenzoon gaat wel heen zoals over Hem geschreven staat, maar wee die mens door wie de Mensenzoon overgeleverd wordt. Het zou beter zijn voor die mens, als hij niet geboren was.’ [25] Judas, die Hem wilde overleveren, reageerde: ‘Ik ben het toch niet, rabbi*?’ Hij zei tegen hem: ‘Jij hebt het gez
egd.’ [26] Tijdens de maaltijd nam Jezus een brood*, sprak de zegenbede uit, brak het, gaf het aan zijn leerlingen en zei: ‘Neem en eet, dit is mijn lichaam.’ [27] Ook nam Hij een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun die met de woorden: ‘Drink er allen uit, [28] want dit is mijn bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden. [29] Ik zeg jullie: vanaf nu zal Ik niet meer drinken van deze vrucht van de wijnstok, tot de dag waarop Ik met
jullie de nieuwe oogst zal drinken in het koninkrijk van mijn Vader.’ [30] Na het zingen van de psalmen* gingen ze de stad uit, naar de Olijfberg. Ze zullen allemaal ten val komen [31] Toen zei Jezus tegen hen: ‘Deze nacht nog zullen jullie allemaal ten val komen vanwege Mij, want er staat geschreven: Ik zal de herder treffen, en de schapen van de kudde zullen verstrooid worden. [32] Maar na mijn opwekking zal Ik jullie voorgaan naar Galilea.’ [33] Petrus reageerde daarop en zei: ‘Al komen ze allemaal ten val vanwege U, ik zal nooit ten val komen.’ [34] Jezus zei Hem: ‘Ik verzeker je, in deze nacht, nog voordat de haan kraait, zul je Me drie keer verloochenen.’ [35] Petrus zei Hem: ‘Ook al moet ik samen met U sterven, ik zal U niet verloochenen.’ In deze trant spraken alle leerlingen. In Getsemane [36] Toen ging Jezus met hen naar een plek die Getsemane* genoemd wordt, en Hij zei tegen zijn leerlingen: ‘Ga hier zitten, terwijl Ik daar ga bidden.’ [37] Hij nam Petrus* en de twee zonen van Zebedeüs met zich mee en begon bedrukt en onrustig te worden. [38] Toen zei Hij tegen hen: ‘Ik ben dodelijk bedroefd. Blijf hier, en blijf wakker met Mij.’ [39]
Kom, onuitsprekelijke werkelijkheid. Kom, wezen dat alle begrip te boven gaat. Kom, eindeloze vreugde. Kom, licht dat geen avond kent. Kom, onfeilbare verwachting van alle geredden. Kom, verheffer van de gevallenen. Kom, opstanding van de doden.
Kom, almachtige, want onophoudelijk schept, herschept en verandert Gij alles, alleen door uw wil Kom, onzichtbare, die door niemand kan aangeraakt of beroerd worden.
Kom, want Gij blijft steeds onbewogen en toch zijt Gij elk ogenblik in beweging; Gij komt dicht bij ons die in de hel zijn en toch blijft Gij hoger dan de hemelen.
Kom, want uw naam vervult ons hart met verlangen en is steeds op onze lippen; toch weten wij niet en kunnen wij niet zeggen wie of hoe Gij zijt.
Kom, Eenzame voor de eenzamen. Kom, want Gijzelf zijt het verlangen dat in mij leeft.Kom, mijn adem en mijn leven. Kom, troost van mijn nederige ziel. Kom, mijn vreugde, mijn glorie, mijn eindeloze verrukking.
Palmzondag In stilte willen wij U wachten, U komt in ’t leven ons nabij. Onze gedachten zingen blij Dat U de pijn ons wilt verzachten. Wij horen ’t juichen langs de wegen, de mensen juichen, groot en klein: wilt U voor ons de Koning zijn, ons aller leven tot een zegen? U gaat op d’ ezel door de straten en wenkt ons met U mee te gaan; wij blijven maar ter zijde staan. Wij hebben U alleen gelaten. Wij horen straks dat U ons zegt dat U zich in Gods handen legt.
[4] Verheug u altijd in de Heer. Nog eens: verheug u! [5] Uw vriendelijkheid moet bij alle mensen bekend zijn. De Heer* is nabij. [6] Wees niet bezorgd, maar laat al uw wensen bij God bekend worden door te bidden en te smeken en door een dankgebed te zeggen. [7] En de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw hart en uw gedachten bewaren in Christus Jezus.
[8] Tenslotte, broeders en zusters, blijf aandacht besteden aan al wat waar en edel is, rechtvaardig en rein, beminnelijk en aantrekkelijk, aan al wat deugd heet en lof verdient. [9] En breng in praktijk wat u geleerd en overgeleverd is, en wat u van mij hebt gehoord en gezien. Dan zal de God van vrede met u zijn
‘Het zal geen Pasen worden dit jaar’, hoorde ik deze week iemand zeggen. Die uitspraak stemde tot verder nadenken.
Ja, het zal voor velen een andere Pasen worden. Niet met verzorgde liturgie in de kerk. Niet met een mooi concert: een of andere passie. Maar in ons dagelijkse leven kan het Pasen worden als nooit tevoren.
De Pasen van weerbaarheid en veerkracht, de Pasen van meer verbondenheid en solidariteit. De Pasen van doorbijten en elkaar ondersteunen tijdens de lange kruisweg van huisarrest of ziekte. Voor sommigen wordt het een heel harde, pijnlijke kruisweg. Meer Goede Vrijdag dan Pasen.
Misschien zal het voor velen vooral een intense Witte Donderdag worden. Treuren om dramatisch verlies: zelfs afscheid nemen kan niet.
Voor zorgverleners zal ‘elkaar de voeten of handen wassen’ dit jaar een heel eigen invulling krijgen: toegewijd zorgzaam zijn bij de zwaar zieke coronapatiënten in het ziekenhuis.
Velen zijn in deze alleen-zame dagen een engel voor elkaar. Of… een zorgende diaken of diacones.
Voor ons allen is de Goede Week dit jaar meer een diaconale week dan een liturgische: een tijd van elkaar dragen en helpen dragen. Elkaar op een afstand omringen met aandacht en attenties. Kracht en verbondenheid in kwetsbaarheid en eenzaamheid!
Christelijk leven en evangelie gebeuren niet enkel in het kerkgebouw maar evenzeer in de wereld, in ons eigen leven en in onze relaties. Dat beseffen we nog beter in deze coronatijd. Een sterke Goede Week en een moedige Pasen!!
De heilige Andronikos met zijn vrouw Athanasia. Hij was zilversmid te Antiochië in de tweede helft van de 5e eeuw, met een goed inkomen. Zijn verdiensten deelde hij in drie gelijke delen: een deel voor de armen, een deel om renteloze voorschotten te geven aan mensen die in tijdelijke nood verkeerden, en de rest voor het levensonderhoud van hun eigen gezin met twee kinderen.
Nadat zij zo 12 jaar op waarlijk christelijke wijze hadden geleefd, stierven plotseling hun beide kinderen. Met weinig vreugde ging Andronikos door met zijn gewone werk, maar Athanasia was ontroostbaar en klemde zich dag en nacht vast aan het graf van hun kinderen in de kerk van de heilige Julianos, in de hoop zo te sterven en bij haar kinderen te zijn. Maar haar verscheen de heilige Julianos en verweet haar dat zij haar doden niet met rust liet in hun ontslapen. Want zoals iemand die van honger sterft snakt naar voedsel, zo hongeren zij met heel hun ziel om Christus te mogen zien.
Martelaarschap betekent getuigen. Maar getuigen van Christus op het vlak van de dood betekent iemand worden die opnieuw moet verrijzen. Christelijk martelaarschap is een mystieke ervaring, de eerste getuige in de geschiedenis van het christendom. Het werd in het begin van de geschiedenis opgeschreven in verband met het martelaarschap van Stephanus de “protomartelaar”, in de handelingen der Apostelen : “Maar hij, vol van de Heilige geest,sloeg de ogen ten hemel en zag de heerlijkheid Gods en Jezus, staande aan de rechterhand Gods”…. Dan voerden zij hem buiten de stad en stenigden hem, en terwijl hij werd gestenigd, bad Stephanus “ Heer Jezus, ontvang mijn Geest. En op de knieën vallend riep hij met luide stem : Heer, reken hen deze zonde niet aan. En toen hij dit zei, sliep hij in (Hand.7,55-60). Een glorievolle visie ….gebed voor de vervolgers…. Als de geschiedenis rond is en een ander getuige tot de dood gebracht wordt, “openen zich de hemelen” en staat het de liefdes-energieën toe om hun intrede te doen in de wereld. Lees verder “Martelaarschap en Verrijzenis”