zondag 29 maart
Vierde zondag van de Grote Vasten
-Van de heilige Johannes Climakos

LEZINGEN :
Efesiërs 5, 9-19 :
5, 9 en de vrucht van het licht kan alleen maar zijn: goedheid, gerechtigheid, waarheid. 10Tracht te ontdekken wat de Heer behaagt. 11Neemt geen deel aan hun duistere en onvruchtbare praktijken, brengt ze liever aan het licht. 12Wat deze lieden in het geheim doen is te schandelijk om ook maar over te spreken. 13Alles echter wat aan het licht wordt gebracht, komt in het licht tot helderheid. 14En alles wat verhelderd wordt is zelf ‘licht’ geworden. Zo zegt ook de hymne: “Ontwaak, slaper, sta op uit de dood, en Christus’ licht zal over u stralen.” 15Let dus nauwkeurig op hoe ge u gedraagt: als verstandige mensen, niet als dwazen. 16Benut de gunstige gelegenheid, want de tijden zijn slecht. 17Daarom, weest niet onverstandig, maar tracht te begrijpen wat de Heer wil. 18Bedwelmt u niet met wijn, wat tot losbandigheid leidt, maar laat u bezielen door de Geest. 19Spreekt elkander toe in psalmen en hymnen en liederen, ingegeven door de Geest. Zingt en speelt voor de Heer van ganser harte.
Evangelie :
Matteüs 4,25 – 5,12 :
4, 25 Grote volksmenigten uit Galilea en Dekapolis, uit Jeruzalem, Judea en het Overjordaanse sloten zich bij Hem aan.
JEZUS IN DE WOESTIJN
5,1 Daarna werd Jezus door de Geest naar de woestijn gevoerd om door de duivel op de proef gesteld te worden. 2Nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, kreeg Hij honger. 3Nu trad de verleider op Hem toe en sprak: “Als Gij de Zoon van God zijt, beveel dan dat deze stenen hier in brood veranderen.” 4Hij gaf ten antwoord: “Er staat geschreven: Niet van brood alleen leeft de mens, maar van alles wat uit de mond van God voortkomt.” 5Vervolgens nam de duivel Hem mee naar de heilige stad, plaatste Hem op de bovenbouw van een tempelpoort 6en sprak tot Hem: “Als Gij de Zoon van God zijt, werp U dan naar beneden, want er staat geschreven: Aan zijn engelen zal Hij omtrent U een bevel geven, dat zij U op de handen nemen, opdat Ge uw voet niet zult stoten aan een steen.” 7Jezus zei tot hem: “Er staat ook geschreven: Gij zult de Heer uw God niet op de proef stellen.” 8Tenslotte nam de duivel Hem mee naar een heel hoge berg, vanwaar hij Hem alle koninkrijken der wereld toonde in hun heerlijkheid. 9En hij zeide: “Dat alles zal ik U geven, als Gij in aanbidding voor mij neervalt.” 10Toen zei Jezus hem: “Weg, satan: er staat geschreven: De Heer uw God zult gij aanbidden en Hem alleen dienen.” 11Nu liet de duivel Hem met rust en er kwamen engelen om Hem hun diensten te bewijzen.
BEGIN VAN JEZUS’ OPTREDEN IN GALILEA
5,12 Toen Jezus vernam dat Johannes was gevangen genomen, week Hij uit naar Galilea.


