Augustinus

H. Augustinus (354-430)
bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkleraar
Overweging over de psalmen, psalm 109 (vert. brevier)

“Tot aan Johannes hebben alle profeten en de Wet het voorzegd” (Mt 11,13)

89665-augustinus45

God heeft een tijd vastgesteld om zijn beloften te doen, en een tijd om die beloften in vervulling te laten gaan. De tijd van de beloften gaat van de profeten tot Johannes de Doper; de tijd van de vervulling, van Johannes de Doper tot het einde der eeuwen. Getrouw is God die zichzelf tot onze schuldenaar maakte, niet door wat dan ook van ons te ontvangen, maar door zulke grote goederen te beloven. Beloven was nog niet genoeg. Hij heeft zichzelf schriftelijk willen verplichten door als het ware een schuldbekentenis te tekenen ter bekrachtiging van zijn beloften, zodat wij in het boek der beloften het verloop van de vervulling kunnen volgen. De tijd van de profetieën was de voorspelling van de beloften, zoals we al dikwijls gezegd hebben.

Hij heeft ons het eeuwig heil beloofd, een gelukkig leven met de engelen dat geen einde kent, een onvervreemdbare erfenis, de eeuwige heerlijkheid, het genot van de aanschouwing van zijn gelaat, de woning van zijn heiligheid in de hemel, de afwezigheid van alle vrees voor de dood vanwege de verrijzenis uit de doden. Dit is als het slotakkoord van zijn beloften waarop al onze hoop gevestigd is. Want eenmaal dit verworven, zullen wij niets meer missen, niets meer te verlangen hebben.
Maar God heeft bij zijn beloften en voorspellingen niet verzwegen hoe wij kunnen komen tot dat wat er aan het einde zal zijn. Hij beloofde immers aan mensen goddelijk leven, aan stervelingen onsterfelijkheid, aan zondaars vergiffenis, aan verworpenen verheerlijking.

Evangelizo.org

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie