Profeet Nahum

Heiligenleven

De heilige Profeet Nahum

Nahum profeet

De heilige profeet Nahum is de zevende van de twaalf ‘Kleine Profeten’, van de stam Simeon‚ uit het dorp Elkosj. Hij profeteerde onder de koningen Hizkia en Manasse. Zijn boek behandelt vooral de volkomen verwoesting van Ninivé. de hoofdstad van het Assyrische Rijk. Deze ondergang voltrok zich, door de hand van de koning der Meden‚ in 612 voor Christus. Maar de profeet verkondigde ook Gods tederheid voor Zijn uitverkorenen: De Heer is goed‚ Hij is een toevlucht in de tijd van ellende, want Hij kent hen die zich aan Hem toevertrouwen. Ook ziet hij het ochtendgloren van Christus’ komst: Zie, op de bergen de voeten van de drager van de Blijde Boodschap die de vrede aankondigt.
Het woord Na-oem betekent: ‘rust’‚ ‘vertroosting’. Na zijn zending volbracht te hebben is de profeet in vrede ontslapen en hij werd begraven in de vaderlijke grond.
Vele profeten worden juist in de maand december herdacht omdat zij de voorboden waren van de komst van Christus in het vlees.

uit :heiligenlevens voor elke dag

Augustinus

H. Augustinus (354-430)
bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkleraar
Overweging over de psalmen, psalm 109 (vert. brevier)

“Tot aan Johannes hebben alle profeten en de Wet het voorzegd” (Mt 11,13)

89665-augustinus45

God heeft een tijd vastgesteld om zijn beloften te doen, en een tijd om die beloften in vervulling te laten gaan. De tijd van de beloften gaat van de profeten tot Johannes de Doper; de tijd van de vervulling, van Johannes de Doper tot het einde der eeuwen. Getrouw is God die zichzelf tot onze schuldenaar maakte, niet door wat dan ook van ons te ontvangen, maar door zulke grote goederen te beloven. Beloven was nog niet genoeg. Hij heeft zichzelf schriftelijk willen verplichten door als het ware een schuldbekentenis te tekenen ter bekrachtiging van zijn beloften, zodat wij in het boek der beloften het verloop van de vervulling kunnen volgen. De tijd van de profetieën was de voorspelling van de beloften, zoals we al dikwijls gezegd hebben.

Lees verder “Augustinus”

Ireneos van Lyon : Christus deel 3

CHRISTUS

Ireneos van Lyon

(Vervolg- deel 3)

verrijzenis4

Psalm 88 over Christus’lijden
De Psalmist zegt over Christus’lijden (88,39-46) : ‘Gij hebt hem verstoten en versmaad. Gij hebt Uw Gezalfde verworpen; Gij hebt het Verbond met Uw dienaar verbroken, Gij hebt zijn Heiligdom laten schenden tot op de grond. Gij hebt al zijn omheiningen verwoest, zijn versterkingen hebt Gij neergehaald. Alle voorbijgangers hebben hem geplunderd, Hij is een smaad geworden voor zijn buren. Gij hebt de rechterhand van zijn verdrukkers verhoogd, al zijn vijanden hebt Gij over hem verblijd. De hulp van zijn zwaard hebt Gij terug doen wijken. Hij hebt hem niet bijgestaan in de oorlog. Zijn reinigingsoffer hebt Gij versmaad en zijn troon ter aarde geworpen. Gij hebt de dagen van zijn (levens)tijd verkort en met schaamte hebt Gij hem overdekt’.

 

Lees verder “Ireneos van Lyon : Christus deel 3”

Jonas profeet

Heiligenleven

De profeet Jonas

jonas en de vis

 

De heilige profeet Jona, aan jong en oud bekend door zijn driedaags verblijf in de buik van het zeemonster, waardoor hij een voorafbeelding was van Christus’ verblijf in het graf, terwijl de boete der Ninivieten ons een navolgbaar voorbeeld van berouw voor ogen stelt. Het Bijbelboek tekent ons een bijzonder levendig beeld van zijn persoonlijkheid: gegrepen door God en beladen met een opdracht waaraan hij op verschillende manier poogt te ontsnappen, maar het is onontkoombaar. Daardoor wordt zijn prediking zo overtuigend, dat hij drie dagen een gehele wereldstad tot boete brengt. Het vervolg van de geschiedenis toont ons zijn verdriet omdat de stad niet verwoest wordt; en zijn heftige emoties over de plant die hem schaduw verschaft en dan weer verdort. En God zegt dan, in dat sublieme slot van het Boek Jona:
“Gij bedroeft u over een plant, waarvoor ge niets gedaan hebt, zou Ik dan niet begaan zijn met die grote stad Ninive, waar meer dan 120.000 mensen wonen, die nauwelijks het verschil kennen tussen rechts en links? En daarbij nog zoveel dieren!”

Leo de Grote : Gezegend zij de God en Vader van Jezus Christus

paus en Kerkleraar
3e sermon voor Kerstmis; SC 22 bis (vert. © Evangelizo.org)

Leo de Grote 25

“Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus… In Christus immers heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons vol liefde uitgekozen” (Ef 1,3-4)

 

De incarnatie van het Woord van God betreft het verleden als ook de toekomst; in geen enkele tijd, hoe onbeduidend ze ook was, werd het heil voor de mensen ooit onthouden. Wat de apostelen gepredikt hebben, hadden de profeten al aangekondigd, en men kan niet zeggen dat wat altijd al geloofd werd, te laat vervuld werd. Anders dan het heilswerk heeft God in zijn wijsheid en goedheid ons het meest geschikte gegeven om te antwoorden op zijn roep…, dankzij deze oude en veelvuldige verkondigingen.
Het is dus niet waar dat God voorzien heeft in menselijke zaken door zijn plan te veranderen en om bewogen te worden door een verlate barmhartigheid: vanaf de schepping van de wereld, heeft Hij voor allen een en dezelfde weg naar het heil uitgevaardigd. De genade van God waardoor alle heiligen altijd gerechtvaardigd werden, is immers steeds groter geworden en is niet pas begonnen toen Christus geboren werd. Dat mysterie van een grote liefde die nu de gehele wereld heeft vervuld, was reeds even krachtig in de tekenen die het voorafgingen; zij die er in geloofd hebben toen Hij beloofd werd, zijn niet minder gezegend dan zij die Hem ontvangen hebben toen Hij gegeven werd.

Lees verder “Leo de Grote : Gezegend zij de God en Vader van Jezus Christus”

Hieronimus : de doop van Jezus

priester, vertaler van de Bijbel, Kerkleraar
Commentaar op Matteüs III, 13-16 ; SC 242 (vert. Evangelizo.org)

Hieronimus : de doop van Jezus

 

Hieronimus8

 

“Toen kwam Jezus uit Galilea naar Johannes bij de Jordaan om zich door hem te laten dopen.” De Verlosser ontving de doop van Johannes om drie redenen. De eerste reden was omdat Hij, als mens geboren, alle nederige voorschriften van de wet wilde vervullen; de tweede reden om door zijn doop de doop van Johannes te bekrachtigen; en de derde reden gebeurde toen Hij het water van de Jordaan heiligde door de neerdaling van de duif om daarmee de komst van de heilige Geest te tonen in de doop van de gelovigen.

Lees verder “Hieronimus : de doop van Jezus”

Maximos de kausokalybiet

Heiligenleven

Maximos de Kausokalybiet

Maximos de kausokalibiet

De heilige Maximos de Kausokalybiet, was afkomstig uit Klein-Azië. Zijn ouders hadden een gelofte afgelegd om hem aan de Heer te wijden, maar konden het toch niet laten om voor hun zoon een goed huwelijk te plannen toen hij 17 jaar werd. Maximos ontvluchtte toen het ouderlijk huis en trok naar de berg Gan in Macedonië om zich onder leiding van een bekende starets te oefenen in het ascetische leven: vasten, nachtwaken, steeds bidden, op de grond slapen, zich harden, het gering achten van lichamelijk ongemak en van alle tijdelijk bezit. Na de dood van zijn starets begon Maximos blootsvoets rond te trekken, eerst langs de grotten van andere kluizenaars, later in Constantinopel waar hij de verschillende kerken bezocht en dan de nacht doorbracht, staande in gebed. Om zijn armoedige verschijning werd hij als een dwaas beschouwd en hij deed niets om die indruk weg te nemen, integendeel. Men bracht hem aan het verstand dat hij op de Athos thuishoorde. Maximos ging dus naar de heilige berg met het idee om daar kluizenaar te worden, maar omdat men dan eerst in een gemeenschap geoefend moet zijn, onderwierp hij zich aan de abt van de Grote Laura. Hij deed ijverig alles wat hem opgedragen werd, maar hij hield zich verder aan zijn eigen ascese. Hij wilde geen cel hebben maar bracht de nacht door in een koorstoel van de narthex, meest staande in gebed.

Lees verder “Maximos de kausokalybiet”

Christus – Ireneos van Lyon -deel 2

CHRISTUS

deel 2

Ireneos van Lyon

Jezus als kind

De voorzegging van Christus’lijden

Jesaja verhaalt ook hoe de Christus verworpen, gemarteld en tenslotte zelfs gedood zal worden : ‘Zie,Lijn Zoon zal erkenning vinden, verhoogd en zeer verheven worden. Maar dan zullen velen over U ontzet zijn, zo misvormd zal Uw uiterlijk zijn onder de mensen; Zijn verschijning was onmenselijk geschonden. Zijn uiterlijk had niets meer van een mensenkind. Vele volkeren zijn ontzet, koningen sluiten om Hem hun mond, omdat zij zien wat wat niet was voorzegd, en vernamen waarvan zij nooit hadden gehoord.
Heer, wie heeft geloofd wat wij gehoord hebben, aan wie werd de arm des Heren openbaar ? Als een kind schoot Hij op, als een wortel in dorre grond, zonder gestalte of heerlijkheid. Zijn uiterlijk was zonder schoonheid, Zijn voorkomen verachtelijk en Hij werd gemeden door de mensen. Een man van Smarten, met ziekten vertrouwd, een mens die zijn gezicht voor ons verbergt, geminacht, onaanzienlijk.
Maar het zijn onze ziekten die Hij op Zich genomen heeft, het zijn onze smarten die Hij draagt. Terwijl wij Hem beschouwden als een geslagene, door God gekastijd en vernederd, werd Hij doorstoken om onze weerspannigheid, gebroken om onze zonden. Hij werd gestraft om ons de vrede te schenken, door Zijn striemen werden wij genezen (Jes.52,13-53,5)’

Lees verder “Christus – Ireneos van Lyon -deel 2”

Begin van Jezus’optreden

30e zondag na Pinksteren

Begin van Jezus’optreden in Galilea

optreden van Jezus in Galilea6

Lezingen:
Eerste lezing :
Efesiërs 4,7-13 :

7Maar aan ieder van ons afzonderlijk is de genade verleend naar de maat van Christus’ gave. 8Daarom zegt de Schrift: Hij is opgevaren naar den hoge, Hij heeft gevangenen meegevoerd, Hij heeft gaven gegeven aan de mensen. 9Hij is opgestegen: dit betekent dat Hij eerst in de diepte is afgedaald tot op de aarde. 10Hij die is neergedaald, is dezelfde die ook is opgestegen hoog boven alle hemelen, om het heelal te vervullen. 11Hij heeft ook gaven gegeven: sommigen maakte Hij apostelen, anderen profeten, anderen evangelisten, weer anderen herders en leraars, 12om de heiligen toe te rusten voor het werk der bediening, tot opbouw van het lichaam van Christus.

Lees verder “Begin van Jezus’optreden”

Abba Isaias

Abba Isaias (einde 4de eeuw?)
Logos 18,10

Niemand mag zich tot God richten, als hij met een ander nog niet in het reine is. God vergeeft niet zolang wij niet vergeven hebben.
Als u bemerkt dat uw hart niet zuiver is tegenover velen, vraag dan niets aan de Heer. U beledigt Hem, want hoewel zelf een zondaar en wrokkend op een mens uw gelijke, zegt u tot Hem die uw hart doorvorst: “Vergeef mij mijn zonden”. Zo iemand bidt niet met de geest, maar met de lippen, zonder begrip. Wie naar waarheid tot God wil bidden in de geest, in de heilige Geest en met een rein hart, onderzoekt zijn hart alvorens te bidden, of hij met niemand op gespannen voet leeft. En als dat het geval is, dan bedriegt hij zichzelf en niemand luistert naar hem, omdat zijn geest niet bidt, het gaat alleen maar over de gewone uren van de gebedsdienst. Wie echter zijn werk (zijn gebed) zuiver wil verrichten, zal beginnen met na te gaan hoe het staat met zijn geest. Bent u zelf – terwijl u zegt: “Wees mij barmhartig” – barmhartig voor wie u smeekt? En terwijl u zegt: “Vergeef mij”, vergeeft u zelf, armzalige? En als u zegt: “Wees mijn misstappen niet indachtig”, ziet u zelf de misstappen van uw evenmens door de vingers? En als u zegt : “Gedenk niet de boosheden, die ik vrijwillig of noodgedwongen bedreven heb”, wel, als er (bij u) dwang was, moet u van uw kant een ander ook niets aanrekenen. Als u nog niet zover bent om dat te doen, bidt u tevergeefs, God zal u niet verhoren. Heel de Schrift leert: “Vergeef mij”. En in het gebed (Onze Vader) volgens Matteüs (6,12) zei Hij eveneens: “En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaars vergeven” en in dat volgens Lucas: “Indien u de mensen hun misstappen vergeeft, zal ook uw Vader in de hemelen vergiffenis schenken” (niet Lucas, maar Mt. 6,14).

Christus

CHRISTUS

deel1

Uit : Het christengeloof : De Geloofsverkondiging der Apostelen met bewijzenUitgave :Orth.klooster Den Haag

Door : Ireneos van Lyon

Christus man...

Christus, God en mens
De profeet Amos zegt (9,11): ‘Te dien dage zal ik Davids vervallen tent weer oprichten’. Hiermee wordt geduid op het uit David stammend lichaam van Christus, dat gestorven is en uit de doden is opgestaan. Want ‘tent’ wordt vaak gebruikt voor lichaam.
Christus’lichamelijke afstamming uit David; dat Hij de Zoon van God; dat Hij zou sterven en opstaan uit de dood; dat Hij uiterlijk een mens, maar naar kracht als God zou zijn; dat Hij rechter zou zijn over heel de wereld; dat Hij gerechtigheid uitoefent en onze Verlosser is, dat alles wordt in de hierboven vermelde schrift woorden voorspeld
Christus geboorteplaats
De profeet Micheas wijst zelf de plaats aan waar de Christus geboren zou worden, namelijk Bethlehem in Judea (Mich.5,1) : ‘En gij, Bethlehem in Judea, zijt niet de geringste onder de aanvoerders van Juda : uit u immers zal een aanvoerder voortkomen, die Mijn volk Israel weiden zal’. Bethlehem is de geboorteplaats van David, zodat Christus, niet slechts vanwege de Maagd die Hem gebaard heeft, maar ook door Zijn geboorteplaats een afstammeling van David is.
De ware heerser uit Davids nageslacht.
Telkens spreekt David erover dat de Christus uit zijn nakomelingschap geboren zou worden, zoals in Psalm 131 : ‘Omwille van David, Uw dienaar, wend het aangezicht niet af van Uw Christus; de Heer heeft naar waarheid gezworen aan David. Hij zal het zeker gestand doen : vrucht van uw lichaam zal ik plaatsen op uw troon als us zonen Mijn Verbond onderhouden; als zij Mijn Getuigenissen bewaren zoals ik die hun zal leren, dan zal hun Zoon tot in eeuwigheid zetelen op uw troon’. Doch geen van Davids zonen heeft voor altijd geheerst, ook bleef hun koningschap niet eeuwig – dat rijk is immers opgeheven – alleen de uit David geboren Christus is Koning in eeuwigheid.

Lees verder “Christus”

Augustinus : ze bleven die dag bij Hem

H. Augustinus (354-430)
bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkleraar
Overwegingen over het Evangelie van Johannes, nr 7 (vert. Evangelizo.org)

augustinus57

“Ze bleven die dag bij Hem”

“Johannes was daar weer; twee van zijn leerlingen waren bij hem.” Johannes was zo’n goede “vriend van de Bruidegom”, dat hij niet zijn eigen glorie zocht: hij gaf eenvoudigweg getuigenis van de waarheid (Joh 3,29.26). Zou hij erover denken om zijn leerlingen bij zich te houden en ze beletten om de Heer te volgen? Helemaal niet, hij toont hen zelfs zelf wie ze moeten volgen… Hij verklaart hen: “Waarom hechten jullie je aan mij? Ik ben het Lam van God niet. Daar is het Lam van God… Dat is Degene die de zonden van de wereld wegneemt.”

Lees verder “Augustinus : ze bleven die dag bij Hem”