Beda de eerbiedwaardige : homilie voor kerstmis

H. Beda de Eerbiedwaardige (ca 673-735)
monnik, kerkleraar CCL 122, 32-36 (vert. © Evangelizo.org)CCL 122, 32-36

Homilie voor het Vigilie van Kerstmis, 5

Beda

“U zult Hem Jezus noemen”; dat is vertaald: de Heer redt.”

 

“De Heer zal u zelf een teken geven: de jonge vrouw is zwanger, zij zal spoedig een zoon baren en hem Immanuel noemen” (Jes 7,14). De naam van de Redder “God met ons”, die gegeven werd door de profeet, betekent de twee naturen van zijn unieke persoon. Hij die immers God is, geboren uit de Vader voor alle tijden, is zelf Immanuel op het einde der tijden, dat wil zeggen God met ons. Hij is het geworden in de schoot van zijn moeder, omdat Hij het gewaagd heeft om de kwetsbaarheid van onze natuur te aanvaarden in de eenheid van zijn persoon, want “het Woord is vleesgeworden en heeft onder ons gewoond” (Joh 1,14). Dat wil zeggen dat Hij op een bewonderenswaardige wijze is begonnen om te zijn wat wij zijn, zonder op te houden te zijn wat Hij was, door onze natuur op te nemen op een wijze waarop Hij wat Hij was niet verloor…
De naam Christus is een titel van koninklijke en priesterlijke waardigheid. Want de priesters en de koningen, onder de oude Wet, werden christussen genoemd door het chrisma. Deze zalf van heilige olie verbeeldde Hem die in de wereld kwam als ware koning en priester, “met vreugdeolie gezalfd, als geen van uw gelijken” (Ps 45,8). Door deze zalving of chrisma, worden Christus in eigen persoon en zij die deelnemen aan dezelfde zalving, dat wil zeggen de geestelijke genade, ‘christenen’ genoemd. Door het feit dat Hij de Verlosser is, kan Christus ons verlossen van de zonden; door het feit dat Hij priester is, kan Hij ons verzoenen met God de Vader; door het feit dat Hij koning is, waagt Hij het om ons het eeuwige Rijk van zijn Vader te geven.

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie