Zondag van de voorouders

26e zondag na Pinksteren

Zondag van de Voorouders

voorouders7

LEZING :
2 Timoteus 1,8-18

8 Schaam u dus niet van onze Heer te getuigen. Schaam u evenmin voor mij, zijn gevangene. Draag uw deel in het lijden voor het evangelie, door de kracht van God, 9die ons gered heeft en geroepen met een heilige roeping, niet op grond van onze verdiensten, maar volgens het vrije besluit van zijn genade. Van alle eeuwigheid ons verleend in Christus Jezus, 10is zijn genade nu openbaar geworden door de verschijning van onze Heiland, Christus Jezus, die de dood heeft vernietigd en onvergankelijk leven deed aanlichten door het evangelie. 11Van dit evangelie ben ik aangesteld als heraut en apostel en leraar. 12Daarom moet ik ook deze nieuwe beproeving ondergaan, maar ik schaam er mij niet voor, want ik weet Wie ik mijn vertrouwen heb geschonken, en ik ben ervan overtuigd, dat Hij bij machte is ongerept te bewaren wat mij is toevertrouwd, tot aan de grote dag. 13Neem als richtsnoer de gezonde beginselen die gij uit mijn mond hebt vernomen, en houd ze vast in het geloof en de liefde van Christus Jezus. 14Bewaar de u toevertrouwde

schat met de hulp van de heilige Geest die in ons woont. 15Gij weet dat allen in Asia mij in de steek hebben gelaten, ook Fýgelus en Hermógenes. 16Moge de Heer barmhartigheid bewijzen aan het huisgezin van Onesíforus, want hij heeft zich niet geschaamd voor mijn boeien en zijn bezoeken hebben mij veel goed gedaan. 17Toen hij in Rome kwam, heeft hij ijverig naar mij gezocht en mij ook gevonden. 18De Heer verlene hem, dat hij barmhartigheid vindt bij zijn Heer op die dag. En hoeveel diensten hij te Éfeze bewezen heeft, weet gijzelf het best.

Evangelie :
Lucas 14, 16-24

Hij zei tegen hem: ‘Iemand gaf eens een groot feestmaal, waarvoor hij veel mensen had uitgenodigd. Tegen de tijd dat de maaltijd kon beginnen, stuurde hij zijn slaaf eropuit om tegen de genodigden te zeggen: “Kom, alles staat nu klaar.” Maar opeens begonnen ze zich allemaal te verontschuldigen. De een zei tegen hem: “Ik heb een akker gekocht en die moet ik dringend gaan bekijken; ik verzoek u mij te verontschuldigen.” Een ander zei: “Ik heb vijf span ossen gekocht en ik ga ze nu proberen; ik verzoek u mij te verontschuldigen.” Weer een ander zei: “Ik ben pas getrouwd en daarom kan ik niet komen.” Bij zijn thuiskomst bracht de slaaf zijn meester hiervan op de hoogte. Toen werd de heer des huizes woedend, en zei tegen de slaaf: “Vlug, ga de straat op, de stegen van de stad in, en breng de armen, de gebrekkigen, de blinden en de kreupelen hier binnen.” “Mijnheer,” zei de slaaf, “uw bevel is al uitgevoerd en er is nog steeds plaats.” Daarop zei de heer tegen de slaaf: “Ga dan de wegen en het land op en dwing hen binnen te komen, zodat mijn huis vol raakt.” Want Ik verzeker u, geen van die mensen die genodigd waren, zal van mijn maaltijd proeven.’

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie