H. Gregorius de Grote (ca. 540-604)
paus en kerkleraar
Homeliën over het Evangelie, nr 29

Dat de liefde ons aantrekt om Hem te volgen
“Nadat de Heer Jezus hun dit gezegd had, werd Hij in de hemel opgenomen en nam Hij plaats aan de rechterhand van God.” (Mc 16,19). Zo vertrok Hij naar de plaats vanwaar Hij kwam, Hij kwam terug op een plaats waar Hij voortdurend verbleef; namelijk op het moment dat Hij ten hemel opsteeg met zijn mensheid, verenigde Hij door zijn goddelijkheid de hemel en de aarde. Wat we over de plechtigheid van vandaag op te merken hebben, geliefde broeders, is de afschaffing van de wetverordening die ons veroordeelde en van het oordeel dat ons veroordeelde tot verdorvenheid. De menselijke natuur immers tot wie deze woorden waren gericht: “Je bent stof en je keert terug tot het stof.”(Gn3,19), deze natuur is vandaag met Christus opgestegen ten hemel. Daarom geliefde broeders, moeten we Hem volgen met heel ons hart, naar daar waarvan wij vanuit het geloof weten dat Hij met zijn lichaam opgestegen is. Laten we vluchtten voor de verlangens van de aarde: dat geen enkele band van hierbeneden ons belemmert, wij die een Vader in de hemel hebben.




