Nikodemos van het Kozha-meer

Heiligeleven

De heilige Nikodemos van het Kozha-meer

Nicodemos van het Kashna meer

De heilige Nikodemos van het Kozha-meer, was geboren in de buurt van Rostov in het midden van de zestiende eeuw. Zijn ouders waren welgestelde landlieden, een gezin waar de traditionele russische vroomheid in ere werd gehouden. Als opgroeiende jongen hielp hij zijn vader bij het werk op het land, en toen hij zo eens bezig was, hoorde hij een stem die hem riep: Nikodim, Nikodim! Omdat hij niemand zag en die stem hem tot diep in zijn ziel had geraakt, werd hij ontzet- tend bang. Maar zijn ouders. aan wie hij het gebeurde vertelde, begrepen dat het de stem van God moest zijn Die hem riep, ofschoon hij Niketas heette. Hij was toen twaalf jaar.
Niet lang daarna stierven zijn ouders en de jongen werd opgenomen bij familie in Rostov. Hij leerde een ambacht en leefde vele jaren als smid. Daar hij zijn vak goed verstond en vlijtig was, verdiende hij meer dan hij zelf nodig had, en het was zijn vreugde om het overtollige uit te delen aan de armen.

Maar de herinnering aan de stem die hij eens had gehoord, liet hem niet los en steeds inniger bad hij dat God hem zou tonen welke weg hij moest gaan. Niketas was intussen naar Moskou verhuisd en had daar een geheimzinnige ontmoeting met de Dwaas om Christus Basilios, die hem genas van een langdurige zwakte, veroorzaakt door vergiftiging. Dit versterkte Niketas twijfel of hij wel in het gewone leven moest blijven. Hij trok daarom naar de starets Elia, over wie de roep zich verspreid had dat hij in de ziel kon lezen. Toen hij aankwam bij de groep die rond vader Elia verzameld was, riep deze hem toe: Waar komt die woestijnbewoner vandaan?
Dit antwoord op zijn innerlijk verlangen gaf de doorslag. Niketas verkocht al zijn bezittingen en trad in Moskou in het klooster, waar hij monnik werd met de naam Nikodim, volgens de heilige van die dag: Nikodim de prosfora-bakker van het Holenklooster, de 31e oktober. Hij won de algemene genegenheid door zijn stoere werkkracht en zijn zachtaardige beminnelijkheid. Toen de hegoemen dan ook tot bisschop gewijd werd als metropoliet van Krutitsa, nam hij Nikodim mee als zijn gezel. Maar dit leven kon hem niet bekoren en hij hield net zo lang aan tot hij zegen kreeg om naar de woestijn te gaan.
Zo vertrok hij naar de kluizenaars van het verre Noorden, die in Moskou in groot aanzien stonden, vooral Serapion van het Kozha-meer, bij wie Nikodim zich vervoegde. Daar werd hij opgenomen in een gemeenschap van veertig monniken, maar na een jaar trok Nikodim nog verder om werkelijk een alleen- wonende kluizenaar te zijn.
ln 1609 bouwde hij een hut bij de monding van de Chozjug-rivier, legde een tuin aan voor groente, verzamelde eetbare wortels en viste in de rivier. Om zich te wapenen tegen onmatigheid, at hij slechts voedsel dat niet vers meer was en begon te stinken. Ook weigerde hij melk te aan te nemen vanuit het klooster, want hij begon steeds strikter te vasten. Hij onttrok ook steeds meer tijd aan zijn slaap. Hij ging zelfs niet meer liggen om te slapen, maar bleef in een hoek geleund staan, wanneer een onoverwinnelijke slaap hem overviel. Hij wilde zichzelf zo hard aanpakken omdat hij pas te elfder ure tot het geestelijk werk was gekomen.
Deze wilde natuur waarin hij verblijf hield, bezorgde hem natuurlijk vaak grote moeilijkheden. Daar was allereerst de strengheid en de lange duur van de winter in dat bijna poolgebied. In de late lente, wanneer het ijs plotseling begon te smelten, ontstonden vaak grote overstromingen. Eens stond zijn hut geheel onder water en Nikodim stond dagenlang op de punt van het dak, met de ikoon van de heilige Moeder Gods van Kazan in zijn handen, en zong de psalmen tot- dat het water zich terugtrok.
De vastberaden moed waarmee hij al deze ontberingen verdroeg en zijn onophoudelijk gebed brachten Nikodim weer terug tot de oorspronkelijke staat waarin God de mens geschapen had. Als een nieuwe Adam woonde hij in een paradijs. Wilde dieren bezochten hem, en kwamen zonder vrees in zijn gezelschap. Er begonnen wonderen te gebeuren, zijn bezoekers verraste hij door profetische uitspraken.
Tenslotte begon zijn lichaam te verzwakken, en hij kon zich in de winter slechts met grote moeite staande houden. Op dringend verzoek van de abt ging hij mee naar het klooster, waar hij na ruim een maand overleed in 1640. Een doordringende doch lieflijke geur vervulde heel het klooster als een boodschap van zijn heilig leven, en reeds in 1662 werd hij in Moskou opgenomen in de lijst der heiligen

uit: heiligenlevens voor elke dag – orth. klooster Den Haag

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie